De boeken: 'Placebo's en fluitende fietsen' en 'Niets meer te bewijzen' zijn gratis als ebook te verkrijgen. Ben je geïnteresseerd stuur me dan een email via marjaruijterman@gmail.com. Alle 405 verhalen, ook die ik na de boeken schreef, zijn in deze blog te lezen. Hoop dat je er van geniet. Wil je een verhalenmiddag of een lezing organiseren, heel graag en stuur me dan ook een mail.
Tuesday, April 28, 2026
De bijzondere vriendschap van Rachel en Olga
Jouw God of mijn God?
Dit was het eind van onze gesprekken. De koek was op.
En dan de prachtige gesprekken die ik had met een vrouw die Krishna aanbad. We hadden zoveel gemeen en we zweefden samen op golven van spiritualiteit tot ze plotseling, met haar vinger dreigend naar me uitgestoken, zei: “Je moet Krishna als God zien, anders klopt er niets van je spiritualiteit!”
Ik maakte kennis met allerlei richtingen: bij de éne mocht je geen seks en geen uien, bij de andere geen vlees op vrijdag en bij weer een andere moest je het ijskastlicht met tape bedekken op zaterdag.
God zei tegen de één dat je naar het oosten moest buigen tijdens het bidden en tegen de ander dat je niet moest bidden maar mediteren. Voor sommigen moest dat vijf keer per dag en voor weer anderen drie keer. Sommigen mochten een vrouw geen hand geven en anderen moesten dat juist.
Twee boeddhistische vriendinnen keken me meewarig aan en zeiden dat ik nog niet zo ver was omdat ik God niet los had gelaten. Tja, wat moet je dan? Wat is nu de waarheid?
Je komt thuis na dit leven en je staat voor God. Hij kijkt je woedend aan en zegt: “Op 2 maart 1988 heb jij een ui gegeten!” Of: ”Jij hebt het licht van de koelkast aan laten staan op 3 februari 2004!”
“Je hebt gevreeën op zaterdag 10 december! Foei!” “Je boog te veel naar het zuiden op 2 maart 2005 en je geloofde nog in me tot het einde, terwijl je me allang los had moeten laten!”
Binnen en buiten al die stromingen kom ik mensen tegen die de regels niet zo nauw nemen en die hun hart wijd open hebben staan. Warmte straalt me tegemoet als ik hen zie. Ik zie atheïsten die diezelfde liefde uitstralen en in de meest vreselijke oorden mensen helpen. Ik ontmoet doodgewone mensen die zomaar op een bankje in het park, levenswijsheden die niet uit boekjes komen, aan anderen doorgeven. Mensen die, al dan niet gedoopt of besneden, liefde verspreiden.
Regels en rituelen zijn middelen om de connectie met God te ervaren. Als ze echter de hoofdmoot worden, dan werken ze eerder als een blokkade. Ik ken mensen die doodsbang zijn als ze een regel hebben overtreden. Er is dan altijd iemand die zich opwerpt als boze rechter, Gods afgevaardigde op aarde. Als we gekwetst zijn in naam van God is het eigenlijk ons ego dat gekwetst is. We gebruiken God als machtsmiddel voor onze eigen strijd. We maken van God een karikatuur van ons eigen gekwetste ego. God kan niet beledigd zijn als we een regel overtreden of als we hem bespotten.
Moslims zijn beledigd over spotprenten en anderen zijn weer beledigd omdat de moslims het niet pikken. Zo zijn we met ons allen beledigd en denken we het meeste recht te hebben op het slachtofferschap.
God of Allah, de bron, of hoe je hem/haar wilt noemen, is liefde. Angst blokkeert de ervaring van liefde. Die liefde en kracht zijn er altijd. Zomaar om door ons heen te laten stromen en te gebruiken en door te geven. Dat gaat eeuwig door. Soms vergeten we het en weten we niet meer waar de deur zit. Als we hem weer vinden hoeven we alleen maar te kloppen. Hoe we dat doen mogen we zelf weten.
Ooit zag ik een plaatje waarop God als stralende zon naar alle kanten schijnt. Mensen trekken met lange touwen aan hem en roepen: “Hij is van ons!!” “Nee, hij is van ons!” God trekt zich nergens wat van aan en straalt rustig zijn stralen naar iedereen om hem heen.
Uit: Niets meer te bewijzen
Sunday, April 26, 2026
Eerste baantje en twee bijzondere ontmoetingen
Omdat ik er op school niets van bakte moest ik van school af. Ik zou blijven zitten en mijn moeder zei: "dan ga je maar werken!" Ik wilde op school blijven ondanks mijn blamage omdat ik straal verliefd was op de gymjuf. Ma begon over geld verdienen en dat klonk ook wel aantrekkelijk. Onze huisarts zei: "Dat kind moet verder leren, die is intelligent!" Daar luisterde mijn moeder wel naar maar er was geen school meer die me nog aannam. Waarom weet ik niet... het had iets te maken met te laat inschrijven. Ik deed nog een poging op de Rijkskunstacademie te komen. Maakte beeldjes en tekende in die tijd maar de vriendelijke heer zei: "Maak jij maar eerst de MAVO af."
Eind van het liedje: mijn moeder vond een advertentie voor een administratieve kracht bij het Sociaal Fonds Bouwnijverheid en daar toog ik net voor mijn zestiende op af. Het sollicitatiegesprek werd gehouden op hun kantoor in de Jodenbreestraat grenzend aan het Waterlooplein. De man vroeg: "drinken je ouders? Roken ze? Heb je een vriendje?" Naïef als ik was antwoordde ik netjes en vertelde dat mijn vriendje in de gevangenis zat in vreemdelingen detentie. De Cubaan Jesus waar ik al eerder over schreef.
Werd toch aangenomen en kon aan het werk op het kantoor op het Rhijnspoorplein aan de Wiboutstraat in Amsterdam. Het was verschrikkelijk en ik haatte het werk. Mappen in kasten doen of er uit halen, ponskaartjes invullen en ik zat de tijd uit en zag de klok de hele acht uur vooruit kruipen. Het hielp dat ik altijd wel verliefd werd op degene die voor me zat, later hoorde dat ik ze aan zat te staren. Werd voortdurend verbeterd, kreeg de kans mijn typediploma te halen bij Schoevers en werd bevorderd tot typiste en moet bekennen dat ik ook daar niets van terecht bracht. Zoveel fouten en we hadden toen nog vlakjes waar we de fouten mee wegpoetsten en dat werd natuurlijk een zootje en iedereen zag hoe vaak ik vlakte. Oh, ik kan hier zoveel richtingen uit schrijven en nu een keuze zien te maken anders wordt het verhaal te lang. Ok keuze gemaakt: de groepsleider was een jonge man, iets ouder dan ik, die erg bevlogen was in zijn werk. Hij wist me altijd vriendelijk te corrigeren en er grapjes over te maken.
Vele, vele jaren later had ik als trainer opdrachten bij de belastingdienst. In Utrecht was een vergadering van trainers. Denk dat ik zo'n vijftig was en een dikke wat slonzige man stond op en begon een lezing te houden. Wat grappig dacht ik... die man praat zo bevlogen en hij heeft dezelfde mond als die jongen van het Sociaal Fonds toen. Hij hield een geweldige lezing en we hingen aan zijn lippen. Die nacht schrok ik wakker: "Verhip 't is 'm!" Herinnerde me zijn naam ineens en het klopte met de naam van deze man. Belde de volgende ochtend en ja hoor hij wist het nog. Dat onzekere meisje dat wel heel lief was en altijd verliefd.
Er gebeurde nog iets in diezelfde vergadering. Op mijn achttiende zat ik in het Vrouwenhuis op de Nieuwe Herengracht te praten met een oudere vrouw. Ze sprak met me als gelijke en dat was ik niet gewend. Eigenlijk deed ze niets bijzonders behalve dat ze over zich zelf sprak en me totaal serieus nam, Ik voelde me ter plekke groeien. Had in die tijd nogal een minderwaardigheidscomplex. Ben het nooit vergeten en had er een stukje over geschreven. In de vergadering zat een oudere vrouw naast me en we hadden samen geluncht. Na de lunch kijk ik haar aan en opeens weet ik het: "het is de vrouw uit het Vrouwenhuis!" Ja hoor ze was het. Twee bijzondere ontmoetingen in één vergadering. Nu kon ik haar vertellen wat ze toen voor effect op me had en haar het stukje sturen.
Saturday, April 11, 2026
Meditatie en Godsdeeltjes
Een paar jaar geleden begeleidde ik een meditatie in De Roos in Amsterdam. Het bleek een vergissing want het zou pas 's avonds zijn en vriendin en ik waren er om vier uur 's middags al. Niet getreurd vriendin en ik zaten lekker en mediteerden samen in de mooie stiltekamer. Terwijl ik zat voelde ik mijn lichaam kloppen en vibreren en dacht: dit is leven... ik leef in dit lichaam en de vibratie maakt dat het lichaam tot leven komt. Ik zei wat ik dacht en vroeg mijn gidsen het over te nemen. Dat deden ze en hoe: ik hield een verhaal over het pulseren van het lichaam, het hart, de aarde, het universum dat pulseert en klopt en vibreert en dat we allemaal mee vibreren.
Monday, April 6, 2026
Greet op de praatbank (video)
Vandaag 6 april was mijn moeder jarig. Dus tijd om een filmpje van haar te plaatsen. Ze vertelt over een woning die ze zou krijgen maar niet kreeg en later over 'het leven'. Uiteindelijk kregen ze een leuke lichte seniorenwoning in Meer en Vaart in Amsterdam. Greet is 80 geworden en zeventien jaar geleden weggevlogen. Nico werd 95 en is nu 13 jaar 'aan de andere kant'. Ze hebben nog vaak van zich laten horen: Hoe mijn ouders na hun dood van zich lieten horen.
Thursday, April 2, 2026
De speech
Ze waren vijftig jaar getrouwd en vroeger kwam de burgemeester maar nu kwam het hoofd van de Stadsdeelraad Bos en Lommer. Mijn moeder zat er al jaren op te wachten dat de burgemeester persoonlijk bij haar langs zou komen. Nou ja, het was niet de burgervader zelf maar deze man straalde ook een vriendelijk vaderlijk gezag uit en de bedoeling was dat hij een speech zou houden in de woonkamer. Het liep anders.
De man ging zitten, ma ging staan, postte zichzelf tegen zijn stoel aan en hield een speech van ongeveer een uur over zichzelf en wat voor geweldige dingen ze in haar leven had gedaan. De man bleef een uur lang vriendelijk knikken en zei toen dat hij nog een vergadering op kantoor had. Van zijn speech kwam niets meer, maar ma was dik tevreden dat ze de 'burgemeester' eens goed had verteld wie ze was. Hij bleek de man van een vrouw waarmee ik af en toe werkte bij de bieb op plein 40-45. Kwam ze een paar maanden later tegen in de bioscoop. Nu vertelde hij dat hij zeer had genoten van mijn moeders speech.
Een stille man met een heelal in zich
Mijn vader was een stille, verlegen man. Hij werkte vanaf zijn dertiende als meubelstoffeerder, met alleen de lagere school achter zich. Elke week gingen we naar de bibliotheek om boeken te lenen. Mijn vader koos boeken over fotografie en sterrenkunde, mijn moeder spirituele boeken, en ik las een beetje van alles, inclusief de kinderboeken.
Als ik bij mijn ouders op bezoek was, vergat ik hem vaak. Mijn moeder eiste alle aandacht op. Na een uur dacht ik ineens: Oh jee, pa is er ook nog, en dan vroeg ik hoe het met hem ging. Mijn moeder antwoordde steevast voor hem:
“Het gaat goed met hem, ik hou hem jong.”
“Ik vroeg het aan pa.”
“Niek, zeg dan hoe goed het met je gaat en hoe jong ik je hou!”
Na wat geborrel vanuit zijn buik herhaalde hij stotterend wat zij had gezegd.
Zo ging het jarenlang. Hij leefde in haar schaduw, sprak weinig, bewoog zachtjes door het huis, bijna onzichtbaar.
De dag dat ik hem ‘ontvoerde’
Ik was in de veertig toen ik hem voor het eerst alleen meenam. Ik had een werkafspraak bij de Vara-studio’s in Hilversum, de stad waar hij was opgegroeid. Plotseling kreeg ik het idee hem mee te vragen om de weg te wijzen. Als ik hem vroeg in de ochtend zou bellen, wist ik dat mijn moeder nog lang niet klaar zou zijn om zich aan te kleden — en ja hoor, het lukte.
We spraken af in de sprinter. Hij stond al in de deuropening te wachten. Hij leek jonger, vrolijker, bijna licht. Hij sprong als het ware om me heen van energie en hij sprak — uit zichzelf, vrij, alsof er iets in hem open was gegaan.
Na mijn gesprek liepen we naar een terras. En daar vertelde hij me het geheim van zijn leven.
Hij was doodsbang om het te zeggen, alsof hij een biecht aflegde. Rond zijn negentiende had hij in een bank die hij moest stofferen beeldjes gevonden. Hij verkocht ze om schoenen te kopen voor zijn toenmalige vriendin. Hij kreeg er zestig gulden voor — een groot bedrag in die tijd. De volgende dag kwam de politie. De eigenaars hadden zich gerealiseerd dat de beeldjes in de bank verstopt hadden gezeten. Mijn vader kreeg een jaar gevangenisstraf. Hij droeg de schaamte zijn hele leven met zich mee.
Hij was zo bang dat ik hem zou afwijzen.
Ik zei dat ik van hem hield, dat je tegenwoordig voor zoiets hoogstens een paar weken taakstraf zou krijgen. Dat de echte straf het jarenlange schuldgevoel was dat hij zichzelf had opgelegd. Hij vertelde het mijn moeder pas na hun trouwen, en zij heeft hem dat nooit vergeven. In ruzies kwam het altijd weer boven.
In de trein terug had hij heldere ogen zoals ik ze nooit eerder had gezien. Ik zei dat ik dit vaker wilde doen, samen op pad. Op dat moment gingen de luikjes dicht. Er kwam weer een waas voor zijn ogen.
“Daar krijg ik geen toestemming voor van je moeder,” zei hij zacht.
Hij vroeg me mee naar binnen te gaan als buffer, omdat hij wist dat mijn moeder hem zou ondervragen over alles wat er was gezegd. Toen we aankwamen had ze een glaasje te veel op en ze voelde precies wat er was gebeurd.
“Nou weet je het, je vader is een crimineel. Ik ben met een crimineel getrouwd.”
Die dag sprak ik mijn vader voor het eerst echt.
De lezing die alles veranderde
Jaren later, toen mijn moeder al overleden was, ging mijn vader — inmiddels vierennegentig — drie keer per week naar een ouderenopvang. Op een dag belde iemand van de organisatie:
“Uw vader gaf vandaag een lezing over sterrenkunde. Zo interessant!”
Ik was stomverbaasd. Mijn vader, een lezing. Toen pas besefte ik hoeveel kennis hij in stilte had verzameld uit al die bibliotheekboeken.
Na zijn dood vertelde een medium dat mijn vader “aan de andere kant” astronomie studeerde. Dat hij daar eindelijk vrij was, zonder het minderwaardigheidscomplex dat hem op aarde zo klein had gehouden.
Dat maakte me diep gelukkig.





