zondag 14 juli 2024

Stilte, zand, zee en vogels zijn gratis!

 Wim werd rijk. Een stoere, knappe vijftiger. Jaren lang ploeterde hij in het bedrijf van zijn vader. Nu was zijn vader overleden en begon het bedrijf te bloeien. De ene order na de ander kwam binnen en toch ging het niet goed met hem. “Marja, ik zit volledig in de stress. Ik lig wakker ’s nachts. Ik ga nooit op vakantie en ik wil zo graag!” “Wat houdt je tegen?” vroeg ik. ”Mijn vader. Hij is al een aantal jaren dood. Hij zei altijd tegen me: Geen flauwekul, er moet gewerkt worden, luiwammes! Als ik op vakantie ga, hoor ik nog steeds zijn stem. Dus ga ik maar niet.”


Wim en zijn vrouw kochten een prachtig huis met een vijver in de tuin. Er stond een gigantische auto voor de deur, het nieuwste van het nieuwste, maar hij kon er niet van genieten. Daardoor zijn vrouw ook niet, want die zat met een sombere Wim. Ik vroeg wat hij graag zou willen doen op vakantie: Hij had prachtige ideeën: zeilen bij Griekenland, vissen in Schotland, met een cabriolet door Europa trekken. Het kwam er nooit van. Hij verzorgde plichtmatig zijn vijver met de mooiste vissen, hij zag de vissen niet eens en piekerde zich suf.

Na een aantal gesprekken, waarin Wim zich steeds meer los kon zien van zijn vader, zei ik: “Kom op, we gaan naar het strand.” We stapten in zijn super-de-luxe wagen en we reden naar de zee. We zaten in het zand. “Neem eens wat zand in je hand en doe je ogen dicht. Laat het langzaam door je hand vallen en voel het zand langs je vingers weglopen en luister eens, hoor je de zee? De meeuwen?” Wim vond het geweldig. Niet alleen de gekkigheid van de opdracht verraste hem, ook dat hij nog nooit zo bewust met de natuur was bezig geweest.

Vanaf die tijd wandelde hij elke week een paar keer ’s avonds met zijn vrouw langs de zee. Niet lang daarna boekte hij een reis op een zeilschip. Onlangs, jaren later, belde ik hem. Wim heeft nu een paard en een cabriolet en hij geniet met volle teugen. Ook zijn vrouw kan weer genieten met een vrolijke man.

Tijdens een training met managers wandelen we in stilte door de bossen. Een hoop gesputter… “Mogen we helemaal niet praten?” “Nee”, zeg ik streng. “Tijdens de wandeling mogen jullie een half uur geen woord zeggen!” Ze vinden het maar niets. Toch lopen ze gehoorzaam achter me aan, niemand zegt een woord. Na een half uur komen ze als vrolijke kinderen naar me toe. “Ik heb zulke mooie vogels gehoord! Ik zag bomen die ik nog nooit heb gezien!”

We lopen vaak langs het leven heen. Er is zo weinig voor nodig om weer terug naar onszelf te komen. Daar hoeven we geen dure vakanties voor te boeken. Stilte is al genoeg. In het begin is het afkicken van de drukte en het dagelijkse lawaai. Even volhouden… blijven ademen en concentreren op het geluid van de bomen… of luisteren naar de stilte.

Stilte, zand, zee en vogels zijn gratis!



vrijdag 12 juli 2024

Het Calimero-effect


Over je te klein of te groot voelen en over gelijkwaardigheid.


Ken je ‘m nog, dat kleine kuikentje? “Zij zijn groot en ik is klein en dat is niet eerlijk!” Wie voelt niet af en toe het Calimero-effect? Als redelijk denkend mens lijkt het of we dit station zijn gepasseerd, maar af en toe kan het de kop weer opsteken.

Sommige mensen of situaties roepen het weer op. Net als je denkt dat je nu wel volwassen bent en stevig in je schoenen staat, slaat het weer toe.
Je zit voor een sollicitatiecommissie van een aantal mensen of iemand lijkt op je vader of een leraar, waardoor je je ineens weer een klein meisje of jongetje voelt. Iemand vertelde laatst dat tijdens een gesprek een collega haar wenkbrauw optrok. Dat was alles, maar toch reageerde hij als een puber.
Natuurlijk laat je je niet kennen en we hebben allemaal zo onze manieren gevonden hoe ermee om te gaan. De één doet stoer of arrogant en de ander duikt weg of begint te giechelen.

Hoe pas je het principe van gelijkwaardigheid toe?
Het is heel eenvoudig, niet ingewikkeld en binnen een seconde te doen. De eerste keer dat ik als vrouw met een bedrijf naar een potentiële klant ging, had ik me keurig in een pakje gehesen en zat in de gang te wachten tot ik binnen werd geroepen. Ik voelde me als ‘kleine’ Marja die de grote wereld induikt. Enkele seconden voor ik binnenstapte bedacht ik me dat dit helemaal mis ging. Ik besloot ter plekke dat ik een vrouw met een bedrijf was en een prachtig aanbod had. Mijn houding veranderde in een volwassen houding en op het moment dat ik de man ontmoette, kon ik hem ontspannen een stevige hand geven. Het was binnen een seconde gepiept.

Peter was leidinggevende over tien medewerkers. Hij had het gevoel dat hij niet geschikt was voor dit werk. Het idee dat hij leidinggevende was had zich nog niet in hem geworteld. Hij was altijd bang dat men hem zou ‘overrulen’. Daardoor voelde hij zich niet op zijn gemak bij zijn eigen leidinggevende, volgens hem een autoritaire man. Als hij een gesprek met hem had, voelde hij zich kleintjes en zwak.

We hebben gekeken naar de houding waarmee Peter bij zijn leidinggevende zat tijdens een gesprek. Een beetje uitgezakt en lage schouders. Ook keken we naar zijn gedachten op dat moment. “Hij is veel krachtiger dan ik, hij doorziet mij!” Zijn adem zat zowat in zijn keel en zijn uitstraling was minimaal.
Wat kun je doen als je dit bij jezelf herkent?
Ga goed zitten, stevig met de billen op de stoel en benen op de grond. Stap in het bewustzijn van gelijkwaardigheid. Dat is eenvoudiger dan je denkt. Zeg tegen jezelf: “Wij zijn gelijkwaardig!” Kijk de ander recht in de ogen. Mogelijk effect in het begin: trillende knieën en het koude zweet. Laat maar komen, geeft niets en het hoort erbij. Houd vol en ga er vanuit: “Ik kan dit aan, wij zijn gelijkwaardig.” Blijf rustig in- en uitademen. Als je wat zegt, zeg het op de uitademing, dan adem je de spanning het lichaam uit.
Het is geen truc, maar een snelle methode om te komen bij wie je werkelijk bent. Je wordt ontspannen en je voelt dat je het waard bent om er te zijn. Binnen twee maanden vond Peter een baan als leidinggevende van vijfentwintig medewerkers en hij doet dat nu al jaren met veel plezier.

De andere kant kan ook. Het “ik is groot en zij zijn klein” -gevoel.
Je praat met iemand en opeens voel je je superieur. De ander maakt zich kleiner dan jij en kijkt tegen je op. De valkuil is dat je het prettig vindt en het streelt je ego. Dat kan compensatie zijn voor je minderwaardig voelen. Er is weinig voor nodig om de ander te doen groeien tot normale, gelijkwaardige proporties. Zie hem als gelijkwaardig en reageer niet op klein gedrag. Neem de ander serieus. Ook als hij dat zelf niet doet. Je ziet de ander voor je ogen bijtrekken tot volwassen proporties.

Ik was een jonge vrouw van achttien en klein van stuk. Men had de neiging om me over mijn hoofd te aaien en te zeggen: “Ach gut, die Marja, wat een schatje.” Lief natuurlijk, maar funest voor mijn zelfrespect. Tot iemand eens met me praatte als volwassene tot volwassene.
Ze deed niets bijzonders, behalve dat ze me serieus nam. Ik voelde me ter plekke groeien.
Als je Calimero er uitblaast, blijf jijzelf over, de enige echte en dat voelt goed.

Tips:

Neem het besluit: wij zijn gelijkwaardig aan elkaar. (Dat wil niet zeggen dat je ook hetzelfde bent. Ieder mens is uniek!)
Je verandert je houding van klein naar stevig.
Je bedenkt je: Ik ben volwassen.
Je ademt rustig in en uit en helemaal naar de buik toe.
Je kijkt de ander rustig aan. Als je ontwenningsverschijnselen voelt, zoals zweten, knikkende knieën: laat maar komen, het hoort erbij.
Je begint te spreken op de uitademing.

Lees: Susan Jeffers: “Niet durven, toch doen.

Voor mensen die het meerderwaardigheidsyndroom hebben:
• Als je altijd het gevoel hebt dat je anderen op hun fouten moet wijzen om jezelf groter te maken.
• Als je eerder iemands fouten ziet dan hun kwaliteiten.
• Als je op anderen neerkijkt om wie ze zijn.
• Als je denkt dat je meer bent dan anderen.

Weet dat je jezelf ter plekke kunt bevrijden en dat je zoveel gelukkiger zult zijn als je dat alles van je afgooit. Kijk opnieuw naar de mensen om je heen en zie wie ze werkelijk zijn. Kijk dieper en intensiever dan ooit. Weet dat je mag zijn wie je bent met alles er op en er aan. Dat mensen dan van je zullen houden en belangrijker: dat je van je zelf zult houden. Je hoeft alleen maar uit te blazen en tegen jezelf zeggen: “Rustig maar, het is goed zo… vanaf nu ga ik het anders doen. Ik hoef alleen mezelf te zijn, dat is goed genoeg.” Je zult wonderen voor je ogen zien voltrekken. Zowel privé als op het werk. En oh, wat zul je opgelucht zijn en je omgeving ook.



dinsdag 9 juli 2024

Video: Jan Willem van der Straten interviewt me over de Kracht van Gedachten (10 min)

Tijdens het Zinwebcafé in Amsterdam ontmoette ik Jan Willem van der Straten, theoloog en sociaal ondernemer. We hadden een mooi gesprek en een tijdje later belde hij me of ik door hem geïnterviewd wilde worden over de Kracht van Gedachten. Ik toog naar Leiden waar hij prachtig woonde aan een gracht. De koffie en de camera stond klaar. Dit is ondertussen elf jaar geleden en was ik een stuk jonger.


Interview over de Kracht van Gedachten.

Het boek 'Gedachtenkracht' is inmiddels herzien in 'Placebo's en fluitende fietsen'. Zelfde boek, andere titel, andere lay-out en wat verbeteringen aangebracht.


Jubileumverhaal éénendertig jaar.

Zou eigenlijk een feest moeten geven maar dat is me nu teveel gedoe. Ben net een jaar gepensioneerd maar werk nog af en toe met heel veel plezier. Precies 31 jaar geleden, januari 1993, durfde ik de stoute schoenen aan te doen en begon te acquireren. Eerst aarzelend want 'zaken doen' was bijna vies in mijn jeugd. "Ze gaan over lijken" zei mijn moeder en nu begon ik zelf. Ma riep: "Dat kan je niet!" want die hield van zekerheid en zag me liever getrouwd met een keurige baan. De postbank belde of ik langs wilde komen. Had een foldertje gestuurd en dat vond ie zo schattig onbeholpen dat ie me wel eens wilde zien. Het viel op tussen de professionele folders. Ik mocht drie mensen coachen en als dat goed ging kreeg ik meer opdrachten. Ze waren enthousiast hoewel ze wel aanmerkingen hadden over mijn schoenen en mijn fiets maar die waren zo vervangen dus ik kon door.

Al snel vroeg men of ik ook een communicatietraining kon geven. "Jawel hoor!" zei ik stoer en rende naar de bieb om er boeken over te halen en onderzocht mijn eigen valkuilen en kwaliteiten over communicatie. Had snel een training in elkaar getimmerd. Ik wist niets van zenden en ontvangen en dergelijke termen maar dat gaf niet want mijn aanpak werkte prima. "Geef je ook Timemanagementtrainingen?" "Ja hoor... en hup rende ik weer naar de geweldige bibliotheek en zette een training in elkaar waar ik zelf ook wat aan had.
De bibliotheek was mijn hele leven al een prachtig oord van inspiratie en later trainde ik alle bibliotheken van Amsterdam en omstreken en verder in het land. Zelfs op dezelfde afdeling waar ik als kind al boeken uitzocht met mijn vader.
Van de Postbank naar de ING, via de ING naar de KPN via de tante van één van de opdrachtgeefsters... via collega's naar de Politie waar ik dienders opleidde in het coachen van jonge collega's en de Belastingdienst waar ik opleidingen gaf aan mensen die ZZP-ers zoals ik moesten gaan bezoeken en controleren . Via de KPN naar de VU waar ik studenten trainde in omgaan met studiestress en studiekeuze en presenteren. Van het één kwam het ander en deed zeeën van ervaring op. Via een artikel dat ik mocht schrijven voor het Financieel Dagblad al 13 jaar bij Prowareness in Delft.
Bellen naar bedrijven uit het telefoonboek en vragen: "Heerst er stress in uw organisatie?" wat meestal interessante gesprekken opleverde en een enkele keer een gesprek of een opdracht. Een keer had ik een dame aan de telefoon en op mijn vraag riep ze: "Komen NU!!!!" en ik sprong op mijn fiets naar een school voor makelaars en daar heb ik jaren gecoacht en getraind. Losse workshops, lezingen over de Kracht van Gedachten, de Goeroe of de coach in jezelf. Maakte en speelde een voorstelling over mijn moeder en mijn zoektocht naar het Licht.
Het schrijven begon toen ik kwaad was op een arts die een man antidepressiva en slaaptabletten voorschreef nog voor hij een coachtraject of iets dergelijks had gedaan. Gelukkig wees de man de medicijnen af en binnen drie maanden was hij van zijn overspannenheid af. Hij had alleen een verkeerde manier van denken en ademen aangeleerd en nu coachte hij collega's die in het zelfde schuitje zaten. Ik schreef er een stukje over in mijn boosheid en stuurde het per email naar al mijn contacten. Email was net in gebruik en kreeg zoveel mooie reacties dat ik dacht: 'zo heb ik er nog wel een paar' en schreef door. Dat resulteerde in twee boeken met verhalen en na de boeken nog veel meer verhalen over van alles wat ik maar kon bedenken, tegenkwam, waar ik de mist in ging, wat ik leerde, wie me inspireerde. Dat bleek van alles te kunnen zijn en het werd mijn grote hobby.
Ging het hele land door en kwam de meest interessante en leuke mensen tegen, soms ook boze: "Wat moet ik met die stomme training?" maar dat duurde nooit zo lang.
Nu ben ik gepensioneerd sinds een jaar en coach af en toe nog even lekker door. Wil lezingen en workshops gaan geven over van alles.
Geen gouden horloge voor dertig jaar spelenderwijs werken, die heb ik niet nodig. Wel dit verhaal om het te vieren. Wie had ooit gedacht dat ik het dertig jaar zou doen?
















maandag 8 juli 2024

Einstein en rommeltassen

Daarnet zag ik een filmpje over stringtheorie en in dat filmpje lieten ze het bureau van Einstein zien. Eén van de meest bekende geleerden van de wereld met zo'n bureau? Moest denken aan een lezing die ik mocht houden over 'hoe je kinderen kunt helpen zelfvertrouwen te krijgen' op een groot college aan ouders en docenten. Na de lezing mochten mensen vragen stellen. Eén van de moeders vroeg: "Wat moet ik doen? Mijn dochter heeft altijd een enorme rommel in haar tas. Ik erger me er zo aan, dat is toch niet normaal?" Ik antwoordde: "Bereid u er op voor dat uw dochter haar hele leven een rommeltas zal houden en u zult zich uw hele leven blijven ergeren."

Ik vroeg aan de zaal hoeveel mensen een rommeltas hadden. Vele handen gingen omhoog. "Wat is uw beroep?" vroeg ik verder. De één had een eigen bedrijf, de ander was docent en ja ook de directeur van het college was een rommelaar. Het bleek dat een rommelige tas niet hoeft te betekenen dat je niets kan bereiken in het leven. De moeder moest er zelf om lachen en ik hoop dat het haar hielp tegen het ergeren. Als ik het toen had geweten had ik het bureau van Einstein als voorbeeld genomen. Dus rommelaars, zoals ik, rommel lekker door. Het zegt niets over je intelligentie.



zondag 7 juli 2024

Therapie is voor asocialen

Hoe mijn moeder een maatschappelijk werkster aan het huilen kreeg en ik een therapeute bijbracht met een kop thee. Over minder goede en goede therapeuten en over hoe we het uiteindelijk allemaal zelf doen.

Vroeger was het bij ons thuis een zwaktebod om in therapie te gaan. Dat was voor “asocialen.” De buren waren “asociaal” want die hadden een maatschappelijk werkster. Nee, wij waren van een ander slag. Op een dag vertrok ik, tijdens de lunchpauze, totaal overstuur van mijn werk. Op mijn zestiende werkte ik al op een kantoor. Ik kwam keurig na vijf uur thuis en daar zat een maatschappelijk werkster van mijn werk. Ze zat te huilen.
Ze kwam naar ons huis om te vragen wat er met mij aan de hand kon zijn dat ik van mijn werk was weggebleven. Mijn moeder vond dat natuurlijk maar niets en had haar een kop koffie aangeboden. Ze ging er eens goed voor zitten, keek de vrouw diep aan en zei: “U bent niet gelukkig hè… u heeft heel veel verdriet!” En hup… daar kwamen de tranen waarna ze haar hele geschiedenis aan mijn moeder vertelde. Ja, mijn moeder was slim. Over mij werd niet meer gesproken.

Toen ik ontdekte dat ik lesbisch was en er met niemand over durfde te praten, kwam ik via het buurmeisje (die van die “asocialen”) bij een maatschappelijk werkster. Mijn ouders mochten dat natuurlijk niet weten en ik liep met een smoes naar de rechterkant van de straat om via het volgende blok naar links terug te lopen om naar de maatschappelijk werkster te gaan.
Zij en de “asociale” buren hebben me geweldig geholpen om mijn draai te vinden. Later heb ik nog vele therapieën geprobeerd om mezelf te vinden. Ik was erg onzeker.

Ik kwam voor de eerste keer bij een therapeute en ze zei niets. Echt helemaal niets. Ook niet bij het binnenkomen. Niet: “Dag, ik ben… en wie ben jij?” Helemaal niets. Ze keek me alleen aan. Voor een onzeker meisje als ik natuurlijk een ramp. Ik vroeg of ze iets wilde zeggen maar ze antwoordde niet. Ik vroeg het nog een keer… stilte.
Ik zei: “Als u nu niets zegt ga ik weg…” ze zei niets. De therapie hielp geweldig want, ter plekke zeer assertief geworden, stapte ik op.

Daarna kwam ik bij een vrouw die me allerlei intakevragen stelde. Op een van haar vragen antwoordde ik: “Ik val op vrouwen.” Haar antwoord: “O, dan is je moeder dominant.” Ook daar was ik direct mee geholpen. Niet omdat mijn moeder niet dominant zou zijn… Dat was ook zo… maar om de te snel getrokken conclusie en het idee dat zij dacht dat het voor alle lesbische vrouwen zo was, vertrok ik meteen. Zo onzeker was ik nu ook weer niet.

Ook bezocht ik een regressietherapeute. Ze haalde me op met de auto van het station in een prachtig plaatsje. Iemand die een boek had geschreven over het onderwerp had me haar getipt als expert op het gebied. De vrouw zat met sigaret aan haar mond achter het stuur en ik vroeg of het raam open mocht. Anders had ik de rit niet overleefd. Ook hier allerlei vragen over mijn leven.
Ik vertelde en de vrouw zei: “Oooohhhh, wat een verschrikkelijk mens is je moeder en die arme vader van je. Ik moet even bijkomen hoor…. Even een sigaretje.” “Nou, zei ik, zo erg is het ook weer niet.” Ik vroeg of ze het wel aan kon en schonk haar een kopje van haar eigen thee. “Ja hoor”, zei ze, “maar ik moet het even verwerken.” Ook deze therapie hielp meteen. Ik moest zo verschrikkelijk lachen om haar reactie dat ik in één klap beter was. Ze werd kwaad en zei dat ik er niet om moest lachen. Dit was heel ernstig. Mijn lachen had natuurlijk meer met haar te maken dan met mijn situatie, die ik ineens ook veel vrolijker zag dan daarvoor.

Natuurlijk heb ik gelukkig ook geweldige mensen ontmoet die echt goed waren. Neem de Zijnsgerichte psychotherapeute waar ik in een uur tijd helderheid had waar het daarvoor een chaos was. En de coachtrajecten met geweldige coaches. Nog heb ik twee collega’s door wie ik, als ik er even niet uitkom, wordt gecoacht. We coachen elkaar. Een aanrader voor iedereen. Een coach kan je door een paar goed gerichte vragen op weg helpen zodat je zelf weer verder kan.
Nu hoor ik nog wel eens verhalen van mensen die in therapie zijn en hoe dat gaat. Therapeuten die alleen mmmm zeggen. Die hebben daar jaren voor gestudeerd.
Het zal misschien voor sommigen nut hebben, maar als je het idee hebt dat achter die “mmmm” een grote leegte zit… stap dan op en zoek een ander.

Van de week hoorde ik van iemand die na een depressie al vijf jaar heel goed gaat. Ze wilde van de antidepressiva af. Dat besprak ze met haar psychiater en die zei: “Aan jezelf gewerkt? Het gaat goed? Nee hoor, dat komt door de medicatie.” Gelukkig is ze stevig en zelfbewust genoeg om die vijf jaar aan zichzelf werken niet af te laten pakken door die vent.
Het meest heb ik gehad aan meditatie en lessen over gedachtenkracht en spiritualiteit. Maar ook aan de vele boeken die ik heb gelezen. Toch kan ik zeggen dat ik het allermeest aan mezelf heb gehad en aan alle moeilijke en mooie ervaringen in mijn leven. Want therapeuten en coaches kunnen je ondersteunen… We klaren zelf de klus.

Iemand las dit stukje en herkende haar psycholoog in de psycho-hummmer. Ze is meteen naar een ander gegaan. Ze voelde al dat ze er niet veel verder meekwam.



Meryl als therapeute in Prime:



zaterdag 6 juli 2024

De Kracht van Gedachten

Zo’n achtendertig jaar geleden werkte ik met kleuters en had een minibaantje als overblijf-juf. Het was vier dagen, één uur per dag. Het leek me leuk met kleine kinderen te werken. Het was op een zeer keurige school in een chique Amsterdamse buurt. Ik zag me zelf al met ze spelen, verhaaltjes vertellen en liedjes zingen. Het liep anders. Het eerste uur dat ik binnen was, stond er een klein meisje met blonde krulletjes voor me. De moeder liefdevol achter haar. “Dag K*t”, zei de kleine krullenbol tegen me. De moeder glimlachte trots naar haar dochtertje. Dat ene uurtje vloerde me totaal. Ik redde wat er te redden viel, haalde ze uit elkaar, veegde boterhammen van de muur en schreeuwde de longen uit mijn lijf. ’s Middags kon je me opdweilen. 

Op een dag kwam een vrouw meewerken. Stil kwam ze binnen. Ze zei weinig en stond er maar een beetje. Tot mijn grote verbazing waren de kinderen stil. Een dag kan nog toeval zijn, maar een aantal dagen achter elkaar? Het waren lieverdjes. Zo ongeveer als ik het me voor had gesteld. Gezellig spelend met elkaar, lief en vrolijk. Ik vroeg aan de vrouw hoe ze dat voor elkaar kreeg. Ze antwoordde dat ze zorgde dat haar gedachten rustig waren. Dat had een rustgevende invloed op de kinderen. Als je gedachten chaotisch zijn, nemen kinderen dat ook over. “Ah” dacht ik, “dat wil ik ook!” Mijn gedachten deden inderdaad niet voor de kinderen onder. Gedachten floepten kriskras door mijn hoofd. En vaak niet van die gezellige, maar zware, chaotische, donkere gedachten. De vrouw vertelde me dat ze mediteerde en als ik wilde kon ik het ook leren. 

Diezelfde avond kreeg ik les van haar. Ik was zeer gemotiveerd en oefende elke dag een aantal keer. Ik keek bewust naar mijn gedachten en zag al die zelf ondermijnende zinnetjes die maar door mijn hoofd dwaalden. Dan koos ik voor een zin die constructiever was. Bijvoorbeeld: 'ik kan niets' werd: 'Ik kan een cursus volgen'. Dan: 'daar heb ik geen geld voor' werd 'ik kan een goedkope cursus volgen en er voor sparen.' Binnen twee weken was het voor elkaar. Mijn gedachten werden rustig en soms zelfs stil. De kinderen waren engeltjes. Gedachten hebben kracht! 

Jaren later gaf ik een training bij een psychiatrische inrichting. Een vriendin die was opgenomen had me uitgenodigd. Toen ik binnenkwam voelde ik de zware energie chaotisch langs me heen schieten. Ik werd voorgesteld aan een staflid. Vertelde dat ik een cursus “Constructief Denken” kwam geven. De vrouw lachte schamper. “Dat werkt niet bij deze mensen, die zitten onder de medicijnen en zijn al te ver heen.” Ze riep een aantal mensen bij elkaar en een paar stafleden kwamen erbij zitten. We spraken af om het kwartier een rookpauze te houden. Anders hielden ze het niet vol. De drie stafleden hingen ongeïnteresseerd en moe in hun stoel. De patiënten zaten rechtop en vol aandacht naar me te kijken. Mijn vriendin zat achterin constant naar me te zwaaien van enthousiasme.

Een week later zaten de stafleden weer net zo uitgezakt en de patiënten rechtop en hadden verhalen over hun ervaringen die week. Eén van hen zei: “Ik lag te piekeren in mijn bed en toen heb ik het gedaan! Ik zei STOP met dat gepieker en dacht aan een paard in de wei. Ik heb een heerlijke nacht gehad.” De rookpauzes werden vergeten en we deelden prachtige uren. Een aantal van hen is nog een tijdje gaan mediteren. 

Die vriendin woont al jaren weer op zichzelf en schildert met kinderen en schreef een boek. Twee mensen van de staf kregen een burn-out. Gedachten hebben kracht!

Wat ik leerde:

Jij bent degene die denkt dus kun je ook je gedachten kiezen!

Je hebt vijf soorten gedachten:

Positieve

Constructieve

Noodzakelijke 

Verspilde

Negatieve

Als we kijken naar onze gedachten waar gaan die het meest over? Zitten ze in de bovenste drie of 

de laatste twee? 

Verspilde gedachten zijn oa angst voor de toekomst. In het groot waar moet het heen met de wereld en in het klein: Oh morgen de sollicitatie, dat lukt me nooit!

Negatieve: Ik kan niets, ben niets waard, te dik te dun te oud te jong en wat een rotwereld en niemand deugd en ik al helemaal niet. 

Als je een zelf ondermijnende gedachte van jezelf onder de loep neemt, kijk dan hoe je die gedachte constructief kan maken. Bv:  Ik ben niets waard: klopt dat? Wat heb je gedaan wat waardevol was? Als je er zelf niet op komt vraag het een vertrouwd persoon uit je omgeving. 

Zet al je gedachten om in: welke gedachte heb ik wel wat aan?

Constructieve gedachten zijn opbouwend en dat voelt meteen anders.

Een constructieve gedachte is ook: Ik ga dit goed verwerken (als een sollicitatie op niets uitloopt) en dan voelen wat je voelt. Uithuilen, schreeuwen of flink tegen een bal trappen. 

Grotere gebeurtenissen vergen een uitgebreidere aanpak.

Een andere constructieve gedachte is: "ik vergeef het mezelf en wat heb ik hier van geleerd en hoe ga ik het de volgende keer anders doen?" We kunnen zo pissig op onszelf zijn en dat is zonde want daar hebben we niets aan.

Kijk als een wijze moeder/vader naar jezelf. Voor vriendinnen/vrienden zijn we vaak wijzer en zachter dan voor onszelf. Dus praat met jezelf alsof je tegen een kind/vriendin/vriend praat. Wat zou je die aanraden?

Dit voor nu. Er is veel meer en zal elke week een verhaal over zelfvertrouwen hier plaatsen. 

Lees ook de andere verhalen alsjeblieft... ze gaan overal over dus kies maar uit. 

Fijn dat je naar het webinar hebt gekeken. Heel hartelijk dank en veel succes en plezier.


Dit is mijn lijf! Jenny Arean en lekker meezingen


Met dank aan Jacqueline Berg die me leerde mijn gedachten tot rust te brengen. 

Byron Katie: De vier vragen die je leven veranderen. Ze heeft ook veel filmpjes op youtube over verschillende onderwerpen. 

Gedachten die door ons hoofd spoken...   we, de echte wij dus niet de piekerwij, nemen nu de leiding over. Gedachten zijn er voor ons om te gebruiken. Als we er naar kijken schieten we meteen in onze wijsheid en kunnen we nieuwe keuzes maken.





Spoken in ons hoofd en in de boom

Coachopleiding en gedicteerde zinnen

Ja het is waar wat Lubach laatst zei: er zijn wel heel veel coaches. Toen ik dertig jaar geleden begon was het nog wennen voor bedrijven... werd ik stiekem door lege gangen naar een ruimte ergens achteraf geleid zodat niemand wist dat mijn cliënt gecoacht werd. Nu schreeuwen ze het bijna van de daken van trots want dat laat zien dat je aan jezelf werkt en mag ik door de voordeur naar binnen en krijg allerlei lekkers. Mijn boek 'Placebo's en fluitende fietsen' heeft als subtitel: 'voor coaches en normale mensen' mijn oorspronkelijke subtitel was: 'voor coaches en de andere helft van Nederland'.

Twintig jaar geleden gaf ik een opleiding 'Praktijkbegeleiding' bij de politie en daar ontmoette ik Kees. Hij is zo iemand bij wie het coachen in het bloed zit. Ook zonder die opleiding had ik 'm zo aan het werk gezet. Kees ging diep en dieper, confronteerde liefdevol, met humor en oprechte belangstelling. Ik vond 'm geweldig en was niet de enige. In de loop der jaren volgde Kees de ene na de andere coachopleiding en nu hij gepensioneerd is heeft ie er nog een bovenop gedaan om nog gediplomeerder te zijn dan hij al was. Hij is nu HBO beroepscoach. Ik mocht hem helpen bij het examen en was zijn coachee.

Tot mijn grote verbijstering begon hij met een beginzin die duidelijk niet van hem was. "Ja, dat moet ik zeggen..." en hij vervolgde met meer opzegzinnen met een gezicht van 'opletten dat ik het juiste zeg' waardoor hij zijn heerlijke schwung totaal kwijt was. Hij deed alles volgens het boekje en dat was op zich goed voor mijn coachvraag. We kwamen daar waar we wezen moesten.

Hij bleek gezakt omdat hij een woord te vaak had gezegd. Hij mocht het over doen en zei het woord minder en slaagde. Oh lieve Kees, kom terug... ik wil jou de echte, de oorspronkelijke! Nu is de opleiding afgelopen en kan hij weer gewoon zichzelf zijn zoals ie twintig jaar geleden al was.

Een gedegen opleiding is nodig maar laat iemand alsjeblieft zijn/haar eigenheid niet kwijt raken en oordeel ook op authenticiteit en ga geen woordjes tellen.

Kees moest erg lachen toen ik hem dit voorlas en is inmiddels weer de ouwe. Dit even ter geruststelling.



vrijdag 5 juli 2024

Geluk of status?

Werd ooit gevraagd een klusjesman te coachen. Zijn 'meerderen' konden niet met hem omgaan. Hij was te kritisch, ging te veel zijn eigen gang en dat maakte zijn collega's woedend. Ik had me al een beeld gevormd maar er kwam een prachtige man binnen die als een Indiaan met gespierde gebruinde armen over elkaar voor me stond. Donkere ogen die me cynisch aankeken en een zwarte paardestaart. Nou ja... zoals veel vrouwen mannen dromen. We werden aan elkaar voorgesteld en de man vroeg: "wat is hier de bedoeling van?" Bleek dat ze hem niet hadden ingelicht dat ik kwam om hem te coachen laat staan dat ze het hem hadden gevraagd. Normaal weiger ik zo´n opdracht want als mensen zelf niet willen of niet weten dat ze gecoacht gaan worden is het geen doen. Iemand moet zelf willen. We gingen toch in gesprek ook omdat ik nieuwsgierig was en hij ook. 

Hij wist zo grappig en puntig te vertellen wat er allemaal mis was in het bedrijf en hoe inefficiënt er gewerkt werd dat ik dubbel lag van het lachen. Ik opperde dat hij stand up comedian kon worden en zalen plat zou krijgen van het lachen. Dat wilde hij niet hoewel hij in de kroeg ook succes had bij zijn vrienden met zijn verhalen. Hij bleek Havo diploma te hebben en had een goedlopende eigen zaak gerund. Hij verlangde naar werken buiten en klusjes doen. Hij werkte nu in een kleine klus wagen met tools voor loszittende vuilnisbakken ed, lekker in de open lucht met een praatje hier en daar. Dat vond hij geweldig. 

Hij genoot van zijn werk maar ja hij zag alles wat er in de organisatie gebeurde en dat stelde hij dat op een harde cynische manier aan de kaak zodat hij alleen de woede opwekte van zijn meerdere en collega's. Dat vond hij geen probleem. Hij wilde niet gecoacht worden om te leren hoe je op een assertieve en vriendelijke manier meer kan bereiken dan door cynisme. Hij vond het gevecht aangaan spannender. Dus van coachen kwam niets. Heb 'm nog wel verteld dat zijn manier van doen wel consequenties zou kunnen hebben maar dat wilde hij wel aangaan. We gingen als goede vrienden uit elkaar. Ik respecteerde zijn keuze en gaf hem mijn boek. 

Na een tijdje werd ik door zijn moeder gebeld. Ze had mijn boek gelezen waar het verhaal in staat van 'de hoogleraar en de vuilnisman'. Ze wilde met me praten en kwam in mijn tuinhuisje. Een mooie Engelse dame. Ze vertelde dat ze het zo moeilijk had met zijn keuze om klusjesman te worden. Door het verhaal uit mijn boek voelde ze zich wat getroost en na ons gesprek was ze blij dat hij gelukkig was in zijn baan en had ze er vrede mee. Het is beter om iets te doen waar je gelukkig van wordt dan voor het geld en de status te gaan.

De hoogleraar en de vuilnisman



donderdag 4 juli 2024

Praters en luisteraars

Ben je een prater en stop je niet meer? Soms urenlang? Neem je alle ruimte om te vertellen wat er allemaal in je leven speelt en vergeet je op te letten en af en toe te vragen of de ander het nog wel trekt?

Ben je een oeverloze luisteraar en durf je niet te zeggen: "Ho stop!" omdat dat zo egocentrisch lijkt? Luister je soms uren lang? Tijd om even naar binnen duiken en pas op de plaats maken. Als je dat wilt tenminste. Het kan je vriendschappen en je gezondheid redden, ergernis schelen en een betere relatie met jezelf schenken.

Mocht je mij op één van deze twee betrappen en ik heb het zelf niet door, wil je me dan even wakker maken?

Vanmorgen lag ik te denken hoe mijn prater/luistergeschiedenis is. Mijn moeder was een gigantische doorprater en ze sprak zoveel dat ik op de wc ging zitten lezen met tot gevolg dat ik nog tot mijn veertigste elke wc van elke boekwinkel in Amsterdam heb bezocht. Boek=WC moet mijn systeem hebben gedacht. Mijn vader had zo z'n trucjes en zei op gepaste tijden: "Tssss, o ja?, goh..." al had ie het verhaal al duizend maal gehoord. Vroeg hem ooit of hij er niet gek van werd en hij zei: "Ach, ik ben immuun geworden..."

Op mijn zestiende bezocht ik elke week een maatschappelijk werkster om over mijn problemen te praten. Ze gaapte veelvuldig wat me zeer onzeker maakte. Kan me herinneren dat ik ooit de moed had te vragen of ik haar verveelde. Ze was gewoon moe en had de hele dag al naar verhalen geluisterd. 

Tja... Ik verkeerde meestal in het gezelschap van praters en op een dag zei één van hen dat ik een goede luisteraar ben. Was totaal verrast want zo zag ik mezelf helemaal niet. Als coach moet je natuurlijk goed kunnen luisteren maar ook de boel stop kunnen zetten indien ik dat nodig acht. Daar heb ik geen probleem mee.

Als vriendin is dat een totaal ander iets. Je kunt nu eenmaal je vrienden niet ongevraagd coachen. Ik hou ervan te vertellen en ik kan me herinneren dat een vriendin me toesnauwde: "Jij vertelt alleen maar anekdotes". Ik schrok verschrikkelijk en heb haar niet verder gevraagd wat ze bedoelde. Het verhalen vertellen zat me toen al in het bloed al schreef ik ze nog niet op. Dat kwam veel later. Ik was altijd al verbaasd over de bijzonderheden in mijn leven en die vertelde ik graag. Het kwam niet zo bij me op om over gevoelens te praten. Wel over anderen en anderen vertelden mij ook over anderen. Het is opvallend hoeveel we over anderen praten. Wil natuurlijk niet generaliseren en ik bedoel natuurlijk niet jou, maar toch... Heel veel gesprekken gaan over gevoelens,  veel over anderen en heel veel zijn herhalingen van herhalingen.

Merk dat ik de laatste jaren graag de diepte in wil en met sommigen vrienden gaat dat subiet. Zodra ik binnenkom is de eerste zin een diepe. Daar hou ik van. Vriendin Nicolette kwam voor het eerst bij ons vanwege een woningruil advertentie die één van ons beide had geplaatst. Weet nu niet meer wie... ze kwam binnen, we stelden onszelf aan elkaar voor en binnen twee minuten hadden we het over God en het Universum en daar hebben we het nu na zoveel jaar nog steeds over. Het is de eerste zin en de laatste en we zijn het nooit beu.

Soms luister ik naar iemand die van doorpraten weet, dat ik dan op een gegeven moment in een soort roes zit en eigenlijk weg wil rennen maar vast geplakt zit op mijn stoel. Dan moet ik mezelf los rukken om een eind te maken aan het gesprek. Heb nu geleerd om mensen die veelpraters zijn te zeggen: "Ik heb een half uur voor je en dan krijg je alle aandacht... " Dat werkt prima. Dan weten we beiden wat we te verwachten hebben en gek genoeg kan een verhaal van drie uur ook in een half uur verteld worden omdat je de essentie eerder raakt en de zijpaden uit de weg gaat.

We hebben het allemaal zelf in de hand. Als ik wil stoppen met een gesprek en ik zeg er niets van dan creëer ik de situatie zelf. Als ik zie dat iemand wegdraait met de ogen terwijl ik zit te praten vraag ik of ik nog door zal gaan of zal stoppen. Het is niet fijn om te praten met iemand die er eigenlijk genoeg van heeft. Dus openheid en duidelijkheid is heel prettig voor beiden.

Dan is er nog de conversatie in onszelf. Soms kunnen we in onszelf praten over dingen die we duizenden malen herhalen. Als het fijn is dan gaan we daar lekker mee door. Zodra het ergernis en irritatie oplevert, heb ik geleerd te stoppen en een ander onderwerp te kiezen. Dat is heerlijk waardoor ik dol ben op gesprekken met mezelf. Dat is één van de mooiste dingen die ik ooit geleerd heb. Hoop dat ik jullie niet heb verveeld met deze bedenksels maar je hoeft dit stukje natuurlijk helemaal niet te lezen. Daar ben je totaal vrij in.

Kortom, als je merkt dat je gasten wel erg lang op de wc blijven is het tijd om toch eens na te vragen waarom.






woensdag 3 juli 2024

Stemmen in ons hoofd en emotionele chantage

Mijn moeder was een hele wijze vrouw en soms vergat ze dat wel eens, zoals we het allemaal wel eens vergeten. De éne dag hadden we de mooiste gesprekken en de andere dag schold ze me de huid vol soms gebruik makend van dat wat ik de dag ervoor in alle openheid had verteld. Als ze wijs was vergat ik totaal haar buien en als ze een bui had dan vergat ik totaal haar wijsheid want in beiden was ze heel overtuigend.

Religies kunnen mensen met enorme schuldgevoelens  opzadelen. Dat heb ik gelukkig niet meegemaakt maar mijn moeder kon er ook wat van: 'Nou heb ik krom gelegen voor je muzieklessen en nu bak je er niets van." Heb nooit muzieknoten kunnen leren... dat was voor mij hogere wiskunde. Wel kon ik aardig improviseren maar dat werd op muziekschool niet serieus genomen. Zo rond mijn veertiende ontdekte ik het cynisme en dat maakte dat ik me sterker voelde: "Ik dacht dat u zo wijs was dat ik me niets moet aantrekken van wat mensen van me zeggen en nu durft u niet naast me te lopen vanwege mijn spijkerbroek... waar blijft u nu met uw wijsheden?" Ik kon er ook wat van en werd er steeds beter in maar het schuldgevoel zat in me vastgebakken en ik heb er jaren last van gehad terwijl ik soms niet eens wist waarom.

Las ooit het boek: 'Emotionele Chantage' van Susan Forward waarin haarfijn wordt uitgelegd hoe we elkaar chanteren met onze emoties en dat kan heel subtiel. Alleen al een blik: 'Kijk eens wat jij me aandoet...' en "door jou voel ik me nu zo beroerd en eenzaam en nog zo wat.." We doen het bijna allemaal en hebben er af en toe niet eens erg in dat we het doen. We willen dat de ander zich schuldig voelt omdat het ons macht geeft over de ander. Toen ik het boek las dacht ik eerst aan mijn moeder: "Zie je wel dat doet ze nou altijd!" Toen ik verder las herkende ik me zelf in de chanteur 'au' en af en toe betrap ik mezelf er nog wel eens op. Als mijn geliefde geen zin heeft om op een terras te gaan zitten en ik dan maar mee sjok op de markt en haar blikken toewerp van: kijk mij nou es hoe moeilijk ik het heb en ik leef niet mijn eigen leven maar dat van jou!' Nu heb ik geleerd om zelf verantwoordelijkheid te nemen over mijn leven dus als ik het me bewust ben dan zeg ik: "Lieverd, ga jij lekker de markt op en ik ga op het terras zitten, we zien elkaar straks." Allebei blij en vrij.

Schuldgevoel kan jaren aan ons blijven kleven en dient geen enkel doel dan het kleven zelf. De herhaling van de herhaling van de gedachte en de gedachte en de emotie van de emotie. Het is de stem van onze moeders, vaders, leraren, vrienden. die we hebben geadopteerd. We kunnen ze van harte loslaten. Hoe?
Door heel duidelijk te krijgen van wie die innerlijke stem is. Als we weer een zinnetje in ons hoofd horen: Stop! ben ik dat? Wie praat daar? dan even rustig voelen en dan weet je heel snel: Dat ben ik niet, dat is tante Mien! Het is zaak onze eigen stem te laten groeien en steeds terug te gaan naar: 'Wie praat daar? ben ik dat? zo niet... wat zou ik nu vanuit mijn hart doen?' Heel zuiver als niemand zou meepraten? Wat zou nu mijn beslissing zijn? Rustig in en uitademen en dan laten komen wat er komt. Als we er eenmaal mee bezig zijn gaat het steeds makkelijker, herkennen we de stemmen snel en dan kunnen we er om lachen: "ha, daar heb je ma weer... dag ma... is het fijn daarboven? Heerlijk, hier is het ook heerlijk want ik neem mijn eigen beslissingen. Daarom voel ik me vrij en kan ik onbekommerd van mezelf en van jou houden!"

Ik denk dat jij denkt...

Mijn allereerste lezing gaf ik aan precies honderdachtenzestig vrouwen van de ING bank. Het ging over stresspreventie. “Ach dat doe ik wel” zei ik stoer tegen de vrouw die me uitnodigde. Het was drie maanden voor de dag dat de lezing zou plaatsvinden. In die drie maanden werd ik steeds angstiger en de dagen ervoor sloeg mijn hart hard in mijn borst. Ik weet nog dat ik ernaartoe reed op de fiets en dat ik mezelf toe siste: “Hoe haal je het in je hoofd?” En: “ik kan nu nog omkeren en me ziek melden.” Ik reed plichtsgetrouw door. Eerst was er nog een diner. Ik kreeg geen hap door mijn keel en toen ik de trap op moest om op het podium te komen wist ik zeker dat iedereen mijn zwabberende knieën kon zien. Over stress gesproken. Daar stond ik met de microfoon in mijn handen. Honderdachtenzestig vrouwen keken me afwachtend aan. “Uitademen Marja!” dacht ik bij mezelf en ik ademde diep in en uit wat een enorm geluid gaf door de hele zaal “wroeehhhmmmmm.” Iedereen moest lachen. Ik ook en het ijs was gebroken. 

Het ging lekker en ik was aardig op dreef toen ik de vrouw die me had uitgenodigd boos zag kijken op de eerste rij. “Ai, niet kijken Mar”, dacht ik, “kijk maar naar die vrouw die zo leuk zit te lachen.” Dat hielp. Na de lezing ging ik naar huis. Moe en onzeker. Waarom zat die vrouw zo boos te kijken? Ze vond het vast vreselijk. Wat had ik gezegd? Ze vond vast dat mijn verhaal niet klopte, dat ik onzeker overkwam. Ze was zeker teleurgesteld dat ze mij had uitgenodigd. Ik heb haar niet meer gebeld en pas jaren later kwam ik haar tegen op een feest. Inmiddels ouder en wijzer en al heel wat lezingen verder vroeg ik haar: “Wat vond je toen eigenlijk van die lezing? Ik zag je zo boos kijken?” “Ik boos? Nee hoor ik vond het heel goed… ” ze dacht even na en zei: “O, ja… dat is waar, ik had net daarvoor ruzie met een collega.” 

Er wordt heel wat gedacht over wat anderen denken en hoeveel daarvan zou waar zijn? Zinloos en energieverspilling. Dus lekker laten denken wat men denkt en gewoon doorgaan met wat we doen! En natuurlijk meteen even checken of het klopt en niet, zoals ik deed, jaren wachten. Nu denk ik dat jij denkt: “Ha, dat herken ik: ik denk ook dat zij over mij denken!” Maar dat is natuurlijk mijn interpretatie.



maandag 1 juli 2024

Pay it forward en gek doen

Al jaren kom ik bij de bakker om de hoek en op zaterdag werken de twee dochters achter de toonbank. Vanaf een jaar of twaalf helpen ze de zaterdagen al mee. Ze hadden precies geleerd wat je moet zeggen tegen de klanten. Beiden met het zelfde toontje als hun moeder. “Dag mevrouw, waarmee kan ik u van dienst zijn?” Elke keer het vaste riedeltje. Als ik ze iets anders vroeg of zei, kreeg ik een vaag glimlachje en ze bleven in hun rol. “Anders nog iets, mevrouw?” Nu zijn ze beiden in de twintig en nog steeds dezelfde zinnetjes. Met Sinterklaas waren ze verkleed als Piet. Een revolutie! Ik begroette ze enthousiast en complimenteerde ze met hun prachtige pakken. Een vaag lachje terug en: “Waarmee kan ik u van dienst zijn?”

Aan de VU geef ik presentatietrainingen aan studenten. Dit zijn over het algemeen keurige jonge vrouwen en mannen. Ze doen altijd netjes wat ik zeg en hebben geen piercing of zichtbare tatoeages. Vorig jaar begon het bij me te kriebelen en gaf ik de groep opdracht om die week eens iets geks te doen. Iets wat ze nog nooit hadden gedaan. “Wat dan?” ze vonden het maar een rare opdracht. ”Waarom zouden we dat doen?” “Bedenk eens iets geks,” antwoordde ik, “stap eens uit jezelf en je dagelijkse doen. Breid je zelf eens uit! Wie weet wat er allemaal nog meer in je zit? Dat kom je te weten als je iets doet, wat je normaal niet zou doen.” Ik was erg benieuwd en ik moet eerlijk zeggen dat ik er weinig vertrouwen in had dat ze het ook werkelijk zouden doen.
De week daarop kwam ik het gebouw binnen en daar stond in de hal één van de studenten paaseieren uit te delen. “Bedoelt u dit?” vroeg hij wat onzeker toen hij me zag. Ik ben bang dat ik hem ter plekke begon te zoenen van enthousiasme en ik nam natuurlijk een ei. “Ja, dat bedoel ik!” Ze hadden allemaal iets gedaan. Eén was teruggegaan naar haar vorige stageplaats en daar feedback gegeven over misstanden die ze niet eerder had durven te geven. Weer een ander had bloemen uitgedeeld in de metro. Een jonge vrouw had haar tante geconfronteerd met iets dat ze nooit had durven zeggen en had een goed gesprek met haar. Het was geweldig en ze waren er zelf ook erg tevreden over.

Voor de derde keer zat ik te snikken bij de film: “Pay it Forward.” Het gaat over een jongetje dat voor school een werkstuk moet maken. Hij heeft het volgende bedacht: hij doet iets goeds voor drie mensen, met als voorwaarde dat die drie ook weer drie mensen gaan helpen, en dat dit zich dan zo verder uitbreidt. Het jongetje denkt dat zijn werkstuk mislukt is, maar wij als kijker kunnen zien wat er met die mensen is gebeurd die ook mensen zijn gaan helpen en hoe zich dat snel verspreid heeft. Eigenlijk doen we het nu al allemaal.

We realiseren het ons niet wat we allemaal uitzenden in deze wereld. Tot we het wel gaan beseffen en dan gaan we het bewuster doen. In de tijd dat ik het moeilijk had en me eenzaam voelde, zat ik bij mij om de hoek een kop koffie te drinken. Opeens bedacht ik me dat ik het vuur onder mijn rijst had laten branden. Ik zei tegen de ober dat ik snel zou terugkomen. Toen ik terugkwam had hij het schoteltje op mijn kopje gezet om de koffie warm te houden. Geloof het of niet, maar ik was ontroerd door dat kleine gebaar. Het kwam natuurlijk extra aan omdat ik me zo alleen voelde op de wereld. Nu jaren later schrijf ik er over. Dat zal die goede man zich niet hebben gerealiseerd toen hij deed wat hij deed. Nog af en toe denk ik aan het vriendelijke gebaar van de ober. Nu doe ik het ook altijd als iemand van tafel moet opstaan en de koffie dreigt koud te worden. Het is maar een heel klein gebaar, maar toch met zoveel impact.

Je loopt op straat, een grijze dag, iedereen loopt wat somber voor zich uit. Dan is er opeens iemand die naar je kijkt en lacht. Ook zo iets kleins en toch verwarmt het je en je loopt nog wat na te gloeien en even later kijk je plotseling lachend in de ogen van een ander. Pay it Forward. Andersom kan ook natuurlijk. Ik zal vast heel wat mensen vernietigend hebben aangekeken en toegesproken. Ook dat heb ik de wereld ingestuurd. Onbewust van wat ik aanrichtte. “Pay it Forward” in negatieve zin.
Rond oud en nieuw wenste de bakkersvrouw me een gelukkig Nieuwjaar. Ze zei dat ze hoopte op meer vrede maar dat het ijdele hoop was en dat de mensheid slecht was en de jeugd deugde ook niet. Ze voelde zich machteloos. “Maar wat kan ik er aan doen?” vroeg ze. In de bakkerswinkel staat een stoel en buiten staat een bankje voor mensen die niet lang kunnen staan. Naast het bankje staat een standaard met gratis kranten. Het geurt in de omgeving naar vers gebakken brood. De bakkersvrouw is altijd vriendelijk en houdt met iedereen een praatje. Dus zei ik: “U doet al wat. Uw winkel verspreidt de heerlijkste geuren, u hebt altijd een vriendelijk woord voor iedereen. Oudere mensen zitten hier gezellig op hun beurt te wachten en gaan weer met een glimlach naar buiten. Dan komen ze hun buren tegen en geven de glimlach door.” Lekker op dreef voegde ik er nog iets aan toe over de jeugd: “Ik geef presentatielessen aan geneeskunde studenten aan de VU. Tachtig procent zegt dit vak te hebben gekozen om iets voor de mensheid te doen. Een deel daarvan loopt stage in Afrika en werkt met kinderen die HIV hebben. Dus het valt nog wel mee met de jeugd.” De vrouw begon te glunderen. “Dat doet mijn dochter! Die studeert geneeskunde aan de VU, ze zit nu in Johannesburg en werkt met kinderen met HIV in de townships.
We gingen lachend uit elkaar. Toen ik naar huis liep met mijn volkorenbrood, bedacht ik me dat ik laatst een stukje heb geschreven over haar dochters. (lees ”Doe eens gek!” het vorige hoofdstuk) Het zat me helemaal niet lekker. Het ging over hoe ze al van jongs af aan dezelfde zinnetjes zeiden. Zelfs als ze als Piet achter de toonbank staan. Heb ik ze ooit wel eens gevraagd wat ze doen? Heb ik de tijd genomen om wat langer met ze te praten? Nee, ik heb geoordeeld en ze gebruikt voor mijn schrijven. Dus hier is weer een les voor me te leren: niet oordelen en vraag eens verder dan alleen de oppervlakkigheden. Wie was hier nou oppervlakkig? Dus ook dit gesprek levert weer iets op. Dank jullie dames van de bakker. Ik geef het weer door en wie weet lezen drie mensen het...