Tuesday, May 19, 2026

Pay it forward en gek doen

Al jaren kom ik bij de bakker om de hoek en op zaterdag werken de twee dochters achter de toonbank. Vanaf een jaar of twaalf helpen ze de zaterdagen al mee. Ze hadden precies geleerd wat je moet zeggen tegen de klanten. Beiden met het zelfde toontje als hun moeder. “Dag mevrouw, waarmee kan ik u van dienst zijn?” Elke keer het vaste riedeltje. Als ik ze iets anders vroeg of zei, kreeg ik een vaag glimlachje en ze bleven in hun rol. “Anders nog iets, mevrouw?” Nu zijn ze beiden in de twintig en nog steeds dezelfde zinnetjes. Met Sinterklaas waren ze verkleed als Piet. Een revolutie! Ik begroette ze enthousiast en complimenteerde ze met hun prachtige pakken. Een vaag lachje terug en: “Waarmee kan ik u van dienst zijn?”

Aan de VU geef ik presentatietrainingen aan studenten. Dit zijn over het algemeen keurige jonge vrouwen en mannen. Ze doen altijd netjes wat ik zeg en hebben geen piercing of zichtbare tatoeages. Vorig jaar begon het bij me te kriebelen en gaf ik de groep opdracht om die week eens iets geks te doen. Iets wat ze nog nooit hadden gedaan. “Wat dan?” ze vonden het maar een rare opdracht. ”Waarom zouden we dat doen?” “Bedenk eens iets geks,” antwoordde ik, “stap eens uit jezelf en je dagelijkse doen. Breid je zelf eens uit! Wie weet wat er allemaal nog meer in je zit? Dat kom je te weten als je iets doet, wat je normaal niet zou doen.” Ik was erg benieuwd en ik moet eerlijk zeggen dat ik er weinig vertrouwen in had dat ze het ook werkelijk zouden doen.
De week daarop kwam ik het gebouw binnen en daar stond in de hal één van de studenten paaseieren uit te delen. “Bedoelt u dit?” vroeg hij wat onzeker toen hij me zag. Ik ben bang dat ik hem ter plekke begon te zoenen van enthousiasme en ik nam natuurlijk een ei. “Ja, dat bedoel ik!” Ze hadden allemaal iets gedaan. Eén was teruggegaan naar haar vorige stageplaats en daar feedback gegeven over misstanden die ze niet eerder had durven te geven. Weer een ander had bloemen uitgedeeld in de metro. Een jonge vrouw had haar tante geconfronteerd met iets dat ze nooit had durven zeggen en had een goed gesprek met haar. Het was geweldig en ze waren er zelf ook erg tevreden over.

Voor de derde keer zat ik te snikken bij de film: “Pay it Forward.” Het gaat over een jongetje dat voor school een werkstuk moet maken. Hij heeft het volgende bedacht: hij doet iets goeds voor drie mensen, met als voorwaarde dat die drie ook weer drie mensen gaan helpen, en dat dit zich dan zo verder uitbreidt. Het jongetje denkt dat zijn werkstuk mislukt is, maar wij als kijker kunnen zien wat er met die mensen is gebeurd die ook mensen zijn gaan helpen en hoe zich dat snel verspreid heeft. Eigenlijk doen we het nu al allemaal.

We realiseren het ons niet wat we allemaal uitzenden in deze wereld. Tot we het wel gaan beseffen en dan gaan we het bewuster doen. In de tijd dat ik het moeilijk had en me eenzaam voelde, zat ik bij mij om de hoek een kop koffie te drinken. Opeens bedacht ik me dat ik het vuur onder mijn rijst had laten branden. Ik zei tegen de ober dat ik snel zou terugkomen. Toen ik terugkwam had hij het schoteltje op mijn kopje gezet om de koffie warm te houden. Geloof het of niet, maar ik was ontroerd door dat kleine gebaar. Het kwam natuurlijk extra aan omdat ik me zo alleen voelde op de wereld. Nu jaren later schrijf ik er over. Dat zal die goede man zich niet hebben gerealiseerd toen hij deed wat hij deed. Nog af en toe denk ik aan het vriendelijke gebaar van de ober. Nu doe ik het ook altijd als iemand van tafel moet opstaan en de koffie dreigt koud te worden. Het is maar een heel klein gebaar, maar toch met zoveel impact.

Je loopt op straat, een grijze dag, iedereen loopt wat somber voor zich uit. Dan is er opeens iemand die naar je kijkt en lacht. Ook zo iets kleins en toch verwarmt het je en je loopt nog wat na te gloeien en even later kijk je plotseling lachend in de ogen van een ander. Pay it Forward. Andersom kan ook natuurlijk. Ik zal vast heel wat mensen vernietigend hebben aangekeken en toegesproken. Ook dat heb ik de wereld ingestuurd. Onbewust van wat ik aanrichtte. “Pay it Forward” in negatieve zin.
Rond oud en nieuw wenste de bakkersvrouw me een gelukkig Nieuwjaar. Ze zei dat ze hoopte op meer vrede maar dat het ijdele hoop was en dat de mensheid slecht was en de jeugd deugde ook niet. Ze voelde zich machteloos. “Maar wat kan ik er aan doen?” vroeg ze. In de bakkerswinkel staat een stoel en buiten staat een bankje voor mensen die niet lang kunnen staan. Naast het bankje staat een standaard met gratis kranten. Het geurt in de omgeving naar vers gebakken brood. De bakkersvrouw is altijd vriendelijk en houdt met iedereen een praatje. Dus zei ik: “U doet al wat. Uw winkel verspreidt de heerlijkste geuren, u hebt altijd een vriendelijk woord voor iedereen. Oudere mensen zitten hier gezellig op hun beurt te wachten en gaan weer met een glimlach naar buiten. Dan komen ze hun buren tegen en geven de glimlach door.” Lekker op dreef voegde ik er nog iets aan toe over de jeugd: “Ik geef presentatielessen aan geneeskunde studenten aan de VU. Tachtig procent zegt dit vak te hebben gekozen om iets voor de mensheid te doen. Een deel daarvan loopt stage in Afrika en werkt met kinderen die HIV hebben. Dus het valt nog wel mee met de jeugd.” De vrouw begon te glunderen. “Dat doet mijn dochter! Die studeert geneeskunde aan de VU, ze zit nu in Johannesburg en werkt met kinderen met HIV in de townships.
We gingen lachend uit elkaar. Toen ik naar huis liep met mijn volkorenbrood, bedacht ik me dat ik laatst een stukje heb geschreven over haar dochters. (lees ”Doe eens gek!” het vorige hoofdstuk) Het zat me helemaal niet lekker. Het ging over hoe ze al van jongs af aan dezelfde zinnetjes zeiden. Zelfs als ze als Piet achter de toonbank staan. Heb ik ze ooit wel eens gevraagd wat ze doen? Heb ik de tijd genomen om wat langer met ze te praten? Nee, ik heb geoordeeld en ze gebruikt voor mijn schrijven. Dus hier is weer een les voor me te leren: niet oordelen en vraag eens verder dan alleen de oppervlakkigheden. Wie was hier nou oppervlakkig? Dus ook dit gesprek levert weer iets op. Dank jullie dames van de bakker. Ik geef het weer door en wie weet lezen drie mensen het...











Tien politiemannen

Over je groot houden en de opluchting van eerlijk zijn.

Het was de eerste keer dat ik een training gaf aan de politie. Zes maal drie dagen met tien politiemannen in een hotel. Ik had het idee dat ik aardig van al mijn vooroordelen af was, maar ze moesten in de training veel van zichzelf laten zien en ik vroeg me af of dat zou lukken met tien van die macho’s.
Ach ja, ik kom uit de vrouwenbeweging en was behoorlijk fanatiek, dus het zat nog in mijn bloed.
Na de kennismaking en nadat ik mijn verhaal had verteld om de boel op gang te krijgen, begon de eerste: Hij had zichzelf uit een zware depressie geholpen door meditatie. Nu was hij van de antidepressiva af.
De tweede deed aan aura-reading. De derde had tranen in zijn ogen toen hij over een afschuwelijke gebeurtenis in zijn loopbaan vertelde en zo ging het maar door.
Ik zat verbijsterd te luisteren en al mijn overgebleven vooroordelen vlogen het raam uit.
We hadden een prachtige tijd en iedereen was open en eerlijk en we bloeiden en groeiden.

Tot de vierde driedaagse. Ik moest iets uitleggen wat ik zelf niet begreep. Ik belde mijn collega’s om te vragen hoe zij het aanpakten. Elke keer dacht ik dat ik het nu wel wist, maar als ik het zelf aan het uitleggen was, kwam ik er weer niet uit.
Die dagen liep ik op mijn tenen. Ik wilde de groep niet teleurstellen en mezelf ook niet en ik ging maar door. Ik zag de ogen van de mannen wegtrekken. Weg alle verbondenheid en openheid. Ik voelde me verschrikkelijk.
De laatste dag tijdens de evaluatie dacht ik: nog even volhouden en dan kan ik me laten gaan. De tranen branden achter mijn ogen.
Tot één van de mannen zei: “Marja, je bent emotioneel hè?” Ik hield het niet meer.
Niet een paar tranen, nee zeeën. Blèren. Daar zat ik als oud-feministe voor tien politiemannen te huilen. Wegrennen had geen zin. Ik hield mezelf voor dat ik wilde stoppen met het vak.
Toen de ergste tranen gedroogd waren, begon ik te praten. Ik vertelde hoe ik me had gevoeld. Dat ik het zelf niet wist en dat ik het niet wilde toegeven. Dat ik het vreselijk vond dat ik hun ogen zag wegtrekken en dat het goede gevoel weg was. Op dat moment kwamen ze allemaal om me heen staan en begonnen ze me te omhelzen.

Wie had dat kunnen denken? We hebben nog lang nagepraat en ik nam me heilig voor om het in het vervolg meteen te zeggen als ik ergens niet uitkwam. Daar heb ik me tot nu toe aangehouden. Meteen zeggen wat ik voel ook als ik merk dat er bij de groep iets speelt. Dat geeft openheid en ontspanning.

Jaren later had ik een etentje met de man die me aan het huilen had gekregen. Hij is een goede vriend geworden. Inmiddels is hij zelf trainer en coach.
Hij vertelde dat hij heel tevreden was over een trainingsdag met zijn groep. Tijdens de evaluatie zei een vrouwelijke deelneemster dat ze het wel wat langdradig had gevonden.
Zijn reactie: “Dan heb je het verkeerde beroep gekozen!” Terwijl hij het zei, besefte hij wat hij deed. Ook bij hem brandden de tranen achter zijn ogen.
Hij bood meteen zijn excuses aan en gaf toe dat hij totaal verkeerd reageerde. Haar feedback was als een dolksteek binnengekomen.
Toen vertelde hij de groep het verhaal over een trainster die ooit in huilen uitbarstte.

Tip:

Tel vandaag hoe vaak je oordeelt over iemand of over jezelf. Stop een euro per oordeel in een potje en als aan het eind van de dag het potje leeg is: leg dit boek dan weg, want je hebt het niet meer nodig. Is het potje vol: lees dan door.

Heb je een vooroordeel over iemand en realiseer je je dat? Ga in gesprek en leer de ander kennen.

Geef je een training of doe je je werk en voel je dat je op je tenen loopt? Dat je je groot houdt om niet af te gaan? Haal diep adem, adem uit en zeg eerlijk wat je voelt… mensen kijken je wat vreemd aan. Even later voelen anderen zich ook vrij om zich bloot te geven.

Kijkt iemand je boos aan en word je onzeker? Vraag meteen wat er aan de hand is. Het kan een interpretatie zijn. Het beste is nog even vragen in de pauze. Het levert mij altijd mooie gesprekken op.



Uit: Placebo's en fluitende fietsen



Monday, May 11, 2026

Twee koffers

We zouden naar Frankrijk gaan, mijn ouders en ik.
Twee maanden ervoor had mijn moeder twee koffers gepakt. Eén voor voor mijn vader en één voor haarzelf. Ma regelde alles altijd ver van te voren. Om zes uur opstaan en op en top aangekleed zijn en het huis keurig aan kant. "Je weet maar nooit of er iemand langs komt", wat zelden meer gebeurde. Mijn verjaardag en Sinterklaascadeautjes kreeg ik altijd twee maanden van te voren omdat ze niet kon wachten. Om vier uur 's middags hadden mijn ouders al gegeten, want dan was de avond lekker lang.
Dus daar stonden de twee koffers en elke keer als ik kwam zei ma trots: "Kijk, de koffers staan al klaar, alles is al ingepakt, goed hè?"

Het was drie dagen voor ons vertrek. Ik moest die dag naar Brabant. Omdat ik een raar voorgevoel had, belde ik haar heel vroeg die ochtend.
Ma's stem klonk vreemd dus ik bedacht me geen moment en reed direct naar haar toe. Daar stond ze, midden in de kamer, volkomen ontredderd met een vragende blik.
In het ziekenhuis bleek dat ze een tia had gehad. Het ging al snel stukken beter. Ma babbelde weer honderuit en huppelde parmantig door de gangen van het ziekenhuis. Ook nu stond ze om zes uur opgetut en aangekleed met handtas naast haar bed op de verpleging te wachten.
Ze was drie dagen thuis toen ze weer een tia kreeg. Na een MRI in het ziekenhuis kreeg ze een hartaanval en na zes weken beademen besloten we de stekker er uit te trekken.
We namen prachtig afscheid en ik verwerkte mijn verdriet. Ik dook er helemaal in en genoot er van.

Na een paar weken opende ik de koffers. In de éne koffer lag een verfrommelde trui en in de andere een paar sokken.


Inmiddels is mijn moeder al een aantal jaren gestorven. Ze heeft al vaak op diverse manieren van zich laten horen. Toen midden in de nacht een hoop klopgeluiden naast mijn bed roffelden en het licht plotseling aan ging was het tijd voor een telefonische sessie met Myrthe, het medium, om half elf. Zegt ze: "Je moeder was hier vanmorgen al om zeven uur. Heb haar gezegd dat ik toch eerst moest douchen maar ze kon niet wachten." Zo zie je maar: zo beneden, zo boven:)









Wednesday, May 6, 2026

Ineens ben ik zeventig

Tja, dit jaar is het zover... ik ben zeventig jaar op deze aarde. Wie had kunnen denken dat ik nog eens zeventig zou worden. Niet dat ik zo gevaarlijk geleefd heb of ziek was. Het idee dat kleine Marja uit de Pijp zeventig is, is voor mij een wonder. Nu ben ik al snel lyrisch over van alles en hou me vaak in als ik met vriendinnen op straat loop en de neiging heb om alles te benoemen wat ik bijzonder vind. Dat had mijn moeder ook alleen die benoemde het wel en daar werd ik weer geïrriteerd door. Dus ik weet wat het is.

Zeventig was mijn oma en mijn tante Marie. Dat waren zeventigers niet ik. Van binnen is leeftijd van weinig belang. Van buiten is het te zien en ja ook te voelen aan de spieren die niet meer zo soepel zijn als vroeger. Gek genoeg als ik een nummer draai uit de zeventigerjarentijd lijken die spieren zich meteen te herstellen. Mijn vader zei op zijn vijfennegentigste: van buiten ben ik oud maar van binnen is er niets veranderd. Dat klopt.

Als ze mij vroeger hadden gezegd dat ik op mijn zeventigste allerlei leuke klussen zou doen als onderneemster, dat ik auto zou rijden, dat ik een prachtig huisje met tuin zou hebben in de Rivierenbuurt om de hoek van mijn oude school, nog steeds in de Pijp op trendy terrassen zou koffie drinken, dat mijn ouders zouden zijn overleden maar toch nog af en toe om de hoek komen kijken... dan was ik verbijsterd geweest.



Tuesday, May 5, 2026

Ode aan tante Annie

\Er is een groot verhaal over tante Annie te vertellen en dat ga ik nu doen. Het was altijd feest als tante Annie kwam en een nog groter feest als mijn nicht Anja mee kwam. Vier jaar ouder dan ik, mooi, lief en gezellig. Taartjes, koffie en de zusters vertelden verhalen van vroeger en soms kregen ze met z'n tweeën de slappe lach over iets uit het verleden. Dat was heerlijk om te zien.

Op het moment dat ik mijn moeder vertelde dat ik op vrouwen viel kreeg ze een gigantische woede aanval en sloeg de deur achter haar dicht. Ze vertrok naar tante Annie. Annie en Anja vingen haar op en spraken met haar. Vertelden haar dat ze me moest accepteren zoals ik was en lazen haar de les. Ma bleef bij ze slapen en kwam pas de volgende ochtend terug. Echt geholpen had het niet want ze was nog steeds woedend en bleef dat acht jaar lang. In die acht jaar spraken tante Annie en Anja vaker met haar om haar anders naar me te laten kijken. Af en toe belde ik tante Annie, nog vanuit een telefooncel, en sprak ze me moed in.

Het bleef altijd een feest om naar tante Annie te gaan, zo'n hartelijk warm welkom. Mijn moeder lag in het ziekenhuis aan de beademing en die zondag kwam tante Annie, die inmiddels in Tilburg woonde, naar haar toe en nam ma's hand en zei: "Greet, ik geef je kracht hoor!" de volgende dag kreeg ze pijn in haar buik. Twee weken later werd ze op woensdag opgenomen en ging ik naar Tilburg om haar te bezoeken in het ziekenhuis. Ze zat rechtop in bed, haar piekfijn omhoog gestoken zoals altijd, make up in orde en een mooi pyamaatje aan. Annie en Anja hadden het over chemo en een pruik want haar haar was haar heilig. Ze lachte nog en was lief als altijd. Even later vertelde ze iets wat ze me nog nooit had verteld. Mijn moeder had altijd hele verhalen over de oorlog maar Annie leek daar niet zo mee bezig. Ze was twee jaar jonger dan mijn moeder en inmiddels achtenzeventig. Annie vertelde dat ze als kind naar haar vader ging en de ramen stukgeslagen vond. De buren zeiden dat haar vader en zijn nieuwe vrouw en kindje net waren opgepakt bij een razzia en op weg naar de Hollandsche Schouwburg. Ze rende er naar toe om haar vader te zoeken. Aangekomen zag ze een vrachtwagen waar mensen uitgeladen werden. Ze keek wanhopig of ze haar vader zag toen er een grote Duitser naar haar toe kwam en wegschopte. Ze rende naar huis en heeft hem nooit meer gezien.

Ik was in shock... dit had ze nooit verteld en mijn moeder ook niet. Hoe is het mogelijk dat ze daar al die jaren zo mee heeft kunnen leven? Zo stabiel, wat er ook in haar leven gebeurde, ze bleef rustig en vriendelijk en leek ook van het leven te genieten.

Die vrijdag in 2008 stierf mijn moeder en ik probeerde Anja te bereiken, dat lukte niet. In de namiddag belde ze dat Annie ook ging. Annie stierf de dag erop. Anja en ik raken er niet over uit gepraat over hoe dat nou mogelijk was. Tante Annie verdient een ode voor haar leven, mijn moeder leek altijd de sterkste van de twee met haar grote mond maar tante Annie was de stille kracht!

Foto: Annie twee maanden voor ze wegvloog:




Kan een afbeelding zijn van 2 mensen, baby en lachende mensen
Alle reacties:
Lih-Mei Chiu en 1 andere persoon

Monday, May 4, 2026

De eerste chocoladereep na de oorlog

Terwijl ik op 5 mei naar het Westerpark in Amsterdam fietste om aan kinderen te vertellen over de oorlog van mijn moeder en tantes, dacht ik: 'Wat ga ik in godsnaam doen? Moet ik die kinderen over al die verschrikkingen gaan vertellen?' Op de vraag van 'Oorlog in mijn buurt' had ik ja gezegd omdat ik het een eer vond en omdat ik het fijn vind te vertellen. Nu zou ik vertellen aan kinderen die zomaar binnen kwamen en wie weet hoe oud ze zijn? Misschien zijn ze wel heel jong en dan moet ik het gaan hebben over de gruwelijkheden van de holocaust? Ik besloot bijna om te keren maar ja, afgesproken is afgesproken dus ik fietste plichtsgetrouw door. Ondertussen vroeg ik aan mijn moeder 'aan de andere kant' om hulp. Hoe hou ik het luchtig en vertel ik toch jullie verhalen?'
Om vier uur bleek de prachtige yurt vol te zitten met kinderen van een jaar of vier tot en met veertien en hun ouders. Ze keken me verwachtingsvol aan en ik begon. Terwijl ik vertelde over de honger die mijn moeder en tante in de hongerwinter hadden geleden schoot me ineens het verhaal van mijn moeder te binnen. Ik was het helemaal vergeten. Er kwam een Volendamse vrouw bij mijn oma. Mijn moeder zag iets vreemds aan haar. Ze keek en dacht: 'zie ik dat nu goed? beweegt haar onderlichaam nu raar?' Ja hoor de vrouw deed ineens haar rok los en uit haar onderbroek kwamen levende palingen. Mijn oma was dolblij dat ze haar hongerige kinderen paling kon geven maar mijn moeder kreeg geen hap naar binnen. Ze vond het zo'n eng gezicht.
Dan schoot me in gedachten de eerste keer na de oorlog dat mijn moeder en mijn tante Annie een reep chocola kregen. Stel je voor: vijf jaar bijna niets te eten en dan ineens een hele reep chocola. Mijn moeder hapsnapte de reep in een mum van tijd op. Mijn tante deed er tergend langzaam over. Mijn moeder vroeg een stukje maar Annie zei: "Dan moet je er ook maar langer over doen, Greet."
Ik stelde de kinderen voor het eerst volgende snoepje te eten met de gedachte dat het 't eerste snoepje van je leven is. Dat konden ze zich wel voorstellen. Als ik het van te voren had bedacht had ik een hoop chocolaatjes mee genomen.
Natuurlijk vertelde ik de verhalen (zie de linken hieronder) over mijn tante Engeltje, mijn tante Sara Dresden die als baby werd gered uit de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg door Cees Chardon. Hoe iemand stiekem zodat de Duitsers aan de overkant het niet zagen met de baby onder doeken met de tram mee liep. Er was een afspraak met de trambestuurder om heel langzaam te rijden. Ik vertelde over hoe mijn moeder werd gered door een Duitser die zei: "Rennen... ik heb ook kinderen!", toen ze werd gesnapt tijdens het pikken van houtblokjes uit de tramrails. Dat mijn moeder altijd zei: "Niet iedere Duitser was slecht, want één van hen heeft me gered." We hadden het over verwerken en vergeven en als ik vroeg aan de kinderen of ze het begrepen dan knikten ze heel wijs en ik voelde dat het zo was.
De kinderen vroeger veel goede vragen zoals: 'Wist uw opa niet wat er zou gebeuren dat hij niet onderdook?' Een jongetje van een jaar of tien vroeg heel veel vragen en zei opeens toen we het hadden over zondebokken: "Iemand zei dat zwarte mensen eerder sterven." Ik hoop dat ik hem dat uit zijn hoofd heb kunnen praten. Omdat hij zoveel vragen stelde gaf ik hem het jeugdboek van Anke Manschot cadeau over onze bevrijders.
Het was een prachtige ontmoeting met de kinderen en ik was blij dat ik toch doorfietste. Heb stiekem het idee dat mijn moeder me hielp met het herinneren van de luchtige verhalen.

Met dank aan Yvonne Schinkel en Shirley Brandeis, de vrouwen van Oorloginmijnbuurt.nl

Tuesday, April 28, 2026

De bijzondere vriendschap van Rachel en Olga

Het begon toen Rachel met haar man in 1979 naar Oostenrijk ging om te skiën. In een wegrestaurant lieten een paar Amerikanen een folder liggen met hotels en ze bladerden of er wat voor ze bij zat. Rachel zag een hotel met de naam 'Sonnen-Alp' en zei: “Daar wil ik naar toe…” Na een lange rit zochten ze het hotel en eindelijk vonden ze het. Haar man was moe en blij dat ze konden rusten en sjouwde de koffers de mooie kamer van het prachtige hotelletje in. “Wat ben ik blij dat we in hotel Sonnen-Alp zijn aangekomen” zei Rachel in het Duits tegen de hotelhoudster. “Sonnen-Alp? Dat is een stukje verder…” “Maar daar wil ik naar toe!” Man boos want die had alles al geïnstalleerd: “Hier is het toch ook prachtig, wat wil je nou dat ik weer alles inlaad?” "Ja", zei Rachel resoluut, "ik wil naar Sonnen-Alp.” Ze vond het wel wat gênant voor de hotelhoudster maar was vastbesloten. Waarom wist ze ook niet want dit hotel was ook beeldig. Ze reden verder en kwamen in het iets minder mooie hotel Sonnen-Alp aan. Na een tijdje wachten kwam Olga binnen die daar werkte als skileraar en barvrouw en Rachel dacht: 'Die ken ik… dat is mijn zuster.'

Olga bezocht vrienden in Nederland en ging langs bij Rachel, ze gingen samen op vakantie en leerden elkaar beter kennen. Olga was ook reisleidster en gidste bussen Amerikanen en Engelsen door Oostenrijk en Italië en vroeg op een dag of Rachel haar kon helpen. Rachel antwoordde dat ze dat nog nooit had gedaan en heg nog steg wist in die landen maar na enige overredingskracht van Helga ging ze overstag. In het begin zoekend en gaf soms op de verkeerde plekken de verkeerde informatie en vertelde over gletchers al wist ze niet wat dat waren. Al snel voelde ze zich heerlijk in het vak en is jarenlang reisleidster gebleven tot haar kleinkind Miriam dertig jaar geleden werd geboren.

Rachel en Olga logeerden elk jaar een week bij ons in Frankrijk en dat leverde tweehonderdvijfentachtig jaar aan verhalen op. Ik heb ze eerlijk geteld. Ieder komt een aantal keer aan de beurt, dat gaat vanzelf. Af en toe liggen we her en der verspreid in de tuin te lezen of te zonnen en dan weer bij het ontbijt en aan het diner urenlang verhalen uitwisselen. Het zijn er nogal wat want het begint al voor de oorlog. Rachel is met haar Joodse vader en Duitse moeder op haar vijfde net voor de oorlog uit Berlijn naar Amsterdam gevlucht nadat in de Kristalnacht zijn winkel werd vernield. Oostenrijkse Olga zag haar vader een jaar na de oorlog terug als een gebroken man. Te zacht om in het leger van Hitler te dienen maar hij moest wel en vocht in Rusland. Hoe die twee elkaar gevonden hebben is een waar wonder en nu zijn ze al vijfenveertig jaar hele goede vriendinnen. Ze reizen vaak de wereld over en al zijn ze flink op leeftijd ze laten zich nergens door tegenhouden. Al zijn ze 'dol op mannen' ze hebben elkaar als soulsisters gevonden. Wat een bijzondere match! 

Inmiddels woont Olga al weer jaren bij Rachel in de buurt in Amsterdam en beiden zijn dik in de tachtig. Ik luister naar al die soms ongelooflijke, spannende, verschrikkelijke, mooie en ontroerende verhalen over oorlog, dood, reizen en liefde en er gaat van alles door me heen, ik vertel de mijne en er word goed geluisterd. Af en toe tranen van ontroering, lachsalvo’s en dan weer stilte omdat we ons terugtrekken op de ligstoelen in de tuin. Elke ochtend leest Olga een wijze spreuk waar we over praten en nadenken van Eckhart Tolle of een Indiase wijze. Rachel en ik hebben af en toe gesprekken over meer zijn dan ons lichaam, leven wel of niet na de dood en wat de ziel nu eigenlijk is. Tenslotte worden we een dagje ouder en zijn er al velen ons voor gegaan.



Jouw God of mijn God?

Jaren geleden ontmoette ik de moeder van een vriendinnetje van de lagere school bij Blokker. Het klikte en we dronken af en toe koffie met elkaar. Ze was christen en we hadden prachtige gesprekken. We begrepen elkaar en gingen dieper en dieper. Tot ze me op een dag tijdens het eten van haar koekje streng aankeek en zei: “Marja, jij bent van de duivel!” Ik verslikte me in mijn koffie en keek haar ongelovig aan. Ik dacht dat ze een grapje maakte… maar nee… Weg was de goede sfeer en ze rukte me mijn koffie uit de handen. “Ja, want jij gelooft niet dat Jezus de enige weg is.”
Dit was het eind van onze gesprekken. De koek was op.

En dan de prachtige gesprekken die ik had met een vrouw die Krishna aanbad. We hadden zoveel gemeen en we zweefden samen op golven van spiritualiteit tot ze plotseling, met haar vinger dreigend naar me uitgestoken, zei: “Je moet Krishna als God zien, anders klopt er niets van je spiritualiteit!”

Ik maakte kennis met allerlei richtingen: bij de éne mocht je geen seks en geen uien, bij de andere geen vlees op vrijdag en bij weer een andere moest je het ijskastlicht met tape bedekken op zaterdag.
God zei tegen de één dat je naar het oosten moest buigen tijdens het bidden en tegen de ander dat je niet moest bidden maar mediteren. Voor sommigen moest dat vijf keer per dag en voor weer anderen drie keer. Sommigen mochten een vrouw geen hand geven en anderen moesten dat juist.
Twee boeddhistische vriendinnen keken me meewarig aan en zeiden dat ik nog niet zo ver was omdat ik God niet los had gelaten. Tja, wat moet je dan? Wat is nu de waarheid?
Je komt thuis na dit leven en je staat voor God. Hij kijkt je woedend aan en zegt: “Op 2 maart 1988 heb jij een ui gegeten!” Of: ”Jij hebt het licht van de koelkast aan laten staan op 3 februari 2004!”
“Je hebt gevreeën op zaterdag 10 december! Foei!” “Je boog te veel naar het zuiden op 2 maart 2005 en je geloofde nog in me tot het einde, terwijl je me allang los had moeten laten!”

Binnen en buiten al die stromingen kom ik mensen tegen die de regels niet zo nauw nemen en die hun hart wijd open hebben staan. Warmte straalt me tegemoet als ik hen zie. Ik zie atheïsten die diezelfde liefde uitstralen en in de meest vreselijke oorden mensen helpen. Ik ontmoet doodgewone mensen die zomaar op een bankje in het park, levenswijsheden die niet uit boekjes komen, aan anderen doorgeven. Mensen die, al dan niet gedoopt of besneden, liefde verspreiden.

Regels en rituelen zijn middelen om de connectie met God te ervaren. Als ze echter de hoofdmoot worden, dan werken ze eerder als een blokkade. Ik ken mensen die doodsbang zijn als ze een regel hebben overtreden. Er is dan altijd iemand die zich opwerpt als boze rechter, Gods afgevaardigde op aarde. Als we gekwetst zijn in naam van God is het eigenlijk ons ego dat gekwetst is. We gebruiken God als machtsmiddel voor onze eigen strijd. We maken van God een karikatuur van ons eigen gekwetste ego. God kan niet beledigd zijn als we een regel overtreden of als we hem bespotten.
Moslims zijn beledigd over spotprenten en anderen zijn weer beledigd omdat de moslims het niet pikken. Zo zijn we met ons allen beledigd en denken we het meeste recht te hebben op het slachtofferschap.

God of Allah, de bron, of hoe je hem/haar wilt noemen, is liefde. Angst blokkeert de ervaring van liefde. Die liefde en kracht zijn er altijd. Zomaar om door ons heen te laten stromen en te gebruiken en door te geven. Dat gaat eeuwig door. Soms vergeten we het en weten we niet meer waar de deur zit. Als we hem weer vinden hoeven we alleen maar te kloppen. Hoe we dat doen mogen we zelf weten.

Als ik naar zo ongelooflijk veel getuigenissen van Bijna Dood Ervaringen kijk en luister krijg ik een aardig beeld van een gigantisch Liefdevolle energie waar we allemaal deel van uit maken. Geen oordeel, geen straf alleen diep zelfinzicht en Thuis komen.
Had zelf ooit twee keer een Lichtervaring en dat gaf me de energie voor jaren van Liefde in mijn hart.

Ooit zag ik een plaatje waarop God als stralende zon naar alle kanten schijnt. Mensen trekken met lange touwen aan hem en roepen: “Hij is van ons!!” “Nee, hij is van ons!” God trekt zich nergens wat van aan en straalt rustig zijn stralen naar iedereen om hem heen.




Uit: Niets meer te bewijzen

Sunday, April 26, 2026

Eerste baantje en twee bijzondere ontmoetingen

Omdat ik er op school niets van bakte moest ik van school af. Ik zou blijven zitten en mijn moeder zei: "dan ga je maar werken!" Ik wilde op school blijven ondanks mijn blamage omdat ik straal verliefd was op de gymjuf. Ma begon over geld verdienen en dat klonk ook wel aantrekkelijk. Onze huisarts zei: "Dat kind moet verder leren, die is intelligent!" Daar luisterde mijn moeder wel naar maar er was geen school meer die me nog aannam. Waarom weet ik niet... het had iets te maken met te laat inschrijven. Ik deed nog een poging op de Rijkskunstacademie te komen. Maakte beeldjes en tekende in die tijd maar de vriendelijke heer zei: "Maak jij maar eerst de MAVO af."

Eind van het liedje: mijn moeder vond een advertentie voor een administratieve kracht bij het Sociaal Fonds Bouwnijverheid en daar toog ik net voor mijn zestiende op af. Het sollicitatiegesprek werd gehouden op hun kantoor in de Jodenbreestraat grenzend aan het Waterlooplein. De man vroeg: "drinken je ouders? Roken ze? Heb je een vriendje?" Naïef als ik was antwoordde ik netjes en vertelde dat mijn vriendje in de gevangenis zat in vreemdelingen detentie. De Cubaan Jesus waar ik al eerder over schreef. 

Werd toch aangenomen en kon aan het werk op het kantoor op het Rhijnspoorplein aan de Wiboutstraat in Amsterdam. Het was verschrikkelijk en ik haatte het werk. Mappen in kasten doen of er uit halen, ponskaartjes invullen en ik zat de tijd uit en zag de klok de hele acht uur vooruit kruipen. Het hielp dat ik altijd wel verliefd werd op degene die voor me zat, later hoorde dat ik ze aan zat te staren. Werd voortdurend verbeterd, kreeg de kans mijn typediploma te halen bij Schoevers en werd bevorderd tot typiste en moet bekennen dat ik ook daar niets van terecht bracht. Zoveel fouten en we hadden toen nog vlakjes waar we de fouten mee wegpoetsten en dat werd natuurlijk een zootje en iedereen zag hoe vaak ik vlakte. Oh, ik kan hier zoveel richtingen uit schrijven en nu een keuze zien te maken anders wordt het verhaal te lang. Ok keuze gemaakt: de groepsleider was een jonge man, iets ouder dan ik, die erg bevlogen was in zijn werk. Hij wist me altijd vriendelijk te corrigeren en er grapjes over te maken. 

Vele, vele jaren later had ik als trainer opdrachten bij de belastingdienst. In Utrecht was een vergadering van trainers. Denk dat ik zo'n vijftig was en een dikke wat slonzige man stond op en begon een lezing te houden. Wat grappig dacht ik... die man praat zo bevlogen en hij heeft dezelfde mond als die jongen van het Sociaal Fonds toen. Hij hield een geweldige lezing en we hingen aan zijn lippen. Die nacht schrok ik wakker: "Verhip 't is 'm!" Herinnerde me zijn naam ineens en het klopte met de naam van deze man. Belde de volgende ochtend en ja hoor hij wist het nog. Dat onzekere meisje dat wel heel lief was en altijd verliefd. 

Er gebeurde nog iets in diezelfde vergadering. Op mijn achttiende zat ik in het Vrouwenhuis op de Nieuwe Herengracht te praten met een oudere vrouw. Ze sprak met me als gelijke en dat was ik niet gewend. Eigenlijk deed ze niets bijzonders behalve dat ze over zich zelf sprak en me totaal serieus nam, Ik voelde me ter plekke groeien. Had in die tijd nogal een minderwaardigheidscomplex. Ben het nooit vergeten en had er een stukje over geschreven. In de vergadering zat een oudere vrouw naast me en we hadden samen geluncht. Na de lunch kijk ik haar aan en opeens weet ik het: "het is de vrouw uit het Vrouwenhuis!" Ja hoor ze was het. Twee bijzondere ontmoetingen in één vergadering. Nu kon ik haar vertellen wat ze toen voor effect op me had en haar het stukje sturen. 




Saturday, April 11, 2026

Meditatie en Godsdeeltjes

Een paar jaar geleden begeleidde ik een meditatie in De Roos in Amsterdam. Het bleek een vergissing want het zou pas 's avonds zijn en vriendin en ik waren er om vier uur 's middags al. Niet getreurd vriendin en ik zaten lekker en mediteerden samen in de mooie stiltekamer. Terwijl ik zat voelde ik mijn lichaam kloppen en vibreren en dacht: dit is leven... ik leef in dit lichaam en de vibratie maakt dat het lichaam tot leven komt. Ik zei wat ik dacht en vroeg mijn gidsen het over te nemen. Dat deden ze en hoe: ik hield een verhaal over het pulseren van het lichaam, het hart, de aarde, het universum dat pulseert en klopt en vibreert en dat we allemaal mee vibreren.

Vriendin deed een duit in het zakje en vroeg: wat is ruimte? De gidsengroep vertelde over hoe een atoom, zo nietig dat het niet te zien is de volledige ruimte in zich huist en hoe het kleinste deeltje zich bij elke pulsering en hartslag uitbreidt tot universa en universa en universa tot in het oneindige en dan zich weer terugtrekt in het kleinste deeltje en dat dat God is en dat als we mee-ademen en mee pulseren we kunnen voelen dat we Dat zijn. Dat alles ruimte is ook dat wat we als vaste materie zien en we zijn pulserende Godsdeeltjes die mee uitdijen en weer inkrimpen tot kleinste deeltje en dat is God. Ik hoop dat ik het nog goed weergeef want zelf heb ik er geen verstand van.

We voelden ons ruimer en ruimer worden, alles in me bewoog en ademde en toen de meditatie voorbij was dansten we van geluk.
De gidsengroep noemt zich Helder! Ik vergeet het vaak en zal toch eens meer aan de spirituele bel trekken.



Monday, April 6, 2026

Greet op de praatbank (video)


Vandaag 6 april was mijn moeder jarig. Dus tijd om een filmpje van haar te plaatsen. Ze vertelt over een woning die ze zou krijgen maar niet kreeg en later over 'het leven'. Uiteindelijk kregen ze een leuke lichte seniorenwoning in Meer en Vaart in Amsterdam. Greet is 80 geworden en zeventien jaar geleden weggevlogen. Nico werd 95 en is nu 13 jaar 'aan de andere kant'. Ze hebben nog vaak van zich laten horen: Hoe mijn ouders na hun dood van zich lieten horen.

Thursday, April 2, 2026

De speech

Ze waren vijftig jaar getrouwd en vroeger kwam de burgemeester maar nu kwam het hoofd van de Stadsdeelraad Bos en Lommer. Mijn moeder zat er al jaren op te wachten dat de burgemeester persoonlijk bij haar langs zou komen. Nou ja, het was niet de burgervader zelf maar deze man straalde ook een vriendelijk vaderlijk gezag uit en de bedoeling was dat hij een speech zou houden in de woonkamer. Het liep anders. 

De man ging zitten, ma ging staan, postte zichzelf tegen zijn stoel aan en hield een speech van ongeveer een uur over zichzelf en wat voor geweldige dingen ze in haar leven had gedaan. De man bleef een uur lang vriendelijk knikken en zei toen dat hij nog een vergadering op kantoor had. Van zijn speech kwam niets meer, maar ma was dik tevreden dat ze de 'burgemeester' eens goed had verteld wie ze was. Hij bleek de man van een vrouw waarmee ik af en toe werkte bij de bieb op plein 40-45. Kwam ze een paar maanden later tegen in de bioscoop. Nu vertelde hij dat hij zeer had genoten van mijn moeders speech. 





Een stille man met een heelal in zich

Mijn vader was een stille, verlegen man. Hij werkte vanaf zijn dertiende als meubelstoffeerder, met alleen de lagere school achter zich. Elke week gingen we naar de bibliotheek om boeken te lenen. Mijn vader koos boeken over fotografie en sterrenkunde, mijn moeder spirituele boeken, en ik las een beetje van alles, inclusief de kinderboeken.

Als ik bij mijn ouders op bezoek was, vergat ik hem vaak. Mijn moeder eiste alle aandacht op. Na een uur dacht ik ineens: Oh jee, pa is er ook nog, en dan vroeg ik hoe het met hem ging. Mijn moeder antwoordde steevast voor hem:

“Het gaat goed met hem, ik hou hem jong.”

“Ik vroeg het aan pa.”

“Niek, zeg dan hoe goed het met je gaat en hoe jong ik je hou!”

Na wat geborrel vanuit zijn buik herhaalde hij stotterend wat zij had gezegd.

Zo ging het jarenlang. Hij leefde in haar schaduw, sprak weinig, bewoog zachtjes door het huis, bijna onzichtbaar.

De dag dat ik hem ‘ontvoerde’

Ik was in de veertig toen ik hem voor het eerst alleen meenam. Ik had een werkafspraak bij de Vara-studio’s in Hilversum, de stad waar hij was opgegroeid. Plotseling kreeg ik het idee hem mee te vragen om de weg te wijzen. Als ik hem vroeg in de ochtend zou bellen, wist ik dat mijn moeder nog lang niet klaar zou zijn om zich aan te kleden — en ja hoor, het lukte.

We spraken af in de sprinter. Hij stond al in de deuropening te wachten. Hij leek jonger, vrolijker, bijna licht. Hij sprong als het ware om me heen van energie en hij sprak — uit zichzelf, vrij, alsof er iets in hem open was gegaan.

Na mijn gesprek liepen we naar een terras. En daar vertelde hij me het geheim van zijn leven.

Hij was doodsbang om het te zeggen, alsof hij een biecht aflegde. Rond zijn negentiende had hij in een bank die hij moest stofferen beeldjes gevonden. Hij verkocht ze om schoenen te kopen voor zijn toenmalige vriendin. Hij kreeg er zestig gulden voor — een groot bedrag in die tijd. De volgende dag kwam de politie. De eigenaars hadden zich gerealiseerd dat de beeldjes in de bank verstopt hadden gezeten. Mijn vader kreeg een jaar gevangenisstraf. Hij droeg de schaamte zijn hele leven met zich mee.

Hij was zo bang dat ik hem zou afwijzen.

Ik zei dat ik van hem hield, dat je tegenwoordig voor zoiets hoogstens een paar weken taakstraf zou krijgen. Dat de echte straf het jarenlange schuldgevoel was dat hij zichzelf had opgelegd. Hij vertelde het mijn moeder pas na hun trouwen, en zij heeft hem dat nooit vergeven. In ruzies kwam het altijd weer boven.

In de trein terug had hij heldere ogen zoals ik ze nooit eerder had gezien. Ik zei dat ik dit vaker wilde doen, samen op pad. Op dat moment gingen de luikjes dicht. Er kwam weer een waas voor zijn ogen.

“Daar krijg ik geen toestemming voor van je moeder,” zei hij zacht.

Hij vroeg me mee naar binnen te gaan als buffer, omdat hij wist dat mijn moeder hem zou ondervragen over alles wat er was gezegd. Toen we aankwamen had ze een glaasje te veel op en ze voelde precies wat er was gebeurd.

“Nou weet je het, je vader is een crimineel. Ik ben met een crimineel getrouwd.”

Die dag sprak ik mijn vader voor het eerst echt.

De lezing die alles veranderde

Jaren later, toen mijn moeder al overleden was, ging mijn vader — inmiddels vierennegentig — drie keer per week naar een ouderenopvang. Op een dag belde iemand van de organisatie:

“Uw vader gaf vandaag een lezing over sterrenkunde. Zo interessant!”

Ik was stomverbaasd. Mijn vader, een lezing. Toen pas besefte ik hoeveel kennis hij in stilte had verzameld uit al die bibliotheekboeken.

Na zijn dood vertelde een medium dat mijn vader “aan de andere kant” astronomie studeerde. Dat hij daar eindelijk vrij was, zonder het minderwaardigheidscomplex dat hem op aarde zo klein had gehouden.

Dat maakte me diep gelukkig.





Monday, March 2, 2026

Voorbestemd


Mijn
moeder woonde als kind in de Blasiusstraat in Amsterdam. Ze had een vriendinnetje Anna wiens vader meubelstoffeerder was, Zwafie werd ie genoemd, hij heette echt Israël Zwaaf. Ma vond het enorm interessant om te kijken hoe die man zijn werk deed. Ze bleef om hem heen hangen en dan zei hij: "Je trouwt nog eens met een meubelstoffeerder!" De man en zijn dochter overleefden de oorlog niet.
Na de oorlog vroeg mijn moeders werkgever, ze was naaister op een naaiatelier, of ze wilde poseren voor een foto. Het was om een regenjas aan te prijzen. De foto stond in verschillende etalages. Mijn vader woonde in Hilversum en zag de foto in de etalage en dacht: 'Wat een mooi meisje' en dacht verder niet na.
Ze kwamen elkaar tegen tijdens een dansavond op het Rembrandtplein. Mijn vader miste twee voortanden en was niet de meest aantrekkelijke partij. Hij vroeg mijn moeder ten dans en ze was al op de dansvloer toen mijn vader nog iedereen voor liet gaan. Toen hij er eindelijk aankwam was het lied voorbij. Op het Centraal Station namen ze afscheid mijn vader vroeg haar adres. "Ik ben verloofd" antwoordde mijn moeder en terwijl de trein wegreed kreeg ze een ingeving. "Die man is fatsoenlijk, die moet ik hebben..." Ze riep nog snel haar adres.
Een week later stond hij voor de deur in de Ten Katestraat, waar mijn moeder inmiddels met mijn oma en tante woonde, compleet met al zijn tanden en dat was effe een ander gezicht. Oma was in haar nopjes en wat bleek: hij was meubelstoffeerder. Mijn vader zag de foto met de regenjas in de vensterbank staan en riep: 'Die foto ken ik! Die zag ik in Hilversum!' Toen ze elkaar hun leven vertelden vertelde mijn vader dat hij voor de oorlog had gewerkt voor Zwafie (ofwel Israël Zwaaf) in de Blasiusstraat. Ze zagen het als teken dat ze bij elkaar pasten.
Pa moest bij zijn eerste bezoek aan de Ten Katestraat even naar de wc en kwam er niet meer af. Hij was niet gewend aan zulke kleine toiletjes en er was iets misgegaan. Verlegen als hij was durfde hij zich niet meer te vertonen. Na een half uur bonsde mijn moeder op de deur en toen kwam het hoge woord er uit. Oma had wel even een schone broek en toen was het ijs gebroken. Ma maakte het uit met haar verloofde en ze begonnen hun leven samen.
Op dezelfde plek waar mijn ouders elkaar ontmoetten werd ik in de zeventiger jaren met mijn vrienden en vriendinnen de dancing uitgeslagen op het Rembrandtplein. We dansten eind jaren zeventig met elkaar keurig op afstand. Geen anderhalve maar toch wel een halve meter. Vrouwen met vrouwen en mannen met mannen. Dat pikten de heren niet en hup daar vlogen we door de lucht de straat op. Ach, het was niet leuk maar ook wel weer spannend en het was het begin van het meer bekend worden dat er ook andere samenlevingsvormen zijn.
En tja, als mijn ouders elkaar daar niet waren tegengekomen was ik niet op het Rembrandtplein door de lucht gevlogen. Het kan verkeren...







Sunday, March 1, 2026

Sofnaaister met poeha

Mijn moeder was in haar jonge jaren coupeuse en dat heb ik geweten. Er was geen geld voor nieuwe kleren dus ze maakte ze zelf. Ze kon uren bij de 'Margriet' op de Stadhouderskade in Amsterdam patronen uitzoeken en dan naar 'het Winckeltje' op de Ceintuurbaan om draadjes en naalden en stofjes te zoeken. Ik verveelde me dood, vond het muf ruiken en wist niet waar ik moest kijken omdat alles me tegenstond. Moest uren aan het wiel van de naaimachine zitten om hem aan de gang te houden. Dan op een bankje staan om met spelden het jurkje passend te krijgen en draaide altijd in de verkeerde richting rond en ma bitste met spelden in haar mond: "Nee, andere kant.. sta niet zo te wiebelen, stil staan!"

Ze werkte vanaf haar dertiende bij verschillende werkgevers. In de oorlog op haar dertiende liep ze met haar zuster Annie op bij elkaar gelapte schoenen van de Ten Katemarkt naar de Koninginneweg waar ze zonder eten de hele dag moesten naaien. Een collega zat heerlijk belegde boterhammen te eten terwijl zij toekeken. Tot mijn moeder een keer flauw viel, daarna kregen ze elke middag een boterham. Jaren later werd ze aangenomen bij een ander atelier en ze vroeg of ze even mocht rondkijken op de werkvloer. Ze had zichzelf verkocht als topnaaister en liep rond als Meryl Streep in The Devil wears Prada en men was zeer onder de indruk. Haar aankomende collega's dachten dat ze een nieuwe directrice was. Toen ze eenmaal begon kreeg ze de wind van voren: "En jij noemt je een topnaaister met je poeha? Je bent een sofnaaister!"

Dan de keer dat ze de baas waar ze allemaal bang voor waren aan het dansen kreeg. "Dat lukt je nooit!" zeiden haar collega's. "Nou wacht maar af..." antwoordde ze. "Mijnheer Brauns, kunt u dansen?" De man was even van slag en zei: "Nee!" "Dat een heer zoals u niet kan dansen, kom ik leer het u." Ze zette haar collega's aan het nummer: 'Ik heb een huisje met een tuintje' te zingen, dwong de man in een quickstep en schopte zijn benen in de goede richting.

Ze kreeg het voor elkaar dat ze tussen de werkzaamheden koffie kregen wat toen schijnbaar niet de gewoonte was en stopte met werken bij haar trouwen wat wel de gewoonte was. Wat heerlijk dat ik tegenwoordig op alle werkplekken waar ik kom de heerlijkste cappuccino's krijg.

Van de week vond ik deze foto van Greet en Annie na de oorlog. Achterop deze tekst:








Over krotten, balkonnen en de Russen

Mijn ouders kregen in 1952 met veel moeite een halve woning in de Jan van der Heijdenstraat in de Amsterdamse Pijp boven het koffiehuis de drie énen op 2 hoog achter. Toen was er al woningnood. Het was een krot en het plafond zat vol gaten met uitstekend riet. De huisbaas eiste een borg van driehonderd gulden wat in die tijd een gigantisch bedrag was. Mijn vader was gelukkig handig en maakte er een 'paleisje' van. Hij timmerde een alkoof en we hadden een balkon op het noorden. Hij werkte om de hoek in de Daniel Stalpertstraat bij meubelstoffeerderij Jansen. In 1955 werd ik geboren en we sliepen met z'n drietjes in die alkoof. Ik vond het prachtig en waande me inderdaad in een paleis. Mijn moeder vond het vochtig en er was een hoop burengerucht en ze wilde zo graag een zonnetje op het balkon. Gelukkig kon ze wel zonnen op de zolder tussen de kolen en zij waande zich daar in Zwitserland: "Het is nu een hele woning want ze hebben de muur doorgebroken en ze hadden er toen al € 350.000,- euro voor betaald. Mijn moeder viel zowat flauw toen ik het vertelde.
Na vele bezoeken aan het CBH (nu herhuisvesting) met urgentiebewijs kregen ze toen ik twaalf was een woning op één hoog in de Talmastraat. Ze waren er zo blij mee want nu hadden ze een eigen slaapkamer en ik een apart klein kamertje. Helaas er was geen balkon maar nu kon mijn moeder uit het raam naar buiten kijken. Dat deed ze veel en iets te veel naar mijn smaak omdat ze alles in de gaten hield. Elke keer als ik iets deed wat ze niet in de haak vond hoorde ik haar venijnig tegen het raam tikken met haar ring. Ik ging op mijn negentiende het huis uit en een paar jaar later zou het huis worden verbouwd. Ze moesten eruit.
Nu kregen ze een woning op het Jan van Schaffelaarplantsoen en tot grote blijdschap van mijn moeder met twee balkons voor en achter. Als een koningin hield ze de snelweg, de brandweer en de Kolenkit in de gaten. Ook dat deed ze met verve want toen de Kolenkit gesloopt dreigde te worden liep ze op hoge poten met mijn vader in haar kielzog naar de vergadering. Ze riep: "Zelfs de Russen komen hier speciaal om de Kolenkit te fotograferen ik heb ze zelf gezien!" Nou waren er in die tijd niet veel Russen te bekennen en ik denk dat mijn moeder nog veel meer heeft gezegd want die hield niet snel haar mond. Het bleek te helpen en ze kreeg een bedankbrief van de kerkraad. De snelweg A10 vond ze zo gezellig met al die passerende auto's. Heb het steeds weer moeten horen als ik op bezoek kwam: "Ik heb de kerk gered!"
Ze hebben er vele jaren zeer gelukkig gewoond en laatst heb ik bij deze groep beschreven hoe ze daar weg moesten. Als ik op de fiets aankwam zat ma al op het balkon naar me te zwaaien. Kan niet langsrijden zonder omhoog te kijken maar er zit niemand op het balkon.



Tuesday, February 24, 2026

Jomanda en de energie van mijn moeder.

Ma was er van overtuigd dat ze helende handen had. Als pa hoofdpijn had dan legde ze haar handen op zijn hoofd en ja hoor: weg hoofdpijn. Dan was ze zo enthousiast dat ze uren doorging over hoe helend haar handen waren waardoor de hoofdpijn weer terugkwam. Dat was helaas een bijverschijnsel. Ze had menig buur van pijn af geholpen. Op een dag zei ze tegen de buurvrouw die ze amper kende: "U zit op de WC en u huilt want u heeft veel verdriet en niemand mag het weten." De buurvrouw was verbijsterd... het klopte.
Later toen ze hield ze haar hand op de knie van de buurvrouw en ja hoor de pijn was weg waardoor de buurvrouw elke dag naar boven kwam voor een heling wat ma wat te veel van het goede vond. Hoe assertief ze was, ze durfde niet te zeggen dat het haar te veel was.
Zo zei ze ooit toen ik plotseling met een stel vriendinnen op oude jaarsavond langs kwam om mijn ouders te verrassen tegen één van hen: "en jij bent de eenzaamste!" Ach, ze had gelijk maar de stemming was verpest want de vriendin was totaal overstuur. Het is mooi als je meer kunt zien als een ander maar je moet er ook wat taktisch mee kunnen omgaan.
Ma vond Jomanda geweldig en voelde zich verwant want tenslotte kon ze ook mensen helen dus we togen naar Tiel. We keken raar op van de mensen die op de grond kronkelden of rolden en kreten uitsloegen terwijl anderen aan de patat zaten. Opeens kwam een vrouw als een slang over de grond naar haar toe gekropen en greep mijn moeders enkel vast. Ma schrok zich bijna dood en wilde haar wegschoppen. Een vrouw kwam naar mijn moeder toe: "Mevrouw, laat haar maar, dat heeft ze nodig." Ma zat wel twee uur met die vrouw aan haar been gekluisterd. We kregen de slappe lach. Toen het klaar was en de vrouw weer ging staan bedankte ze mijn moeder. Later zei ma: "Ik heb die vrouw zo geholpen met mijn energie." Trots vertelde ze ons haar triomf terug in de trein naar Amsterdam. We hebben het verhaal nog vaak mogen beluisteren tot ze het niet meer kon vertellen dus nu doe ik het voor haar.