Wednesday, February 25, 2026

Twee koffers

We zouden naar Frankrijk gaan, mijn ouders en ik.
Twee maanden ervoor had mijn moeder twee koffers gepakt. Eén voor voor mijn vader en één voor haarzelf. Ma regelde alles altijd ver van te voren. Om zes uur opstaan en op en top aangekleed zijn en het huis keurig aan kant. "Je weet maar nooit of er iemand langs komt", wat zelden meer gebeurde. Mijn verjaardag en Sinterklaascadeautjes kreeg ik altijd twee maanden van te voren omdat ze niet kon wachten. Om vier uur 's middags hadden mijn ouders al gegeten, want dan was de avond lekker lang.
Dus daar stonden de twee koffers en elke keer als ik kwam zei ma trots: "Kijk, de koffers staan al klaar, alles is al ingepakt, goed hè?"

Het was drie dagen voor ons vertrek. Ik moest die dag naar Brabant. Omdat ik een raar voorgevoel had, belde ik haar heel vroeg die ochtend.
Ma's stem klonk vreemd dus ik bedacht me geen moment en reed direct naar haar toe. Daar stond ze, midden in de kamer, volkomen ontredderd met een vragende blik.
In het ziekenhuis bleek dat ze een tia had gehad. Het ging al snel stukken beter. Ma babbelde weer honderuit en huppelde parmantig door de gangen van het ziekenhuis. Ook nu stond ze om zes uur opgetut en aangekleed met handtas naast haar bed op de verpleging te wachten.
Ze was drie dagen thuis toen ze weer een tia kreeg. Na een MRI in het ziekenhuis kreeg ze een hartaanval en na zes weken beademen besloten we de stekker er uit te trekken.
We namen prachtig afscheid en ik verwerkte mijn verdriet. Ik dook er helemaal in en genoot er van.

Na een paar weken opende ik de koffers. In de éne koffer lag een verfrommelde trui en in de andere een paar sokken.


Inmiddels is mijn moeder al een aantal jaren gestorven. Ze heeft al vaak op diverse manieren van zich laten horen. Toen midden in de nacht een hoop klopgeluiden naast mijn bed roffelden en het licht plotseling aan ging was het tijd voor een telefonische sessie met Myrthe, het medium, om half elf. Zegt ze: "Je moeder was hier vanmorgen al om zeven uur. Heb haar gezegd dat ik toch eerst moest douchen maar ze kon niet wachten." Zo zie je maar: zo beneden, zo boven:)









Sofnaaister met poeha

Mijn moeder was in haar jonge jaren coupeuse en dat heb ik geweten. Er was geen geld voor nieuwe kleren dus ze maakte ze zelf. Ze kon uren bij de 'Margriet' op de Stadhouderskade in Amsterdam patronen uitzoeken en dan naar 'het Winckeltje' op de Ceintuurbaan om draadjes en naalden en stofjes te zoeken. Ik verveelde me dood, vond het muf ruiken en wist niet waar ik moest kijken omdat alles me tegenstond. Moest uren aan het wiel van de naaimachine zitten om hem aan de gang te houden. Dan op een bankje staan om met spelden het jurkje passend te krijgen en draaide altijd in de verkeerde richting rond en ma bitste met spelden in haar mond: "Nee, andere kant.. sta niet zo te wiebelen, stil staan!"

Ze werkte vanaf haar dertiende bij verschillende werkgevers. In de oorlog op haar dertiende liep ze met haar zuster Annie op bij elkaar gelapte schoenen van de Ten Katemarkt naar de Koninginneweg waar ze zonder eten de hele dag moesten naaien. Een collega zat heerlijk belegde boterhammen te eten terwijl zij toekeken. Tot mijn moeder een keer flauw viel, daarna kregen ze elke middag een boterham. Jaren later werd ze aangenomen bij een ander atelier en ze vroeg of ze even mocht rondkijken op de werkvloer. Ze had zichzelf verkocht als topnaaister en liep rond als Meryl Streep in The Devil wears Prada en men was zeer onder de indruk. Haar aankomende collega's dachten dat ze een nieuwe directrice was. Toen ze eenmaal begon kreeg ze de wind van voren: "En jij noemt je een topnaaister met je poeha? Je bent een sofnaaister!"

Dan de keer dat ze de baas waar ze allemaal bang voor waren aan het dansen kreeg. "Dat lukt je nooit!" zeiden haar collega's. "Nou wacht maar af..." antwoordde ze. "Mijnheer Brauns, kunt u dansen?" De man was even van slag en zei: "Nee!" "Dat een heer zoals u niet kan dansen, kom ik leer het u." Ze zette haar collega's aan het nummer: 'Ik heb een huisje met een tuintje' te zingen, dwong de man in een quickstep en schopte zijn benen in de goede richting.

Ze kreeg het voor elkaar dat ze tussen de werkzaamheden koffie kregen wat toen schijnbaar niet de gewoonte was en stopte met werken bij haar trouwen wat wel de gewoonte was. Wat heerlijk dat ik tegenwoordig op alle werkplekken waar ik kom de heerlijkste cappuccino's krijg.

Van de week vond ik deze foto van Greet en Annie na de oorlog. Achterop deze tekst:








Tuesday, February 24, 2026

Jomanda en de energie van mijn moeder.

Ma was er van overtuigd dat ze helende handen had. Als pa hoofdpijn had dan legde ze haar handen op zijn hoofd en ja hoor: weg hoofdpijn. Dan was ze zo enthousiast dat ze uren doorging over hoe helend haar handen waren waardoor de hoofdpijn weer terugkwam. Dat was helaas een bijverschijnsel. Ze had menig buur van pijn af geholpen. Op een dag zei ze tegen de buurvrouw die ze amper kende: "U zit op de WC en u huilt want u heeft veel verdriet en niemand mag het weten." De buurvrouw was verbijsterd... het klopte.
Later toen ze hield ze haar hand op de knie van de buurvrouw en ja hoor de pijn was weg waardoor de buurvrouw elke dag naar boven kwam voor een heling wat ma wat te veel van het goede vond. Hoe assertief ze was, ze durfde niet te zeggen dat het haar te veel was.
Zo zei ze ooit toen ik plotseling met een stel vriendinnen op oude jaarsavond langs kwam om mijn ouders te verrassen tegen één van hen: "en jij bent de eenzaamste!" Ach, ze had gelijk maar de stemming was verpest want de vriendin was totaal overstuur. Het is mooi als je meer kunt zien als een ander maar je moet er ook wat taktisch mee kunnen omgaan.
Ma vond Jomanda geweldig en voelde zich verwant want tenslotte kon ze ook mensen helen dus we togen naar Tiel. We keken raar op van de mensen die op de grond kronkelden of rolden en kreten uitsloegen terwijl anderen aan de patat zaten. Opeens kwam een vrouw als een slang over de grond naar haar toe gekropen en greep mijn moeders enkel vast. Ma schrok zich bijna dood en wilde haar wegschoppen. Een vrouw kwam naar mijn moeder toe: "Mevrouw, laat haar maar, dat heeft ze nodig." Ma zat wel twee uur met die vrouw aan haar been gekluisterd. We kregen de slappe lach. Toen het klaar was en de vrouw weer ging staan bedankte ze mijn moeder. Later zei ma: "Ik heb die vrouw zo geholpen met mijn energie." Trots vertelde ze ons haar triomf terug in de trein naar Amsterdam. We hebben het verhaal nog vaak mogen beluisteren tot ze het niet meer kon vertellen dus nu doe ik het voor haar.




Sunday, February 22, 2026

Kolenkit

Na een balkonloze woning in de Talmastraat in de Pijp kregen mijn ouders een woning op het Jan van Schaffelaarplantsoen in de Bos en Lommer en tot grote blijdschap van mijn moeder met twee balkons voor en achter. Als een koningin hield ze de snelweg, de brandweer en de Kolenkit in de gaten. Dat deed ze met passie want toen de Kolenkit gesloopt dreigde te worden liep ze op hoge poten met mijn vader in haar kielzog naar de vergadering. Ze riep: "Zelfs de Russen komen hier speciaal om de Kolenkit te fotograferen ik heb ze zelf gezien!" Nou waren er in die tijd niet veel Russen te bekennen en ik denk dat mijn moeder nog veel meer heeft gezegd want die hield niet snel haar mond. Het bleek te helpen en ze kreeg een bedankbrief van de kerkraad hoewel ze zelf niet van de kerk was. De snelweg A10 vond ze zo gezellig met al die passerende auto's. "Enig, je ziet de hele dag wat bewegen!"

Ze waren vijftig jaar getrouwd en vroeger kwam dan de burgemeester maar nu kwam het hoofd van de Stadsdeelraad Bos en Lommer. Mijn moeder zat er al jaren op te wachten dat de burgemeester persoonlijk bij haar langs zou komen. Nou ja het was niet de burgervader zelf maar deze man straalde ook een vriendelijk vaderlijk gezag uit en de bedoeling was dat hij een speech zou houden in de woonkamer. Het liep anders. De man ging zitten, mijn moeder ging staan, postte zichzelf tegen zijn stoel aan en hield een speech van ongeveer een uur over zichzelf en wat voor geweldige dingen ze in haar leven had gedaan. De man bleef een uur lang vriendelijk knikken en zei toen dat hij nog een vergadering op kantoor had. Van zijn speech kwam niets meer maar mijn moeder was dik tevreden dat ze de 'burgemeester' eens goed had verteld wie ze was. Hij bleek de man van een vrouw waarmee ik af en toe werkte bij de bieb op plein 40-45. Kwam ze een paar maanden later tegen in de bioscoop. Nu vertelde hij dat hij zeer had genoten van mijn moeders speech. 

Ze woonden drie hoog en dat waren een hoop trappen die ze graag nog namen. Ik moest altijd flink uithijgen maar zij niet. "Oh, dat houdt ons jong!" Maar ja, pa liep tegen de negentig en ma tegen de tachtig en de woning zou gerenoveerd dus ze moesten verhuizen. Gelukkig kregen ze een ouderenflat in Osdorp en dat is een volgend verhaal. 




Saturday, February 21, 2026

Mijn moeder in het COC

Ma vond het verschrikkelijk dat ik op vrouwen viel. Ik vertelde het haar op mijn zestiende. Eerst zei ze: "Ach, het is een fase, daar kom je wel overheen." Na een tijdje vroeg ze: "Ben je nou nog steeds lesbisch?" Op mijn "ja" kreeg ze een woede aanval. "Waarom moet mij dat gebeuren, mijn dochter lesbisch." Ze trok zich de haren uit het hoofd en verdween een paar dagen naar haar zuster. Mijn tante en mijn nicht zeiden dat ze me moest accepteren zoals ik was maar dat kon ze niet. We hadden er vreselijke ruzies over die steeds terugkwamen. Ze had altijd gezegd: "Mar, je moet je niets aantrekken van wat anderen vinden en je eigen leven leven." Ook zei ze: "mensen als Albert Mol mag je nooit uitlachen, die kunnen er niets aan doen." Dit ging haar te ver, haar eigen dochter. Het was haar wezensvreemd. Ze kraakte mijn vriendinnen zo af dat ik mijn best moest doen om daar niet in mee te gaan.
"Wat heeft ze een raar nekkie" en dan zag ik het ook ineens, hoe groot mijn verliefdheid ook was.
Na acht jaar schreef ze er een gedicht over. Mijn vader reageerde: "Ach, als je maar gelukkig bent. Ik dacht het al aan de manier waarop je je jas dicht knoopt." Heb nooit begrepen hoe ik mijn jas dicht knoop.

Er werd een moeder dochter-avond georganiseerd door het COC en ja hoor ze ging mee. Mijn vader ook want ze gingen overal samen naar toe maar hij mocht niet naar binnen. Het was hartje Amsterdam, mijn vader ging nooit naar café's en hij heeft de hele avond op de gang zitten wachten.

Mijn moeder had ook hier het hoogste woord en begon haar gedicht voor te lezen. Ik schaamde me dood en verstopte me onder de bar. Iedereen vond het prachtig en ze kreeg applaus. Daarna gingen we dansen. Een vrouw stapte op mijn moeder af en vroeg haar ten dans. 'Oh God, nou zul je het hebben.
Mijn moeder stond op, keek naar me met een blik van: ik laat me niet kennen en danste een quickstep met de vrouw al worstelend wie hier de leiding nam. Die liet ze zich niet uit handen nemen en de vrouw ook niet. Mijn moeder en ik raakten aardig teut en het werd steeds gezelliger. Toen het afgelopen was kwamen we de hal in en daar zat mijn vader trouw te wachten. Samen liepen ze terug naar de Bos en Lommer. Realiseer me nu dat ik 'm niet eens een drankje ben komen brengen.

Het gedicht werd in het COC-krantje geplaatst. Ik was het kwijt maar iemand heeft het opgeduikeld tot mijn grote verrassing. Toen vond ik het vreselijk maar nu ben ik zo trots op haar.

“Ma, ik ben lesbisch”, zegt je kind.
Je komt terecht in een labyrint.
Je kind heeft dat jaren opgepot.
De homofielen hebben zich altijd verstopt.
Anno 1972 werd daar nooit over gesproken,
daarom voel je je op dat moment gebroken
als je kind zegt: ik ben homofiel
word je getroffen in je ziel.
Later jaren ga je begrijpen
als je verdriet wat gaat bezwijken
dat je kind heeft moeten vechten
voor haar gevoelens en haar rechten
en dat je kind helpt meevechten
voor een anders kind haar rechten.
Zodat een ander niet hoeft te vechten
en rustig kan zeggen met hun ziel:
“Ma en pa ik ben homofiel”.
Want je leert je kind om eerlijk te zijn
en als ze eerlijk toegeven aan hun gevoelens dan doet het je als ouders pijn.
Dat is toch te gek om los te lopen.
En daarom is het in de toekomst te hopen
dat mensen zich niet meer hoeven te verstoppen
en hun gevoelens op te kroppen.
En dat alle homofielen vechten voor hun rechten.
Dat in het jaar tweeduizend
een ouder niet ontluistert als een kind zegt: Ik ben homofiel
De ouders dan blij kunnen zijn in hun ziel.
Mevrouw Ruijterman




Mijnheer, u deugt niet!

Mijn moeder had het er maar moeilijk mee dat ik op vrouwen viel en het gaf enorme ruzies. Op een dag ging ik uit in café Populair op het Rembrandtplein. Mijn toenmalige geliefde en ik deinden en zongen daar gezellig Amsterdamse liedjes mee en we ontmoetten een mooie mijnheer met zwarte krullen en prachtige tanden. Hij zag er netjes uit en we hadden plezier en ik dacht: "Weet je wat, ik neem 'm mee naar mijn ouders, mijn moeder vindt 't vast leuk als ik es met een man aan kom."
We kwamen binnen en voor we ook maar een woord hadden gezegd keek mijn moeder 'm met kracht aan en zei: "Mijnheer, u deugt niet en ik wil dat u nu mijn huis verlaat." Nu had mijn moeder wel vaker onverwachte en directe uithalen maar deze had ik niet verwacht omdat ze meestal heel hartelijk was naar vreemden. Ik schaamde me voor haar, de man en ik vlogen de deur uit en ik bood mijn excuses aan voor de woorden van mijn moeder. We dronken er nog een borrel op.
We maakten plannen om met z'n drieën met zijn auto naar Frankrijk te gaan op vakantie. Mijn vriendin ging een ritje met 'm maken en toen ze ergens diep in de nacht thuis kwam zei ze doodsbleek en verbijsterd: "Hij is opgepakt... we zijn door de politie gestopt. Hij blijkt vrouwen te ontvoeren naar Zuid Europa en te verhandelen." Tja, het kwam die week nog in de krant. Mijn moeder kon door mensen heen kijken.

Friday, February 20, 2026

Over wonderen, mijn moeder en Eckhart Tolle

Zoals jullie allemaal weten is het leven één groot wonder. We beseffen het niet altijd zo in ons dagelijks gedoe en af en toe staan we d'r even bij stil. Als er iets bijzonders gebeurt of als we van ziek weer beter worden, als er een kind wordt geboren of rond Kerst.

Mijn moeder zag in alles een wonder en dat heb ik van haar geërfd. Weet nog dat ze achter in de auto zat tijdens een tochtje en dat ze constant riep: "Oh, wat mooi, oh, wat prachtig, dat ik dit mag meemaken... met mijn dochter in de auto!!!" Het werd me wel eens te veel maar ik heb zelf ook de neiging. Mijn vrienden wordt er ook wel eens tureluurs van als ik voor de zoveelste keer onderweg zeg: "Oh, kijk eens...wat mooi!"

Thuis hadden we geen auto, mijn ouders hadden geen rijbewijs en ik haalde 'm pas na mijn veertigste, dus een auto was voor ons alle drie een wonder. Dat zo'n ding zomaar vanzelf gaat met een lichte druk op de gasplank. Het was een zegen dat ik die auto kon rijden omdat ik nu mijn ouders overal mee naar toe kon nemen zoals naar Frankrijk. Ook dat was een wonder voor mijn moeder en de hele weg naar en terug en tijdens riep ze: "Oh, dat ik nu in Frankrijk ben... en we zijn van de hugenoten, we komen thuis!" Ja mijn oma stamde van de Hugenoten, heette Ledoux en kwam uit de Jordaan waar de Hugenoten eind zeventiende eeuw naar toe vluchtten, dus daar zat wat in.

Mijn moeder had de auto vol geladen met etenswaren en wijn omdat ze dacht dat je in Frankrijk niets kon krijgen. Ze was dan ook met stomheid geslagen toen we een gigantische Auchan binnen kwamen. Ze vond het een waar wonder en was niet meer weg te slaan. Liepen we op een schattig klein marktje met leuke terrasjes en keek ze heel sip. "Wat is er ma?" "Ik wil naar de Auchan!" Tja, we hebben de hele week in de Auchan rond gelopen en daar geluncht want dat vond ze het allerlekkerst. "Oh, wat heerlijk en oh wat zalig..."

In de tuin las ze Eckhart Tolle en de gesprekken met God van Neale Donald Walsch en ze riep om de bladzijde: "Dat ken ik, dat heb ik ook!!! Ik leef ook in het NU!" Je ziet ik heb het niet van een vreemde en dat ik het tegenwoordig leuk vind dat ik zo veel op haar lijk is ook een wonder.

Een paar jaar geleden was ik bij de medium-avond in Utbijhuis in Lelystad met Myrthe Bruinzeel. Nou ken ik haar al langer en ze kent ondertussen mijn moeder erg goed omdat die in elke sessie overduidelijk aanwezig is. Soms staat ze te springen en te dansen om maar mijn aandacht te krijgen. Af en toe krijg ik mails van mediums die een boodschap van mijn moeder hebben gekregen of ze dit of dat effe door willen geven. Dus toen ik naar Lelystad reed zei ik in het 'niets' tegen mijn moeder: "Ma, kom vandaag maar niet... er zijn nog anderen die ik wil spreken." Heb nog een aantal vriendinnen en een vriend aan de 'andere kant' en natuurlijk mijn pa en die kreeg vroeger ook al geen kans.

Myrthe was lekker op dreef en mijn God wat is dat toch een wonder... iedereen kwam aan de beurt en sommigen knikten en snikten... af en toe werd iemand niet herkend maar meestal was het goed raak en opeens zegt Myrthe, en ik voelde 'm al aankomen: "Er zijn nu twee mensen, een man en een vrouw... Marja, heb jij je moeder onderweg gevraagd om niet te komen vanavond? Nou ze laat zich niet wegsturen hoor... ze is er gewoon bij. 




Brieven van ma aan Simon Vinkenoog en Koos Alberts

Mijn moeder was kapster in haar jonge jaren. Het duurde niet lang want ze was allergisch voor bepaalde middelen. In de Amsterdamse kapsalon ergens in de Kinkerstraat, kwam ook de moeder van Simon Vinkenoog elke week. Die speelde buiten terwijl zijn moeder geknipt werd. "Tis een kwajongen maar wel een schat!" zei Simons moeder trots. Vlak voor zijn dood schreef ma Simon een brief waarin ze hem vertelde hoe trots zijn moeder op hem was.

Ze kreeg een lange brief terug waarin hij schreef hoe blij hij was met haar brief en dat hij graag koffie kwam drinken. Dat vond ma toch wat eng en zag grote wolken hasj door haar kamer trekken en Simon al dichtend sneller en nog meer pratend dan zij. Dus ze schreef hem dat ze het hier bij wilde laten.
Ma schreef wel vaker brieven. Een vriendin en ik zongen samen steeds 'Ik verscheurde je foto, heb je brieven verbrand!' en deden er een dansje bij en lagen dan dubbel van het lachen. Ik zei een keer gekscherend dat ik verliefd op Koos was. Nou ben ik meer op vrouwen maar ma nam het serieus en schreef Koos een brief dat haar dochter eindelijk op een man viel en wel op hem en dat ze nu zo opgelucht was. Ach, die moeder van me... wie weet wie ze nog meer schreef en waarover. Er zijn vast nog geheimen waar ik nooit meer achter kom.
Ik had Simon en mijn moeder wel eens samen willen zien.

Foto's: de jonge Simon en de jonge Koos, maar dat hoef ik jullie niet te vertellen. Zulke markante Amsterdammers.




Wednesday, February 18, 2026

Ode aan tante Engeltje

In de jaren zestig, ik was nog een klein meisje, zwierf mijn tante Engeltje dagelijks met wel twintig tasjes in tasjes in tasjes door Amsterdam. Ze werd uit Westerbork ontslagen omdat ze getrouwd was met een niet Joodse man. Als wij, mijn moeder en ik, haar tegen kwamen keek ze mij meewarig aan en zei: "Aggenebbisj, dat kind..." en gaf me een zompige zoen, waarop ze tegen ons begon te schelden en te tieren. Ze noemde mijn moeder 'nazi' en gaf haar de schuld van de oorlog, hetgeen gepaard ging met een hoop spuug. Ze belemmerde ons de doorgang, we stonden tegen de muur van een huis aangeplakt en konden geen kant op. Al was ze nog zo klein, ze hield ons gevangen met haar verbaal geweld. Het was alsof we gehypnotiseerd waren.

Tante Engeltje woonde in de Runstraat te Amsterdam. Ze had daar een kleine zolder kamer, in het midden van de kamer hing de wc-trekker. Over de bank en stoelen had ze doorzichtig plastic zeil en een penetrante geur benam ons de adem. De kamer stond vol met beelden. Wel dertig stuks. Elk beeld stond voor een omgekomen familielid tijdens de oorlog.
Ze benoemde ze één voor één: "Dit is Sem, dit is Leendert, dit is Miriam, tante Grietje, vader, moeder enzovoort. Liefdevol stofte ze tijdens het noemen van de namen de beelden af. Ze sprak met ze alsof ze leefden.

Tante Engeltje zette thee, de kopjes waste ze af met bleek: "Dat jullie niet viesj van me hoeven te zijn". We deden net of we een slokje namen en lieten de rest staan.
Na een rustig begin sprak ze sneller en sneller tot ze begon te schelden en tieren, vervolgens werden we de deur uitgegooid terwijl de boeken ons om de oren vlogen. We vluchten de trap af en trilden nog lang na.
Op een dag werd tante Engeltje opgenomen in Beth Shalom, een Joods ouderencentrum in Amsterdam. Ze was keurig gewassen en zat er heel zoet bij met gezonde rode wangen. Ze bleef het hele bezoek rustig. Ik denk nu dat ze haar iets hadden gegeven om rustig te blijven.
Tante Engeltje is in '82 overleden.

Van de week vond mijn vader een bundeltje met foto's en brieven. Twee schriftjes met herinneringen en aantekeningen van Tante Engeltje. Ze schreef oa hoe ze zich na de oorlog in haar kleine natte kamertje in een paleis waande: "alzoo ik er geen gezinnen uit elkaar zie scheuren en geen kinderlijden zie".

Een gedicht aan mijn grootvader, haar broer die voor de oorlog op het Waterlooplein stond met lompen:

Lieve Sem,

Wat heb ik mij in uw leven vergist en nooit geweten hoe schoon u leven was. 
Na u smartelijk lijden met al uw Dierbaren ik alleen moest gaan.
Alleen op den Dood nog wacht
Schrijf ik dat neer voor u
Met gebroken hart
Zoo, zie ik u nog met gebroken Jas
De Kraag hoog in uw Nek
u Handen waren slank
u Nagels wel eens zwart
u was altijd stil en in uzelf gekeerd
u Houding was als de Stille Zee.
Helaas u houding zei me toen niet veel

Ik zie u nog in de triestig Bede
U Dekens waren niet veel
Zelf sprak u ook nooit veel
Ik zie u nog achter de Kachel
Gelukkig was u met Kleinste als een Prins
Al had u weinig
wat u Edel ... tooide
want u was één van de negen
En allen moesten hard werken voor het brood
u was met alles tevreden
Wat Moeder en het Leven u bood.
2 van u broers vonden voor den Oorlog de dood
Het offer wat u zijn sterfbed bracht toen zag ik pas u
Diamant.
Had niet vader of moeder en geen van ons allemaal
kan bij zijn sterfbed staan
u deed dat met u Voddepak aan.
Dat Briljante zal ik nooit vergeten

Zie hoe een Mens groot kan zijn
Die een Voddepak heeft gesleten
Vergiffenis Sem
Miljoenen keer ik mij voor u schaamde
u bij de Voddekar zag staan en 
zelf met een Voddekar mij hiermee mijn leven redde
Een Voddekar door miljoen veracht heeft mij uit de gaskamer gebracht.

Was sterker als het Oorlogsgeweld
De Nederlaag mij aangedaan
De aller doen verslagen
Mij rijker door het leven doen gaan
na uw lijden met Miljoenen van alle Rassen.
Lieve Broer
Uw leven was Liefde
wat geen Voddenkar
Helaas uw Tragische tocht
naar de Gaskamer u liefde nooit konden ontnemen.

Met het schoonste gewaad ter Wereld
droeg u gang de Marteldood tegemoet
Het concentratiekamp te gemoet
Met uw laatste woorden:
Groet mijn kinderen.
Zeg hun dat ik op Westerbork ben.
Dank voor Alles

Rust zacht
Uw zuster Engelien

Lang na "gekke" tante Engeltjes dood kunnen we nog van haar inzicht leren.













Lees ook: De zoektocht van Sara Dresden



Tuesday, February 17, 2026

De ware schat

Gisteren werden mijn goede vriendin Riet Karsenbarg en ik hartelijk ontvangen in het herinneringscentrum Westerbork om de hieronder beschreven doos met briefkaarten te laten zien. Een indrukwekkende ervaring met dank aan José Martin die ruim de tijd voor ons nam.


Al jaren voor haar dood fluisterde mijn moeder elke keer als ik er was: ”Mar, als ik dood ben dan moet je onder alle kasten kijken en in alle zakken van jassen want daar ligt geld en er zijn aandelen en sieraden…”
Nu is mijn moeder al zo’n dertien jaar dood en mijn vader vertrok vier jaar later naar een verpleeghuis. Na een week gaf ik de sleutel van hun seniorenwoning aan de beheerder. Het huis was leeg.

Vierennegentig jaar opgeruimd. Ik kwam alle papieren van na hun trouwen tegen. Van reclamefolders tot huurbriefjes. Niets gooiden ze weg want het kon wel eens belangrijk zijn. De papierbak in de buurt liep ervan over.
Mijn vriendin en ik keken in alle zakken en tassen en onder elk meubelstuk, geen geld. Wel blikken vol met oude centen en inderdaad moeders grootste en duurste sieraad: een bloedkoralen ketting met oorhangers en een broche. Ze droeg het nooit omdat ze bang was dat ze het zou verliezen en het was zoveel waard.
Mijn vriendin zag het meteen: glas. Geen enkele waarde dan de emotionele en eerlijk gezegd heb ik die niet bij sieraden. Het aandeel bleek een waardeloos briefje uit 1960 van de woningbouwvereniging De Dageraad. Het gaf mijn moeder een rijk en geruststellend gevoel een aandeel te hebben voor later.

Toch vond ik een schat. Een grotere schat dan ik had verwacht.
Het waren twee dozen. Eén doos met alle brieven die ik ze ooit had gestuurd. Uit de tijd dat ik me al schrijvend groot hield terwijl ik in een kibboets in Israël werkte. Ik schreef prachtige brieven naar huis over hoe boeiend mijn leven was, terwijl ik elke avond huilend van heimwee in mijn bed lag te luisteren naar ”time in a bottle” van Jim Croce. Ook vond ik brieven van mijn grootouders van beide kanten. Die van mijn vader heb ik nooit gekend. De eerste twee dagen heb ik zitten lezen. Wat een rijkdom…

Het meest bijzondere was een lijstje waarin een briefkaart van mijn opa uit Westerbork en achter die briefkaart zaten meer briefkaarten verstopt. Hij had die uit de trein gegooid en iemand had het naar mijn moeder in Amsterdam gestuurd. Smeekbeden om ze niet te vergeten naar familie die inmiddels zelf opgepakt waren. Bedankjes voor voedselpakketjes: ”Dank voor de heerlijke broodjes, jammer dat de koek beschimmeld was” en zelfs keurige adreswijzigingen: ”Verhuisd van de Runstraat in Amsterdam naar Westerbork, barak 55.”

Samen met mijn tante doken we in de doos om alles samen te lezen van de familie die nooit terug kwam. Voor haar iets tastbaars van haar vader die ze nooit heeft gekend.
Die doos is de ware schat.




Saturday, February 14, 2026

Mijn oma op de buhne

Oma Christien was altijd wel voor een dansje te porren net als mijn moeder. We hoefden maar een quickstep te horen of hup daar gingen we de kamer door. Oma zou in deze tijd op het podium hebben gestaan waarschijnlijk ergens in een café in Amsterdam. Ze had een winkeltje met oude opgeknapte meubels en tapijten op de Ten Katemarkt en als de vrouw die een kraam had voor haar winkel niet genoeg hoedjes verkocht ging oma op de kraam staan en een liedje zingen.

Wat vind u nu wel van mijn mooie hoedje mevrouw,
Staat ie me nou?
Zeg het me gauw,
Zet ik 'm zo dan heb ik sjans
Zet ik 'm zo dan ben ik Frans.

Nou dan vlogen de hoedjes weg.

Ze werden ooit uitgenodigd voor een soort feest bij Ons Huis in de Rozenstraat en er werd iemand op het podium gevraagd om een bh te showen. Mijn moeder siste: 'Je doet het niet hoor' opa siste 'Nee, Christien!' maar Christien trok zich nergens wat van aan en voor ze het wisten stond ze op het podium. Mijn moeder en haar stiefvader konden het niet aanzien en stonden in de gang te wachten.

Dan zaten we in de kamer en opeens kwamen mijn moeder, tante en oma in hun nachtjaponnen binnen al zingend en dansend ook hier schoot iedereen in een kramp want de nachtjaponnen waren flink doorschijnend en daar hadden ze geen erg in. Als mijn moeder het had geweten had ze het nooit gedaan want ze was erg preuts.

Oma had een kist met allerlei verkleedspullen en mijn nichtje en ik zochten hoedjes en shawls uit en oma deed mee. Ach, je kon haar geen groter plezier doen. Tranen in haar ogen van het lachen of van ontroering als mijn nichtje en ik een liedje zongen.  Ik net effe later dan mijn nichtje want die was groter en die zong zo goed. 'Sur le pont d'Avignon' geen idee wat ik zong maar er hoorde een dansje bij in het rond.

Midden in de nacht haalde ze me uit bed om me een enorm stuk zelfgebakken appeltaart met slagroom te geven: "Niet tegen je moeder zeggen hoor!" Ik keek wel uit.

Een keer kreeg mijn oma me kwaad. Boven haar woonden twee prachtige Hindoestaanse jongens en op één van hen was ik op mijn twaalfde verliefd. Ik keek de hele dag uit het raam of ik hem zag. Net toen ik mijn haar stond te wassen werd er gebeld en de jongen kwam binnen. Wilde paniek, want hij mocht me zo niet zien en ik hoorde mijn oma zeggen. "Marja wast haar haar en ze is zo verliefd op je." Mijn schaamte en mijn woede waren groot.

Wat was ik dol op haar.









Friday, February 13, 2026

Het wonder van de donkere kamer

Mijn vader had vroeger een donkere kamer op zolder. Vond het altijd heel geheimzinnig hoe je van gewoon papier zomaar opeens een foto kon toveren. Hij was zo trots op zijn doka. Op een dag kregen mijn ouders eindelijk een woning met twee balkons. Na twintig jaar wonen zonder balkon was dat een hele verbetering. Ze waren zo gelukkig met hun nieuwe huis. Naast de keuken was een ruime bijkeuken en mijn vader zag zichzelf daar al met zijn dokaspullen weer prachtige foto's toveren. Tja, daar stak ma een stokje voor. Ze wilde de bijkeuken gebruiken als keuken en de echte keuken werd niet gebruikt want die bleef netjes voor de show.


Pa was teleurgesteld en deed zijn mond niet open. Ik deed nog een poging haar te overtuigen dat de bijkeuken een geweldige plek voor pa was en dat de keuken toch de keuken was om keuken te zijn. Het mocht niet helpen... moeders wil was wet. Pa's hobby was voorbij en hij bracht zijn foto's naar de fotowinkel om te laten ontwikkelen.


Mijn ouders kregen pas telefoon toen ik het huis uit ging zodat ik ze kon bereiken. Auto reden ze niet want dat was totaal niet nodig en het is nooit in ze op gekomen om een rijbewijs te halen.

De tijd ging verder en de computer kwam in ons leven en de GSM waar ik prachtige foto's mee kon maken en de foto's uit zijn jeugd die ik kon vergroten en zo scherp kon weergeven. Mijn vader was verrukt en verbijsterd over de techniek. Hij vertelde over hoe ze als kinderen naar buiten renden als er een vliegtuig overkwam en hoe ze met open mond van verwondering naar de lucht staarden. Hij is vijfennegentig geworden en heeft alle technische wonderen langs zien komen.


Hij kon zelf niet met een mobieltje omgaan. Zijn vingers trilden teveel en waren te groot. Het gaf niet... de gewone draadtelefoon werkte ook en dat je gewoon op 1 kon drukken en dat ie mij dan aan de telefoon kreeg was ook een wonder.