Mijn moeder woonde als kind in de Blasiusstraat in Amsterdam. Ze had een vriendinnetje Anna wiens vader meubelstoffeerder was, Zwafie werd ie genoemd, hij heette echt Israël Zwaaf. Ma vond het enorm interessant om te kijken hoe die man zijn werk deed. Ze bleef om hem heen hangen en dan zei hij: "Je trouwt nog eens met een meubelstoffeerder!" De man en zijn dochter overleefden de oorlog niet.
Avonturen
De boeken: 'Placebo's en fluitende fietsen' en 'Niets meer te bewijzen' zijn gratis als ebook te verkrijgen. Ben je geïnteresseerd stuur me dan een email via marjaruijterman@gmail.com. Alle 405 verhalen, ook die ik na de boeken schreef, zijn in deze blog te lezen. Hoop dat je er van geniet. Wil je een verhalenmiddag of een lezing organiseren, heel graag en stuur me dan ook een mail.
Monday, March 2, 2026
Voorbestemd
Mijn moeder woonde als kind in de Blasiusstraat in Amsterdam. Ze had een vriendinnetje Anna wiens vader meubelstoffeerder was, Zwafie werd ie genoemd, hij heette echt Israël Zwaaf. Ma vond het enorm interessant om te kijken hoe die man zijn werk deed. Ze bleef om hem heen hangen en dan zei hij: "Je trouwt nog eens met een meubelstoffeerder!" De man en zijn dochter overleefden de oorlog niet.
Sunday, March 1, 2026
Sofnaaister met poeha
Ze werkte vanaf haar dertiende bij verschillende werkgevers. In de oorlog op haar dertiende liep ze met haar zuster Annie op bij elkaar gelapte schoenen van de Ten Katemarkt naar de Koninginneweg waar ze zonder eten de hele dag moesten naaien. Een collega zat heerlijk belegde boterhammen te eten terwijl zij toekeken. Tot mijn moeder een keer flauw viel, daarna kregen ze elke middag een boterham. Jaren later werd ze aangenomen bij een ander atelier en ze vroeg of ze even mocht rondkijken op de werkvloer. Ze had zichzelf verkocht als topnaaister en liep rond als Meryl Streep in The Devil wears Prada en men was zeer onder de indruk. Haar aankomende collega's dachten dat ze een nieuwe directrice was. Toen ze eenmaal begon kreeg ze de wind van voren: "En jij noemt je een topnaaister met je poeha? Je bent een sofnaaister!"
Dan de keer dat ze de baas waar ze allemaal bang voor waren aan het dansen kreeg. "Dat lukt je nooit!" zeiden haar collega's. "Nou wacht maar af..." antwoordde ze. "Mijnheer Brauns, kunt u dansen?" De man was even van slag en zei: "Nee!" "Dat een heer zoals u niet kan dansen, kom ik leer het u." Ze zette haar collega's aan het nummer: 'Ik heb een huisje met een tuintje' te zingen, dwong de man in een quickstep en schopte zijn benen in de goede richting.
Ze kreeg het voor elkaar dat ze tussen de werkzaamheden koffie kregen wat toen schijnbaar niet de gewoonte was en stopte met werken bij haar trouwen wat wel de gewoonte was. Wat heerlijk dat ik tegenwoordig op alle werkplekken waar ik kom de heerlijkste cappuccino's krijg.
Van de week vond ik deze foto van Greet en Annie na de oorlog. Achterop deze tekst:
Wednesday, February 25, 2026
Twee koffers
Twee maanden ervoor had mijn moeder twee koffers gepakt. Eén voor voor mijn vader en één voor haarzelf. Ma regelde alles altijd ver van te voren. Om zes uur opstaan en op en top aangekleed zijn en het huis keurig aan kant. "Je weet maar nooit of er iemand langs komt", wat zelden meer gebeurde. Mijn verjaardag en Sinterklaascadeautjes kreeg ik altijd twee maanden van te voren omdat ze niet kon wachten. Om vier uur 's middags hadden mijn ouders al gegeten, want dan was de avond lekker lang.
Dus daar stonden de twee koffers en elke keer als ik kwam zei ma trots: "Kijk, de koffers staan al klaar, alles is al ingepakt, goed hè?"
Het was drie dagen voor ons vertrek. Ik moest die dag naar Brabant. Omdat ik een raar voorgevoel had, belde ik haar heel vroeg die ochtend.
Ma's stem klonk vreemd dus ik bedacht me geen moment en reed direct naar haar toe. Daar stond ze, midden in de kamer, volkomen ontredderd met een vragende blik.
In het ziekenhuis bleek dat ze een tia had gehad. Het ging al snel stukken beter. Ma babbelde weer honderuit en huppelde parmantig door de gangen van het ziekenhuis. Ook nu stond ze om zes uur opgetut en aangekleed met handtas naast haar bed op de verpleging te wachten.
Ze was drie dagen thuis toen ze weer een tia kreeg. Na een MRI in het ziekenhuis kreeg ze een hartaanval en na zes weken beademen besloten we de stekker er uit te trekken.
We namen prachtig afscheid en ik verwerkte mijn verdriet. Ik dook er helemaal in en genoot er van.
Na een paar weken opende ik de koffers. In de éne koffer lag een verfrommelde trui en in de andere een paar sokken.
Inmiddels is mijn moeder al een aantal jaren gestorven. Ze heeft al vaak op diverse manieren van zich laten horen. Toen midden in de nacht een hoop klopgeluiden naast mijn bed roffelden en het licht plotseling aan ging was het tijd voor een telefonische sessie met Myrthe, het medium, om half elf. Zegt ze: "Je moeder was hier vanmorgen al om zeven uur. Heb haar gezegd dat ik toch eerst moest douchen maar ze kon niet wachten." Zo zie je maar: zo beneden, zo boven:)
Tuesday, February 24, 2026
Jomanda en de energie van mijn moeder.
Sunday, February 22, 2026
Kolenkit
Na een balkonloze woning in de Talmastraat in de Pijp kregen mijn ouders een woning op het Jan van Schaffelaarplantsoen in de Bos en Lommer en tot grote blijdschap van mijn moeder met twee balkons voor en achter. Als een koningin hield ze de snelweg, de brandweer en de Kolenkit in de gaten. Dat deed ze met passie want toen de Kolenkit gesloopt dreigde te worden liep ze op hoge poten met mijn vader in haar kielzog naar de vergadering. Ze riep: "Zelfs de Russen komen hier speciaal om de Kolenkit te fotograferen ik heb ze zelf gezien!" Nou waren er in die tijd niet veel Russen te bekennen en ik denk dat mijn moeder nog veel meer heeft gezegd want die hield niet snel haar mond. Het bleek te helpen en ze kreeg een bedankbrief van de kerkraad hoewel ze zelf niet van de kerk was. De snelweg A10 vond ze zo gezellig met al die passerende auto's. "Enig, je ziet de hele dag wat bewegen!"
Ze waren vijftig jaar getrouwd en vroeger kwam dan de burgemeester maar nu kwam het hoofd van de Stadsdeelraad Bos en Lommer. Mijn moeder zat er al jaren op te wachten dat de burgemeester persoonlijk bij haar langs zou komen. Nou ja het was niet de burgervader zelf maar deze man straalde ook een vriendelijk vaderlijk gezag uit en de bedoeling was dat hij een speech zou houden in de woonkamer. Het liep anders. De man ging zitten, mijn moeder ging staan, postte zichzelf tegen zijn stoel aan en hield een speech van ongeveer een uur over zichzelf en wat voor geweldige dingen ze in haar leven had gedaan. De man bleef een uur lang vriendelijk knikken en zei toen dat hij nog een vergadering op kantoor had. Van zijn speech kwam niets meer maar mijn moeder was dik tevreden dat ze de 'burgemeester' eens goed had verteld wie ze was. Hij bleek de man van een vrouw waarmee ik af en toe werkte bij de bieb op plein 40-45. Kwam ze een paar maanden later tegen in de bioscoop. Nu vertelde hij dat hij zeer had genoten van mijn moeders speech.
Ze woonden drie hoog en dat waren een hoop trappen die ze graag nog namen. Ik moest altijd flink uithijgen maar zij niet. "Oh, dat houdt ons jong!" Maar ja, pa liep tegen de negentig en ma tegen de tachtig en de woning zou gerenoveerd dus ze moesten verhuizen. Gelukkig kregen ze een ouderenflat in Osdorp en dat is een volgend verhaal.
Saturday, February 21, 2026
Mijn moeder in het COC
"Wat heeft ze een raar nekkie" en dan zag ik het ook ineens, hoe groot mijn verliefdheid ook was.
Na acht jaar schreef ze er een gedicht over. Mijn vader reageerde: "Ach, als je maar gelukkig bent. Ik dacht het al aan de manier waarop je je jas dicht knoopt." Heb nooit begrepen hoe ik mijn jas dicht knoop.
Er werd een moeder dochter-avond georganiseerd door het COC en ja hoor ze ging mee. Mijn vader ook want ze gingen overal samen naar toe maar hij mocht niet naar binnen. Het was hartje Amsterdam, mijn vader ging nooit naar café's en hij heeft de hele avond op de gang zitten wachten.
Mijn moeder had ook hier het hoogste woord en begon haar gedicht voor te lezen. Ik schaamde me dood en verstopte me onder de bar. Iedereen vond het prachtig en ze kreeg applaus. Daarna gingen we dansen. Een vrouw stapte op mijn moeder af en vroeg haar ten dans. 'Oh God, nou zul je het hebben.
Mijn moeder stond op, keek naar me met een blik van: ik laat me niet kennen en danste een quickstep met de vrouw al worstelend wie hier de leiding nam. Die liet ze zich niet uit handen nemen en de vrouw ook niet. Mijn moeder en ik raakten aardig teut en het werd steeds gezelliger. Toen het afgelopen was kwamen we de hal in en daar zat mijn vader trouw te wachten. Samen liepen ze terug naar de Bos en Lommer. Realiseer me nu dat ik 'm niet eens een drankje ben komen brengen.
Het gedicht werd in het COC-krantje geplaatst. Ik was het kwijt maar iemand heeft het opgeduikeld tot mijn grote verrassing. Toen vond ik het vreselijk maar nu ben ik zo trots op haar.
Je komt terecht in een labyrint.
Je kind heeft dat jaren opgepot.
De homofielen hebben zich altijd verstopt.
daarom voel je je op dat moment gebroken
als je kind zegt: ik ben homofiel
word je getroffen in je ziel.
als je verdriet wat gaat bezwijken
dat je kind heeft moeten vechten
voor haar gevoelens en haar rechten
en dat je kind helpt meevechten
voor een anders kind haar rechten.
Zodat een ander niet hoeft te vechten
en rustig kan zeggen met hun ziel:
“Ma en pa ik ben homofiel”.
en als ze eerlijk toegeven aan hun gevoelens dan doet het je als ouders pijn.
Dat is toch te gek om los te lopen.
En daarom is het in de toekomst te hopen
dat mensen zich niet meer hoeven te verstoppen
en hun gevoelens op te kroppen.
En dat alle homofielen vechten voor hun rechten.
Dat in het jaar tweeduizend
een ouder niet ontluistert als een kind zegt: Ik ben homofiel
De ouders dan blij kunnen zijn in hun ziel.
Mijnheer, u deugt niet!
Friday, February 20, 2026
Over wonderen, mijn moeder en Eckhart Tolle
Myrthe was lekker op dreef en mijn God wat is dat toch een wonder... iedereen kwam aan de beurt en sommigen knikten en snikten... af en toe werd iemand niet herkend maar meestal was het goed raak en opeens zegt Myrthe, en ik voelde 'm al aankomen: "Er zijn nu twee mensen, een man en een vrouw... Marja, heb jij je moeder onderweg gevraagd om niet te komen vanavond? Nou ze laat zich niet wegsturen hoor... ze is er gewoon bij.
Brieven van ma aan Simon Vinkenoog en Koos Alberts
Mijn moeder was kapster in haar jonge jaren. Het duurde niet lang want ze was allergisch voor bepaalde middelen. In de Amsterdamse kapsalon ergens in de Kinkerstraat, kwam ook de moeder van Simon Vinkenoog elke week. Die speelde buiten terwijl zijn moeder geknipt werd. "Tis een kwajongen maar wel een schat!" zei Simons moeder trots. Vlak voor zijn dood schreef ma Simon een brief waarin ze hem vertelde hoe trots zijn moeder op hem was.
Wednesday, February 18, 2026
Ode aan tante Engeltje
Tante Engeltje woonde in de Runstraat te Amsterdam. Ze had daar een kleine zolder kamer, in het midden van de kamer hing de wc-trekker. Over de bank en stoelen had ze doorzichtig plastic zeil en een penetrante geur benam ons de adem. De kamer stond vol met beelden. Wel dertig stuks. Elk beeld stond voor een omgekomen familielid tijdens de oorlog.
Ze benoemde ze één voor één: "Dit is Sem, dit is Leendert, dit is Miriam, tante Grietje, vader, moeder enzovoort. Liefdevol stofte ze tijdens het noemen van de namen de beelden af. Ze sprak met ze alsof ze leefden.
Tante Engeltje zette thee, de kopjes waste ze af met bleek: "Dat jullie niet viesj van me hoeven te zijn". We deden net of we een slokje namen en lieten de rest staan.
Na een rustig begin sprak ze sneller en sneller tot ze begon te schelden en tieren, vervolgens werden we de deur uitgegooid terwijl de boeken ons om de oren vlogen. We vluchten de trap af en trilden nog lang na.
Op een dag werd tante Engeltje opgenomen in Beth Shalom, een Joods ouderencentrum in Amsterdam. Ze was keurig gewassen en zat er heel zoet bij met gezonde rode wangen. Ze bleef het hele bezoek rustig. Ik denk nu dat ze haar iets hadden gegeven om rustig te blijven.
Tante Engeltje is in '82 overleden.
Van de week vond mijn vader een bundeltje met foto's en brieven. Twee schriftjes met herinneringen en aantekeningen van Tante Engeltje. Ze schreef oa hoe ze zich na de oorlog in haar kleine natte kamertje in een paleis waande: "alzoo ik er geen gezinnen uit elkaar zie scheuren en geen kinderlijden zie".
Een gedicht aan mijn grootvader, haar broer die voor de oorlog op het Waterlooplein stond met lompen:
Tuesday, February 17, 2026
De ware schat
Gisteren werden mijn goede vriendin Riet Karsenbarg en ik hartelijk ontvangen in het herinneringscentrum Westerbork om de hieronder beschreven doos met briefkaarten te laten zien. Een indrukwekkende ervaring met dank aan José Martin die ruim de tijd voor ons nam.
Al jaren voor haar dood fluisterde mijn moeder elke keer als ik er was: ”Mar, als ik dood ben dan moet je onder alle kasten kijken en in alle zakken van jassen want daar ligt geld en er zijn aandelen en sieraden…”
Nu is mijn moeder al zo’n dertien jaar dood en mijn vader vertrok vier jaar later naar een verpleeghuis. Na een week gaf ik de sleutel van hun seniorenwoning aan de beheerder. Het huis was leeg.
Vierennegentig jaar opgeruimd. Ik kwam alle papieren van na hun trouwen tegen. Van reclamefolders tot huurbriefjes. Niets gooiden ze weg want het kon wel eens belangrijk zijn. De papierbak in de buurt liep ervan over.
Mijn vriendin en ik keken in alle zakken en tassen en onder elk meubelstuk, geen geld. Wel blikken vol met oude centen en inderdaad moeders grootste en duurste sieraad: een bloedkoralen ketting met oorhangers en een broche. Ze droeg het nooit omdat ze bang was dat ze het zou verliezen en het was zoveel waard.
Mijn vriendin zag het meteen: glas. Geen enkele waarde dan de emotionele en eerlijk gezegd heb ik die niet bij sieraden. Het aandeel bleek een waardeloos briefje uit 1960 van de woningbouwvereniging De Dageraad. Het gaf mijn moeder een rijk en geruststellend gevoel een aandeel te hebben voor later.
Toch vond ik een schat. Een grotere schat dan ik had verwacht.
Het waren twee dozen. Eén doos met alle brieven die ik ze ooit had gestuurd. Uit de tijd dat ik me al schrijvend groot hield terwijl ik in een kibboets in Israël werkte. Ik schreef prachtige brieven naar huis over hoe boeiend mijn leven was, terwijl ik elke avond huilend van heimwee in mijn bed lag te luisteren naar ”time in a bottle” van Jim Croce. Ook vond ik brieven van mijn grootouders van beide kanten. Die van mijn vader heb ik nooit gekend. De eerste twee dagen heb ik zitten lezen. Wat een rijkdom…
Het meest bijzondere was een lijstje waarin een briefkaart van mijn opa uit Westerbork en achter die briefkaart zaten meer briefkaarten verstopt. Hij had die uit de trein gegooid en iemand had het naar mijn moeder in Amsterdam gestuurd. Smeekbeden om ze niet te vergeten naar familie die inmiddels zelf opgepakt waren. Bedankjes voor voedselpakketjes: ”Dank voor de heerlijke broodjes, jammer dat de koek beschimmeld was” en zelfs keurige adreswijzigingen: ”Verhuisd van de Runstraat in Amsterdam naar Westerbork, barak 55.”
Samen met mijn tante doken we in de doos om alles samen te lezen van de familie die nooit terug kwam. Voor haar iets tastbaars van haar vader die ze nooit heeft gekend.
Die doos is de ware schat.
Saturday, February 14, 2026
Mijn oma op de buhne
Wat vind u nu wel van mijn mooie hoedje mevrouw,
Staat ie me nou?
Zeg het me gauw,
Zet ik 'm zo dan heb ik sjans
Zet ik 'm zo dan ben ik Frans.
Nou dan vlogen de hoedjes weg.
Ze werden ooit uitgenodigd voor een soort feest bij Ons Huis in de Rozenstraat en er werd iemand op het podium gevraagd om een bh te showen. Mijn moeder siste: 'Je doet het niet hoor' opa siste 'Nee, Christien!' maar Christien trok zich nergens wat van aan en voor ze het wisten stond ze op het podium. Mijn moeder en haar stiefvader konden het niet aanzien en stonden in de gang te wachten.
Dan zaten we in de kamer en opeens kwamen mijn moeder, tante en oma in hun nachtjaponnen binnen al zingend en dansend ook hier schoot iedereen in een kramp want de nachtjaponnen waren flink doorschijnend en daar hadden ze geen erg in. Als mijn moeder het had geweten had ze het nooit gedaan want ze was erg preuts.
Oma had een kist met allerlei verkleedspullen en mijn nichtje en ik zochten hoedjes en shawls uit en oma deed mee. Ach, je kon haar geen groter plezier doen. Tranen in haar ogen van het lachen of van ontroering als mijn nichtje en ik een liedje zongen. Ik net effe later dan mijn nichtje want die was groter en die zong zo goed. 'Sur le pont d'Avignon' geen idee wat ik zong maar er hoorde een dansje bij in het rond.
Midden in de nacht haalde ze me uit bed om me een enorm stuk zelfgebakken appeltaart met slagroom te geven: "Niet tegen je moeder zeggen hoor!" Ik keek wel uit.
Een keer kreeg mijn oma me kwaad. Boven haar woonden twee prachtige Hindoestaanse jongens en op één van hen was ik op mijn twaalfde verliefd. Ik keek de hele dag uit het raam of ik hem zag. Net toen ik mijn haar stond te wassen werd er gebeld en de jongen kwam binnen. Wilde paniek, want hij mocht me zo niet zien en ik hoorde mijn oma zeggen. "Marja wast haar haar en ze is zo verliefd op je." Mijn schaamte en mijn woede waren groot.
Wat was ik dol op haar.
Friday, February 13, 2026
Het wonder van de donkere kamer
Mijn vader had vroeger een donkere kamer op zolder. Vond het altijd heel geheimzinnig hoe je van gewoon papier zomaar opeens een foto kon toveren. Hij was zo trots op zijn doka. Op een dag kregen mijn ouders eindelijk een woning met twee balkons. Na twintig jaar wonen zonder balkon was dat een hele verbetering. Ze waren zo gelukkig met hun nieuwe huis. Naast de keuken was een ruime bijkeuken en mijn vader zag zichzelf daar al met zijn dokaspullen weer prachtige foto's toveren. Tja, daar stak ma een stokje voor. Ze wilde de bijkeuken gebruiken als keuken en de echte keuken werd niet gebruikt want die bleef netjes voor de show.
Pa was teleurgesteld en deed zijn mond niet open. Ik deed nog een poging haar te overtuigen dat de bijkeuken een geweldige plek voor pa was en dat de keuken toch de keuken was om keuken te zijn. Het mocht niet helpen... moeders wil was wet. Pa's hobby was voorbij en hij bracht zijn foto's naar de fotowinkel om te laten ontwikkelen.
Mijn ouders kregen pas telefoon toen ik het huis uit ging zodat ik ze kon bereiken. Auto reden ze niet want dat was totaal niet nodig en het is nooit in ze op gekomen om een rijbewijs te halen.
De tijd ging verder en de computer kwam in ons leven en de GSM waar ik prachtige foto's mee kon maken en de foto's uit zijn jeugd die ik kon vergroten en zo scherp kon weergeven. Mijn vader was verrukt en verbijsterd over de techniek. Hij vertelde over hoe ze als kinderen naar buiten renden als er een vliegtuig overkwam en hoe ze met open mond van verwondering naar de lucht staarden. Hij is vijfennegentig geworden en heeft alle technische wonderen langs zien komen.
Hij kon zelf niet met een mobieltje omgaan. Zijn vingers trilden teveel en waren te groot. Het gaf niet... de gewone draadtelefoon werkte ook en dat je gewoon op 1 kon drukken en dat ie mij dan aan de telefoon kreeg was ook een wonder.







.jpg)










