Avonturen
De boeken: 'Placebo's en fluitende fietsen' en 'Niets meer te bewijzen' zijn gratis als ebook te verkrijgen. Ben je geïnteresseerd stuur me dan een email via marjaruijterman@gmail.com. Alle 405 verhalen, ook die ik na de boeken schreef, zijn in deze blog te lezen. Hoop dat je er van geniet. Wil je een verhalenmiddag of een lezing organiseren, heel graag en stuur me dan ook een mail.
Friday, June 12, 2026
De twee zusters die samen wegvlogen...
Twee maanden daarvoor vierden we nog vrolijk mijn moeders tachtigste verjaardag. Haar iets jongere zus Annie was achtenzeventig. Ze leken gezond. Hun hele leven lang zeiden ze regelmatig: "Nou? we hebben weer wat het zellufde hoor, Annie en ik. Zo gaat het nou altijd!" Ze hadden dan los van elkaar een jurkje gekocht. Bleek het zelfde te zijn. Of een vest in de zelfde kleur. Of ze voelden zich allebei niet zo lekker of mijn nicht ging op vakantie naar het buitenland en ik ook. Er was altijd wel een reden om die gevleugelde woorden te roepen.
Zestien jaar geleden zijn ze overleden, ze gingen samen. De dertiende juni stierf mijn moeder en één dag erna, de veertiende haar zuster. Ze wisten het niet van elkaar. Ze zagen er nog op en top en zeer jong uit. Er leek geen vuiltje aan de lucht en iedereen dacht en zijzelf ook, dat ze nog jaren zo door zouden gaan.
Durf te wedden dat mijn moeder zei, nadat ze aan de andere kant was aangekomen en haar zuster daar tegen kwam: "Asjemenou, jij ook hier? Nou? We hebben ook altijd het zellufde!"
Een medium vertelde dat mijn moeder haar zuster ineens zag en verbijsterd vroeg: "Wat doe jij nou hier? Hoe kan dat nou?" Mijn tante antwoordde dat ze plotseling ook was overleden. "Oh, wat fijn, we gaan dansen!" riep mijn moeder uit en ze pakte mijn tante bij haar etherische armen maar mijn tante was er nog niet aan toe: "Nee Greet, daar ben ik nog niet aan toe, ik moet nog even bijkomen van de schrik." Ik zag het zo voor me, zo waren ze.
Laatst belde ik mijn nicht. Ze vertelde dat haar auto was weggesleept en ja hoor de mijne ook... en van de week was ze naar de huidarts om een plekje te laten weghalen en ja hoor, dezelfde week... O, God, het zet zich voort!
Annie en Greet:
Wednesday, June 10, 2026
Eight years of struggle (how my mother came to terms)
Mom absolutely hated the fact that I was into women. I told her when I was sixteen. At first she said: "Oh, it's just a phase, you'll get over it." After a while she asked: "Are you still a lesbian?" When I said "yes", she flew into a rage. "Why does this have to happen to me, my daughter being a lesbian." She pulled at her hair and disappeared to her sister's house for a few days. My aunt and my cousin told her she had to accept me for who I was, but she just couldn't. We had terrible, recurring arguments about it. She had always said: "Mar, you shouldn't care about what others think, just live your own life." She also used to say: "You must never laugh at people like Albert Mol, they can't help it." But this was a bridge too far for her—her own daughter. It was completely alien to her. She criticized my girlfriends so harshly that I had to do my best not to buy into it.
My mother stood up, looked at me with an expression that said: "I won't let them get the better of me," and danced a quickstep with the woman, both wrestling over who was taking the lead. She refused to give it up, and neither did the other woman. My mother and I got pretty tipsy, and the night became more and more fun. When it ended, we walked into the hallway, and there was my father, faithfully waiting. Together they walked back to Bos en Lommer. I realize now that I didn't even bring him a drink.
Into a labyrinth you are cast away.
For years your child kept it bottled up inside.
Homosexuals have always had to hide.
In the year 1972 it was never spoken of,
that is why you feel broken in terms of love.
When your child says: I am homosexual,
the blow to your soul is painful and actual.
In later years you begin to see,
as your grief subsides gradually,
that your child had to put up a fight
for her feelings and for her right.
And that your child helps fight the fight,
so another person's child gets their right.
So another won't have to struggle or toll,
and can calmly say from the depth of their soul:
“Mom and dad, I am homosexual.”
Because you teach your child to be true,
and when they honestly accept their feelings, it hurts you.
That is just completely insane.
And that is why we hope it is plain
that in the future people no longer have to hide,
or bottle up the feelings they have inside.
And that all homosexuals fight for their right.
So that in the year two thousand,
a parent won't despair when a child says: I am homosexual.
The parents can then be happy and whole in their soul.
Thursday, June 4, 2026
Onszelf tot rust ploffen
Vrouwen leren om de buik in te houden omdat dat mooier staat en dat betekent dat het moeilijk is laag te ademen en een strakke buik te houden. Kijk naar de mannequins op de catwalk. Een bodybuilder zei ooit, toen ik nog mijn shiatsu-praktijk runde, dat hij zo'n pijn in zijn schouders had. Hij was nogal klein en blies zich enorm op om zo breed en groot mogelijk te lijken. Ik zei: "adem eens uit..." Zijn schouders zakten een eind naar beneden. Hij stond er heerlijk ontspannen bij. "Doe dat eens vaker" zei ik. "Nee, dat doe ik niet want dan lijk ik kleiner." Tja, dan liever pijn in de schouders. Eigen keuze.
Iemand vertelde ooit dat moeders in Japan, als de kinderen te druk waren, riepen: "Hara". Hara betekent buik. Kinderen leerden in die tijd zich te concentreren op hun hara. Zodra de moeder riep: "Hara!" Waren de kinderen stil en rustig. Ik geef dat vaak door op bedrijven waar iedereen loopt te rennen en te haasten. Dan lachen ze me vriendelijk uit maar het werkt wel. Roepen ze elkaar toe als ze elkaar zien rennen en vliegen: "Hara!" Grote hilariteit maar ze zijn het zichzelf weer wel bewust.
Het kan in één keer... bijvoorbeeld als ik voor een groep sta en wat opgewonden raak en ik merk het terwijl ik bezig ben, dan doe ik een subtiele maar flinke uitademing. Meteen voel ik me rustiger en heb ik meer overzicht. Een hoge ademhaling maakt dat we minder zuurstof naar onze hersenen brengen en dat kan leiden tot paniek of een onzeker gevoel.
Tijdens communicatietrainingen hebben veel deelnemers een te hoge ademhaling. Ook mensen die een burn-out hebben of van streek zijn ademen te hoog. Als ik vraag de adem naar de buik te brengen is dat voor sommigen heel moeilijk. Ik leerde het zelf ooit in een paar weken bij een fysiotherapeute.
Nu heb ik daar wat op gevonden. De plof-adem. Je haalt drie keer diep adem en ploft de adem er in één keer uit. Je laat alles hangen wat er maar kan hangen. Schouders, buik, armen, knieën en vooral ook de kaak en de kin, daar zit veel spanning en dat merk je pas als je ze laat hangen. Je wordt er niet mooier op maar dat mag de pret niet drukken. Zodra je drie keer uitploft zit je adem in je buik. Dat maakt ons meteen een stuk wijzer:
Stel je hebt een probleem, een examen, een sollicitatiegesprek of je moet een besluit nemen. Je bent gespannen, paniekerig en je adem zit hoog. Plof een aantal keer uit en begin dan met wat je te doen hebt of neem je beslissing. Laat je gedachten voor je werken en zeg tegen ze: "Denk er aan de adem drie keer te laten ploffen!"
Zeg ook tegen je gedachten: "Jullie houden even jullie mond verder, ik neem de beslissing. Wie is ik in dit geval? Dat is wie we werkelijk zijn, zonder de gebruikelijke belemmeringen, onzekerheden en het ego-gedoe. Zonder de kaken op elkaar of in de "ik moet me bewijzen"-stand.
Al het ego uitgeblazen? Vraag jezelf, na het ploffen: "Wat voor advies geef ik mijn dagelijkse zelf?" Schrijf dan zonder na te denken op wat oppopt in je brein.
Doe het maar eens. Plof ze!
Monday, June 1, 2026
Jubileumverhaal drieëndertig jaar coachen en trainen
Zou eigenlijk een feest moeten geven maar dat is me nu teveel gedoe. Ben net een jaar gepensioneerd maar werk nog af en toe met heel veel plezier. Precies 33 jaar geleden, januari 1993, durfde ik de stoute schoenen aan te doen en begon te acquireren. Eerst aarzelend want 'zaken doen' was bijna vies in mijn jeugd. "Ze gaan over lijken" zei mijn moeder en nu begon ik zelf. Ma riep: "Dat kan je niet!" want die hield van zekerheid en zag me liever getrouwd met een keurige baan. De postbank belde of ik langs wilde komen. Had een foldertje gestuurd en dat vond ie zo schattig onbeholpen dat ie me wel eens wilde zien. Het viel op tussen de professionele folders. Ik mocht drie mensen coachen en als dat goed ging kreeg ik meer opdrachten. Ze waren enthousiast hoewel ze wel aanmerkingen hadden over mijn schoenen en mijn fiets maar die waren zo vervangen dus ik kon door.
Thursday, May 28, 2026
Over vooroordelen enzo
Voor ik een opleiding zou gaan geven voor de politie mocht ik een paar keer meekijken met een collega. Zat daar voor het eerst met een stel politiemensen. In de pauze wilde ik iets uit mijn auto halen maar oh jé... de sleutel zat nog in de auto en die was hermetisch afgesloten.
Saturday, May 23, 2026
Te chique voor ons soort mensen
een stukje Vondelpark. Deze buurt heb ik pas op mijn twintigste ontdekt. Mijn toenmalige vriendin en ik kregen prachtige en betaalbare kamers in de Valeriusstraat en ik was verbijsterd over de rust en de schoonheid van de straat en het pand. Dat kende ik niet. Wij woonden in een piepkleine halve woning in de Pijp, toen een achterstandswijk.
Mijn ouders waren verstokte wandelaars en liepen de hele stad door, ook vaak door het Vondelpark maar deze buurt pakten ze niet mee. Later heb ik begrepen waarom toen ik mijn moeder vroeg of ze mee ging naar de Beethovenstraat. "Nee, dat doe ik niet!" zei ze terwijl ze me afweerde. We waren er vlak om de hoek omdat ik daar werkte en ik ze mijn werkruimte liet zien. "Waarom niet ma? dat is een gezellige winkelstraat." Ze weigerde en mompelde iets van: Dat is niet voor ons soort mensen. Ik was verbaasd omdat ze vroeger altijd zei dat 'het volk' uit de Pijp massamensen waren waar wij hoog boven uitstaken en nu durfde ze de Beethovenstraat niet in omdat ze te min zou zijn? Koningin in de Pijp maar te min voor de Beethovenstraat?
Terwijl ik zo aan het mijmeren was over mijn jeugd en de vreemde capriolen van mijn moeder liep ik verder en genoot van alle pracht. Het klasseverschil voorbij...
Tuesday, May 19, 2026
Gek doen
Al jaren kom ik bij de bakker om de hoek en op zaterdag werken de twee dochters achter de toonbank. Vanaf een jaar of twaalf helpen ze de zaterdagen al mee. Ze hadden precies geleerd wat je moet zeggen tegen de klanten. Beiden met het zelfde toontje als hun moeder. “Dag mevrouw, waarmee kan ik u van dienst zijn?” Elke keer het vaste riedeltje. Als ik ze iets anders vroeg of zei, kreeg ik een vaag glimlachje en ze bleven in hun rol. “Anders nog iets, mevrouw?” Nu zijn ze beiden in de twintig en nog steeds dezelfde zinnetjes. Met Sinterklaas waren ze verkleed als Piet. Een revolutie! Ik begroette ze enthousiast en complimenteerde ze met hun prachtige pakken. Een vaag lachje terug en: “Waarmee kan ik u van dienst zijn?”
Voor de derde keer zat ik te snikken bij de film: “Pay it Forward.” Het gaat over een jongetje dat voor school een werkstuk moet maken. Hij heeft het volgende bedacht: hij doet iets goeds voor drie mensen, met als voorwaarde dat die drie ook weer drie mensen gaan helpen, en dat dit zich dan zo verder uitbreidt. Het jongetje denkt dat zijn werkstuk mislukt is, maar wij als kijker kunnen zien wat er met die mensen is gebeurd die ook mensen zijn gaan helpen en hoe zich dat snel verspreid heeft. Eigenlijk doen we het nu al allemaal.
Tien politiemannen
Het was de eerste keer dat ik een training gaf aan de politie. Zes maal drie dagen met tien politiemannen in een hotel. Ik had het idee dat ik aardig van al mijn vooroordelen af was, maar ze moesten in de training veel van zichzelf laten zien en ik vroeg me af of dat zou lukken met tien van die macho’s.
Ach ja, ik kom uit de vrouwenbeweging en was behoorlijk fanatiek, dus het zat nog in mijn bloed.
Na de kennismaking en nadat ik mijn verhaal had verteld om de boel op gang te krijgen, begon de eerste: Hij had zichzelf uit een zware depressie geholpen door meditatie. Nu was hij van de antidepressiva af.
De tweede deed aan aura-reading. De derde had tranen in zijn ogen toen hij over een afschuwelijke gebeurtenis in zijn loopbaan vertelde en zo ging het maar door.
Ik zat verbijsterd te luisteren en al mijn overgebleven vooroordelen vlogen het raam uit.
We hadden een prachtige tijd en iedereen was open en eerlijk en we bloeiden en groeiden.
Tot de vierde driedaagse. Ik moest iets uitleggen wat ik zelf niet begreep. Ik belde mijn collega’s om te vragen hoe zij het aanpakten. Elke keer dacht ik dat ik het nu wel wist, maar als ik het zelf aan het uitleggen was, kwam ik er weer niet uit.
Die dagen liep ik op mijn tenen. Ik wilde de groep niet teleurstellen en mezelf ook niet en ik ging maar door. Ik zag de ogen van de mannen wegtrekken. Weg alle verbondenheid en openheid. Ik voelde me verschrikkelijk.
De laatste dag tijdens de evaluatie dacht ik: nog even volhouden en dan kan ik me laten gaan. De tranen branden achter mijn ogen.
Tot één van de mannen zei: “Marja, je bent emotioneel hè?” Ik hield het niet meer.
Niet een paar tranen, nee zeeën. Blèren. Daar zat ik als oud-feministe voor tien politiemannen te huilen. Wegrennen had geen zin. Ik hield mezelf voor dat ik wilde stoppen met het vak.
Toen de ergste tranen gedroogd waren, begon ik te praten. Ik vertelde hoe ik me had gevoeld. Dat ik het zelf niet wist en dat ik het niet wilde toegeven. Dat ik het vreselijk vond dat ik hun ogen zag wegtrekken en dat het goede gevoel weg was. Op dat moment kwamen ze allemaal om me heen staan en begonnen ze me te omhelzen.
Wie had dat kunnen denken? We hebben nog lang nagepraat en ik nam me heilig voor om het in het vervolg meteen te zeggen als ik ergens niet uitkwam. Daar heb ik me tot nu toe aangehouden. Meteen zeggen wat ik voel ook als ik merk dat er bij de groep iets speelt. Dat geeft openheid en ontspanning.
Jaren later had ik een etentje met de man die me aan het huilen had gekregen. Hij is een goede vriend geworden. Inmiddels is hij zelf trainer en coach.
Hij vertelde dat hij heel tevreden was over een trainingsdag met zijn groep. Tijdens de evaluatie zei een vrouwelijke deelneemster dat ze het wel wat langdradig had gevonden.
Zijn reactie: “Dan heb je het verkeerde beroep gekozen!” Terwijl hij het zei, besefte hij wat hij deed. Ook bij hem brandden de tranen achter zijn ogen.
Hij bood meteen zijn excuses aan en gaf toe dat hij totaal verkeerd reageerde. Haar feedback was als een dolksteek binnengekomen.
Toen vertelde hij de groep het verhaal over een trainster die ooit in huilen uitbarstte.
Tip:
Tel vandaag hoe vaak je oordeelt over iemand of over jezelf. Stop een euro per oordeel in een potje en als aan het eind van de dag het potje leeg is: leg dit boek dan weg, want je hebt het niet meer nodig. Is het potje vol: lees dan door.
Heb je een vooroordeel over iemand en realiseer je je dat? Ga in gesprek en leer de ander kennen.
Geef je een training of doe je je werk en voel je dat je op je tenen loopt? Dat je je groot houdt om niet af te gaan? Haal diep adem, adem uit en zeg eerlijk wat je voelt… mensen kijken je wat vreemd aan. Even later voelen anderen zich ook vrij om zich bloot te geven.
Kijkt iemand je boos aan en word je onzeker? Vraag meteen wat er aan de hand is. Het kan een interpretatie zijn. Het beste is nog even vragen in de pauze. Het levert mij altijd mooie gesprekken op.
Uit: Placebo's en fluitende fietsen
Monday, May 11, 2026
Twee koffers
Twee maanden ervoor had mijn moeder twee koffers gepakt. Eén voor voor mijn vader en één voor haarzelf. Ma regelde alles altijd ver van te voren. Om zes uur opstaan en op en top aangekleed zijn en het huis keurig aan kant. "Je weet maar nooit of er iemand langs komt", wat zelden meer gebeurde. Mijn verjaardag en Sinterklaascadeautjes kreeg ik altijd twee maanden van te voren omdat ze niet kon wachten. Om vier uur 's middags hadden mijn ouders al gegeten, want dan was de avond lekker lang.
Dus daar stonden de twee koffers en elke keer als ik kwam zei ma trots: "Kijk, de koffers staan al klaar, alles is al ingepakt, goed hè?"
Het was drie dagen voor ons vertrek. Ik moest die dag naar Brabant. Omdat ik een raar voorgevoel had, belde ik haar heel vroeg die ochtend.
Ma's stem klonk vreemd dus ik bedacht me geen moment en reed direct naar haar toe. Daar stond ze, midden in de kamer, volkomen ontredderd met een vragende blik.
In het ziekenhuis bleek dat ze een tia had gehad. Het ging al snel stukken beter. Ma babbelde weer honderuit en huppelde parmantig door de gangen van het ziekenhuis. Ook nu stond ze om zes uur opgetut en aangekleed met handtas naast haar bed op de verpleging te wachten.
Ze was drie dagen thuis toen ze weer een tia kreeg. Na een MRI in het ziekenhuis kreeg ze een hartaanval en na zes weken beademen besloten we de stekker er uit te trekken.
We namen prachtig afscheid en ik verwerkte mijn verdriet. Ik dook er helemaal in en genoot er van.
Na een paar weken opende ik de koffers. In de éne koffer lag een verfrommelde trui en in de andere een paar sokken.
Inmiddels is mijn moeder al een aantal jaren gestorven. Ze heeft al vaak op diverse manieren van zich laten horen. Toen midden in de nacht een hoop klopgeluiden naast mijn bed roffelden en het licht plotseling aan ging was het tijd voor een telefonische sessie met Myrthe, het medium, om half elf. Zegt ze: "Je moeder was hier vanmorgen al om zeven uur. Heb haar gezegd dat ik toch eerst moest douchen maar ze kon niet wachten." Zo zie je maar: zo beneden, zo boven:)
Wednesday, May 6, 2026
Ineens ben ik zeventig
Zeventig was mijn oma en mijn tante Marie. Dat waren zeventigers niet ik. Van binnen is leeftijd van weinig belang. Van buiten is het te zien en ja ook te voelen aan de spieren die niet meer zo soepel zijn als vroeger. Gek genoeg als ik een nummer draai uit de zeventigerjarentijd lijken die spieren zich meteen te herstellen. Mijn vader zei op zijn vijfennegentigste: van buiten ben ik oud maar van binnen is er niets veranderd. Dat klopt.
Als ze mij vroeger hadden gezegd dat ik op mijn zeventigste allerlei leuke klussen zou doen als onderneemster, dat ik auto zou rijden, dat ik een prachtig huisje met tuin zou hebben in de Rivierenbuurt om de hoek van mijn oude school, nog steeds in de Pijp op trendy terrassen zou koffie drinken, dat mijn ouders zouden zijn overleden maar toch nog af en toe om de hoek komen kijken... dan was ik verbijsterd geweest.
Tuesday, May 5, 2026
Ode aan tante Annie
\Er is een groot verhaal over tante Annie te vertellen en dat ga ik nu doen. Het was altijd feest als tante Annie kwam en een nog groter feest als mijn nicht Anja mee kwam. Vier jaar ouder dan ik, mooi, lief en gezellig. Taartjes, koffie en de zusters vertelden verhalen van vroeger en soms kregen ze met z'n tweeën de slappe lach over iets uit het verleden. Dat was heerlijk om te zien.
Op het moment dat ik mijn moeder vertelde dat ik op vrouwen viel kreeg ze een gigantische woede aanval en sloeg de deur achter haar dicht. Ze vertrok naar tante Annie. Annie en Anja vingen haar op en spraken met haar. Vertelden haar dat ze me moest accepteren zoals ik was en lazen haar de les. Ma bleef bij ze slapen en kwam pas de volgende ochtend terug. Echt geholpen had het niet want ze was nog steeds woedend en bleef dat acht jaar lang. In die acht jaar spraken tante Annie en Anja vaker met haar om haar anders naar me te laten kijken. Af en toe belde ik tante Annie, nog vanuit een telefooncel, en sprak ze me moed in.
Het bleef altijd een feest om naar tante Annie te gaan, zo'n hartelijk warm welkom. Mijn moeder lag in het ziekenhuis aan de beademing en die zondag kwam tante Annie, die inmiddels in Tilburg woonde, naar haar toe en nam ma's hand en zei: "Greet, ik geef je kracht hoor!" de volgende dag kreeg ze pijn in haar buik. Twee weken later werd ze op woensdag opgenomen en ging ik naar Tilburg om haar te bezoeken in het ziekenhuis. Ze zat rechtop in bed, haar piekfijn omhoog gestoken zoals altijd, make up in orde en een mooi pyamaatje aan. Annie en Anja hadden het over chemo en een pruik want haar haar was haar heilig. Ze lachte nog en was lief als altijd. Even later vertelde ze iets wat ze me nog nooit had verteld. Mijn moeder had altijd hele verhalen over de oorlog maar Annie leek daar niet zo mee bezig. Ze was twee jaar jonger dan mijn moeder en inmiddels achtenzeventig. Annie vertelde dat ze als kind naar haar vader ging en de ramen stukgeslagen vond. De buren zeiden dat haar vader en zijn nieuwe vrouw en kindje net waren opgepakt bij een razzia en op weg naar de Hollandsche Schouwburg. Ze rende er naar toe om haar vader te zoeken. Aangekomen zag ze een vrachtwagen waar mensen uitgeladen werden. Ze keek wanhopig of ze haar vader zag toen er een grote Duitser naar haar toe kwam en wegschopte. Ze rende naar huis en heeft hem nooit meer gezien.
Ik was in shock... dit had ze nooit verteld en mijn moeder ook niet. Hoe is het mogelijk dat ze daar al die jaren zo mee heeft kunnen leven? Zo stabiel, wat er ook in haar leven gebeurde, ze bleef rustig en vriendelijk en leek ook van het leven te genieten.
Die vrijdag in 2008 stierf mijn moeder en ik probeerde Anja te bereiken, dat lukte niet. In de namiddag belde ze dat Annie ook ging. Annie stierf de dag erop. Anja en ik raken er niet over uit gepraat over hoe dat nou mogelijk was. Tante Annie verdient een ode voor haar leven, mijn moeder leek altijd de sterkste van de twee met haar grote mond maar tante Annie was de stille kracht!
Foto: Annie twee maanden voor ze wegvloog:
Monday, May 4, 2026
De eerste chocoladereep na de oorlog
Ik stelde de kinderen voor het eerst volgende snoepje te eten met de gedachte dat het 't eerste snoepje van je leven is. Dat konden ze zich wel voorstellen. Als ik het van te voren had bedacht had ik een hoop chocolaatjes mee genomen.
Tuesday, April 28, 2026
De bijzondere vriendschap van Rachel en Olga
Jouw God of mijn God?
Dit was het eind van onze gesprekken. De koek was op.
En dan de prachtige gesprekken die ik had met een vrouw die Krishna aanbad. We hadden zoveel gemeen en we zweefden samen op golven van spiritualiteit tot ze plotseling, met haar vinger dreigend naar me uitgestoken, zei: “Je moet Krishna als God zien, anders klopt er niets van je spiritualiteit!”
Ik maakte kennis met allerlei richtingen: bij de éne mocht je geen seks en geen uien, bij de andere geen vlees op vrijdag en bij weer een andere moest je het ijskastlicht met tape bedekken op zaterdag.
God zei tegen de één dat je naar het oosten moest buigen tijdens het bidden en tegen de ander dat je niet moest bidden maar mediteren. Voor sommigen moest dat vijf keer per dag en voor weer anderen drie keer. Sommigen mochten een vrouw geen hand geven en anderen moesten dat juist.
Twee boeddhistische vriendinnen keken me meewarig aan en zeiden dat ik nog niet zo ver was omdat ik God niet los had gelaten. Tja, wat moet je dan? Wat is nu de waarheid?
Je komt thuis na dit leven en je staat voor God. Hij kijkt je woedend aan en zegt: “Op 2 maart 1988 heb jij een ui gegeten!” Of: ”Jij hebt het licht van de koelkast aan laten staan op 3 februari 2004!”
“Je hebt gevreeën op zaterdag 10 december! Foei!” “Je boog te veel naar het zuiden op 2 maart 2005 en je geloofde nog in me tot het einde, terwijl je me allang los had moeten laten!”
Binnen en buiten al die stromingen kom ik mensen tegen die de regels niet zo nauw nemen en die hun hart wijd open hebben staan. Warmte straalt me tegemoet als ik hen zie. Ik zie atheïsten die diezelfde liefde uitstralen en in de meest vreselijke oorden mensen helpen. Ik ontmoet doodgewone mensen die zomaar op een bankje in het park, levenswijsheden die niet uit boekjes komen, aan anderen doorgeven. Mensen die, al dan niet gedoopt of besneden, liefde verspreiden.
Regels en rituelen zijn middelen om de connectie met God te ervaren. Als ze echter de hoofdmoot worden, dan werken ze eerder als een blokkade. Ik ken mensen die doodsbang zijn als ze een regel hebben overtreden. Er is dan altijd iemand die zich opwerpt als boze rechter, Gods afgevaardigde op aarde. Als we gekwetst zijn in naam van God is het eigenlijk ons ego dat gekwetst is. We gebruiken God als machtsmiddel voor onze eigen strijd. We maken van God een karikatuur van ons eigen gekwetste ego. God kan niet beledigd zijn als we een regel overtreden of als we hem bespotten.
Moslims zijn beledigd over spotprenten en anderen zijn weer beledigd omdat de moslims het niet pikken. Zo zijn we met ons allen beledigd en denken we het meeste recht te hebben op het slachtofferschap.
God of Allah, de bron, of hoe je hem/haar wilt noemen, is liefde. Angst blokkeert de ervaring van liefde. Die liefde en kracht zijn er altijd. Zomaar om door ons heen te laten stromen en te gebruiken en door te geven. Dat gaat eeuwig door. Soms vergeten we het en weten we niet meer waar de deur zit. Als we hem weer vinden hoeven we alleen maar te kloppen. Hoe we dat doen mogen we zelf weten.
Ooit zag ik een plaatje waarop God als stralende zon naar alle kanten schijnt. Mensen trekken met lange touwen aan hem en roepen: “Hij is van ons!!” “Nee, hij is van ons!” God trekt zich nergens wat van aan en straalt rustig zijn stralen naar iedereen om hem heen.
Uit: Niets meer te bewijzen

















