zaterdag 25 februari 2012

Als je maar gezond bent

Wat is echt belangrijk in het leven?

Ik hoor het zo vaak en ik zeg het ook wel eens. “ach, je gezondheid is het allerbelangrijkste”
Is dat wel zo? Is dat het allerbelangrijkst? Ik heb makkelijk praten want ik heb een redelijk goede gezondheid. Had een paar zware astma aanvallen maar door de pufjes heb ik er nauwelijks last van. Enkele jaren terug is mijn baarmoeder verwijderd en ik had ooit een gebroken enkel. Niet zo hemelschokkend. Het heeft mij zelfs nog het een en ander opgeleverd, want doordat mijn baarmoeder werd verwijderd is mijn lichaam bevrijd van een hoop menstruatiepijnen en door die enkel heb ik mensen ontmoet die ik anders niet zou hebben ontmoet. Ik werd daardoor zelfs jaren later getuige op een huwelijk en kreeg een nieuwe buurman die veel voor me betekende. Zo zie je maar.

Dat is natuurlijk totaal anders als je kanker hebt of een andere levensbedreigende ziekte.
Ontslagen worden, is ook zo iets. “Als je maar werk hebt.” In deze tijd is het doodeng als je je baan verliest. We willen een gezond leven met leuk werk dat goed betaald wordt en een fijne relatie die gericht is op liefde, het liefst tot de dood ons scheidt.
Het leven loopt niet altijd zoals we hadden gehoopt. Mensen worden ziek en ons lichaam gaat z’n gang en allerlei kwalen dienen zich aan. Partners lopen weg of doen niet zoals je zou willen dat ze doen. Of je vindt geen partner en voelt je eenzaam.
Laatst las ik een boek van een man met een geweldige carrière en een hoop geld die werd ontslagen, al zijn geld verloor en een baantje in een coffeeshop aangeboden kreeg. Hij voelde zich, tot zijn eigen verbazing, gelukkiger dan ooit tevoren. Terwijl hij met zijn hoofd tussen zijn handen zat te somberen in een coffeeshop werd hem gevraagd of hij toevallig een baan zocht. Hij werd koffieschenker en bleek ervan te genieten. Simpel koffie schenken en gezellige praatjes maken met de klanten werd voor hem een openbaring. Hij kwam tot rust en alle ballast van vele jaren viel van hem af.

Een vriendin zei laatst: “Ik zou mijn kanker niet hebben willen missen.” Hoe kan iemand zeggen dat zij haar ziekte niet had willen missen? Toen ik haar vroeg of ik het mocht gebruiken voor dit stuk schreef ze: “Je mag er nog aan toevoegen: voor geen goud!” Wat ik heb begrepen heeft de ziekte voor verdieping gezorgd. Voor een bewustzijnsverandering. Nou ja… niet de ziekte natuurlijk, wel de manier waarop zij ermee omging.
Ik zie wel eens mensen opbloeien, terwijl hun partner is overleden of verdwenen. Hoe kan dat nou?
Soms wedden we op het verkeerde paard. Blijkt dat we ons leven hebben ingericht zoals het eigenlijk niet echt bij ons past. Op het oog lijkt het geweldig… maar er klopt iets niet. Dan kan zelfs ziekte een uitkomst bieden. Want het gaat uiteindelijk niet om het lichamelijke of materie, het gaat erom onszelf weer te herontdekken. Het lijkt erop dat daar soms een heftige gebeurtenis voor nodig is.
Voor mij was dat ook zo toen ik op mijn dertigste het leven niet meer zag zitten. Alles mislukte en ik voelde me eenzaam en alleen. Het dramatische besluit om er een einde aan te maken, bleek het begin van een gigantische ommekeer. Het besef dat ik niets meer te verliezen had en helemaal opnieuw kon beginnen leidde ertoe dat ik nu stukjes schrijf en werk doe waar ik mezelf helemaal in kwijt kan.

Natuurlijk kan het allemaal weer zo wegzakken. Ik ben wakker geworden en het is zaak wakker te blijven. We kunnen tijdelijk de weg kwijt zijn en dan gebeurt er iets om ons wakker te schudden.
Zoals mijn vader van vijfennegentig die voor het eerst in zijn leven alleen woont en nu op zoek is naar zichzelf. Hij is er lang niet geweest. Hij viel niet op en was stil als een muis. Onlangs is mijn moeder overleden en nu is hij er weer. Relaties kunnen ook verdoven, werk kan in slaap sussen en geld kan afleiden van wat werkelijk in ons leeft. Zelfs gezondheid kan ons blind maken voor het wonder dat alles werkt. Dat onze handen doen wat we ze te doen geven. Dat alle spieren en botjes werken en doen wat we ze opdragen. Dat we ademen zonder erbij na te denken. Tijdens een astma-aanval besefte ik ten diepste wat een wonder ademhaling is. Astma schudde me wakker. Eenzaamheid maakte dat ik geleerd heb alleen te zijn en ervan te houden.

Gelukkig hoeven we niet te wachten tot de bom valt en kunnen we elk moment onszelf wakker schudden. Hallo: Marja… ben je er nog? Hoe gaat het werkelijk met je? Doe je nog wat je hart je ingeeft. Klopt het nog? Zit je nog op je lijn?
Goed om onszelf die vragen te blijven stellen.


Uit: Placebo's en fluitende fietsen


Lees het boek van Suzanna vd Hunnen Stervensdruk
Inmiddels is Suzanna weggevlogen...



donderdag 9 februari 2012

Patroon doorbreken op je 93ste

Mijn vader ging drie keer per week naar een dagopvang voor ouderen. De vrouwen zaten apart van de mannen. In het begin zaten er nog wat krachtige mannen bij waar je een gesprek mee kon voeren. De laatste tijd zat mijn vader tussen heren met zware alzheimer en daar was het programma op afgestemd. Vragen als: "Wat gaat sneller: een vliegtuig of een brommer?" maakten mijn vader woedend: "Ik ben niet achterlijk".
"Vraag of ze wat moeilijker vragen voor u bedenken?" Pa bromde wat en ik wist het antwoord al. Hij was veel te verlegen. Dat durfde hij niet.

Ik had de neiging zelf te bellen maar mijn vader was nog helemaal helder
en dan zou ik hem ook niet serieus nemen. Een vriendin zei: "Je kunt toch niet verwachten dat iemand van drie en negentig nog gewoontes veranderd? Dat is voor jongeren al moeilijk" Dus toen mijn vader weer te keer ging
stuurde ik toch een mail naar de organisatoren. Dat resulteerde in mooie dvd's van André Rieu (Mijn vader: "zo moet de hemel klinken") en Wim Kan. Hij was even tevreden. Toch zat hem nog wat dwars. De krant werd voorgelezen en mijn vader was de enige die het begreep maar had hem 's ochtends zelf al gelezen.

De vrouwengroep bestond uit een stel pittige dames waar er één of twee licht
dement waren. Ze maakten het met elkaar gezellig en af en toe haalde één van hen mijn vader er bij. Dat vond hij geweldig. Ik zei al een paar keer: "Ga toch bij de vrouwen zitten, dat is veel gezelliger" Hij durfde dat niet uit zich zelf te doen.

Tot op een dag. Pa zat weer bij de heren en moest balletje overgooien. Hij stond
met een groot gebaar van zijn stoel op en zei: "het spijt me wel maar hier heb ik
geen zin in" en schoof bij de dames aan. Vanaf toen zat hij elke keer bij de vrouwen.

Nooit te oud om een patroon te doorbreken. Als mijn vader het kon kunnen wij het ook.