Saturday, May 23, 2026

Te chique voor ons soort mensen

Laatst was ik in een huis aan de van Eeghenlaan in Amsterdam. Een zeer chique en toch gezellig huis. Ik was wat te vroeg, liep wat rond door de buurt en genoot van de prachtige gevels, de zon en
een stukje Vondelpark. Deze buurt heb ik pas op mijn twintigste ontdekt. Mijn toenmalige vriendin en ik kregen prachtige en betaalbare kamers in de Valeriusstraat en ik was verbijsterd over de rust en de schoonheid van de straat en het pand. Dat kende ik niet. Wij woonden in een piepkleine halve woning in de Pijp, toen een achterstandswijk.

Mijn ouders waren verstokte wandelaars en liepen de hele stad door, ook vaak door het Vondelpark maar deze buurt pakten ze niet mee. Later heb ik begrepen waarom toen ik mijn moeder vroeg of ze mee ging naar de Beethovenstraat. "Nee, dat doe ik niet!" zei ze terwijl ze me afweerde. We waren er vlak om de hoek omdat ik daar werkte en ik ze mijn werkruimte liet zien. "Waarom niet ma? dat is een gezellige winkelstraat." Ze weigerde en mompelde iets van: Dat is niet voor ons soort mensen. Ik was verbaasd omdat ze vroeger altijd zei dat 'het volk' uit de Pijp massamensen waren waar wij hoog boven uitstaken en nu durfde ze de Beethovenstraat niet in omdat ze te min zou zijn? Koningin in de Pijp maar te min voor de Beethovenstraat?

Terwijl ik zo aan het mijmeren was over mijn jeugd en de vreemde capriolen van mijn moeder liep ik verder en genoot van alle pracht. Het klasseverschil voorbij...



Tuesday, May 19, 2026

Gek doen

Al jaren kom ik bij de bakker om de hoek en op zaterdag werken de twee dochters achter de toonbank. Vanaf een jaar of twaalf helpen ze de zaterdagen al mee. Ze hadden precies geleerd wat je moet zeggen tegen de klanten. Beiden met het zelfde toontje als hun moeder. “Dag mevrouw, waarmee kan ik u van dienst zijn?” Elke keer het vaste riedeltje. Als ik ze iets anders vroeg of zei, kreeg ik een vaag glimlachje en ze bleven in hun rol. “Anders nog iets, mevrouw?” Nu zijn ze beiden in de twintig en nog steeds dezelfde zinnetjes. Met Sinterklaas waren ze verkleed als Piet. Een revolutie! Ik begroette ze enthousiast en complimenteerde ze met hun prachtige pakken. Een vaag lachje terug en: “Waarmee kan ik u van dienst zijn?”

Aan de VU geef ik presentatietrainingen aan studenten. Dit zijn over het algemeen keurige jonge vrouwen en mannen. Ze doen altijd netjes wat ik zeg en hebben geen piercing of zichtbare tatoeages. Vorig jaar begon het bij me te kriebelen en gaf ik de groep opdracht om die week eens iets geks te doen. Iets wat ze nog nooit hadden gedaan. “Wat dan?” ze vonden het maar een rare opdracht. ”Waarom zouden we dat doen?” “Bedenk eens iets geks,” antwoordde ik, “stap eens uit jezelf en je dagelijkse doen. Breid je zelf eens uit! Wie weet wat er allemaal nog meer in je zit? Dat kom je te weten als je iets doet, wat je normaal niet zou doen.” Ik was erg benieuwd en ik moet eerlijk zeggen dat ik er weinig vertrouwen in had dat ze het ook werkelijk zouden doen.
De week daarop kwam ik het gebouw binnen en daar stond in de hal één van de studenten paaseieren uit te delen. “Bedoelt u dit?” vroeg hij wat onzeker toen hij me zag. Ik ben bang dat ik hem ter plekke begon te zoenen van enthousiasme en ik nam natuurlijk een ei. “Ja, dat bedoel ik!” Ze hadden allemaal iets gedaan. Eén was teruggegaan naar haar vorige stageplaats en daar feedback gegeven over misstanden die ze niet eerder had durven te geven. Weer een ander had bloemen uitgedeeld in de metro. Een jonge vrouw had haar tante geconfronteerd met iets dat ze nooit had durven zeggen en had een goed gesprek met haar. Het was geweldig en ze waren er zelf ook erg tevreden over.

Voor de derde keer zat ik te snikken bij de film: “Pay it Forward.” Het gaat over een jongetje dat voor school een werkstuk moet maken. Hij heeft het volgende bedacht: hij doet iets goeds voor drie mensen, met als voorwaarde dat die drie ook weer drie mensen gaan helpen, en dat dit zich dan zo verder uitbreidt. Het jongetje denkt dat zijn werkstuk mislukt is, maar wij als kijker kunnen zien wat er met die mensen is gebeurd die ook mensen zijn gaan helpen en hoe zich dat snel verspreid heeft. Eigenlijk doen we het nu al allemaal.

We realiseren het ons niet wat we allemaal uitzenden in deze wereld. Tot we het wel gaan beseffen en dan gaan we het bewuster doen. In de tijd dat ik het moeilijk had en me eenzaam voelde, zat ik bij mij om de hoek een kop koffie te drinken. Opeens bedacht ik me dat ik het vuur onder mijn rijst had laten branden. Ik zei tegen de ober dat ik snel zou terugkomen. Toen ik terugkwam had hij het schoteltje op mijn kopje gezet om de koffie warm te houden. Geloof het of niet, maar ik was ontroerd door dat kleine gebaar. Het kwam natuurlijk extra aan omdat ik me zo alleen voelde op de wereld. Nu jaren later schrijf ik er over. Dat zal die goede man zich niet hebben gerealiseerd toen hij deed wat hij deed. Nog af en toe denk ik aan het vriendelijke gebaar van de ober. Nu doe ik het ook altijd als iemand van tafel moet opstaan en de koffie dreigt koud te worden. Het is maar een heel klein gebaar, maar toch met zoveel impact.

Je loopt op straat, een grijze dag, iedereen loopt wat somber voor zich uit. Dan is er opeens iemand die naar je kijkt en lacht. Ook zo iets kleins en toch verwarmt het je en je loopt nog wat na te gloeien en even later kijk je plotseling lachend in de ogen van een ander. Pay it Forward. Andersom kan ook natuurlijk. Ik zal vast heel wat mensen vernietigend hebben aangekeken en toegesproken. Ook dat heb ik de wereld ingestuurd. Onbewust van wat ik aanrichtte. “Pay it Forward” in negatieve zin.
Rond oud en nieuw wenste de bakkersvrouw me een gelukkig Nieuwjaar. Ze zei dat ze hoopte op meer vrede maar dat het ijdele hoop was en dat de mensheid slecht was en de jeugd deugde ook niet. Ze voelde zich machteloos. “Maar wat kan ik er aan doen?” vroeg ze. In de bakkerswinkel staat een stoel en buiten staat een bankje voor mensen die niet lang kunnen staan. Naast het bankje staat een standaard met gratis kranten. Het geurt in de omgeving naar vers gebakken brood. De bakkersvrouw is altijd vriendelijk en houdt met iedereen een praatje. Dus zei ik: “U doet al wat. Uw winkel verspreidt de heerlijkste geuren, u hebt altijd een vriendelijk woord voor iedereen. Oudere mensen zitten hier gezellig op hun beurt te wachten en gaan weer met een glimlach naar buiten. Dan komen ze hun buren tegen en geven de glimlach door.” Lekker op dreef voegde ik er nog iets aan toe over de jeugd: “Ik geef presentatielessen aan geneeskunde studenten aan de VU. Tachtig procent zegt dit vak te hebben gekozen om iets voor de mensheid te doen. Een deel daarvan loopt stage in Afrika en werkt met kinderen die HIV hebben. Dus het valt nog wel mee met de jeugd.” De vrouw begon te glunderen. “Dat doet mijn dochter! Die studeert geneeskunde aan de VU, ze zit nu in Johannesburg en werkt met kinderen met HIV in de townships.
We gingen lachend uit elkaar. Toen ik naar huis liep met mijn volkorenbrood, bedacht ik me dat ik laatst een stukje heb geschreven over haar dochters. (lees ”Doe eens gek!” het vorige hoofdstuk) Het zat me helemaal niet lekker. Het ging over hoe ze al van jongs af aan dezelfde zinnetjes zeiden. Zelfs als ze als Piet achter de toonbank staan. Heb ik ze ooit wel eens gevraagd wat ze doen? Heb ik de tijd genomen om wat langer met ze te praten? Nee, ik heb geoordeeld en ze gebruikt voor mijn schrijven. Dus hier is weer een les voor me te leren: niet oordelen en vraag eens verder dan alleen de oppervlakkigheden. Wie was hier nou oppervlakkig? Dus ook dit gesprek levert weer iets op. Dank jullie dames van de bakker. Ik geef het weer door en wie weet lezen drie mensen het...















Tien politiemannen

Over je groot houden en de opluchting van eerlijk zijn.

Het was de eerste keer dat ik een training gaf aan de politie. Zes maal drie dagen met tien politiemannen in een hotel. Ik had het idee dat ik aardig van al mijn vooroordelen af was, maar ze moesten in de training veel van zichzelf laten zien en ik vroeg me af of dat zou lukken met tien van die macho’s.
Ach ja, ik kom uit de vrouwenbeweging en was behoorlijk fanatiek, dus het zat nog in mijn bloed.
Na de kennismaking en nadat ik mijn verhaal had verteld om de boel op gang te krijgen, begon de eerste: Hij had zichzelf uit een zware depressie geholpen door meditatie. Nu was hij van de antidepressiva af.
De tweede deed aan aura-reading. De derde had tranen in zijn ogen toen hij over een afschuwelijke gebeurtenis in zijn loopbaan vertelde en zo ging het maar door.
Ik zat verbijsterd te luisteren en al mijn overgebleven vooroordelen vlogen het raam uit.
We hadden een prachtige tijd en iedereen was open en eerlijk en we bloeiden en groeiden.

Tot de vierde driedaagse. Ik moest iets uitleggen wat ik zelf niet begreep. Ik belde mijn collega’s om te vragen hoe zij het aanpakten. Elke keer dacht ik dat ik het nu wel wist, maar als ik het zelf aan het uitleggen was, kwam ik er weer niet uit.
Die dagen liep ik op mijn tenen. Ik wilde de groep niet teleurstellen en mezelf ook niet en ik ging maar door. Ik zag de ogen van de mannen wegtrekken. Weg alle verbondenheid en openheid. Ik voelde me verschrikkelijk.
De laatste dag tijdens de evaluatie dacht ik: nog even volhouden en dan kan ik me laten gaan. De tranen branden achter mijn ogen.
Tot één van de mannen zei: “Marja, je bent emotioneel hè?” Ik hield het niet meer.
Niet een paar tranen, nee zeeën. Blèren. Daar zat ik als oud-feministe voor tien politiemannen te huilen. Wegrennen had geen zin. Ik hield mezelf voor dat ik wilde stoppen met het vak.
Toen de ergste tranen gedroogd waren, begon ik te praten. Ik vertelde hoe ik me had gevoeld. Dat ik het zelf niet wist en dat ik het niet wilde toegeven. Dat ik het vreselijk vond dat ik hun ogen zag wegtrekken en dat het goede gevoel weg was. Op dat moment kwamen ze allemaal om me heen staan en begonnen ze me te omhelzen.

Wie had dat kunnen denken? We hebben nog lang nagepraat en ik nam me heilig voor om het in het vervolg meteen te zeggen als ik ergens niet uitkwam. Daar heb ik me tot nu toe aangehouden. Meteen zeggen wat ik voel ook als ik merk dat er bij de groep iets speelt. Dat geeft openheid en ontspanning.

Jaren later had ik een etentje met de man die me aan het huilen had gekregen. Hij is een goede vriend geworden. Inmiddels is hij zelf trainer en coach.
Hij vertelde dat hij heel tevreden was over een trainingsdag met zijn groep. Tijdens de evaluatie zei een vrouwelijke deelneemster dat ze het wel wat langdradig had gevonden.
Zijn reactie: “Dan heb je het verkeerde beroep gekozen!” Terwijl hij het zei, besefte hij wat hij deed. Ook bij hem brandden de tranen achter zijn ogen.
Hij bood meteen zijn excuses aan en gaf toe dat hij totaal verkeerd reageerde. Haar feedback was als een dolksteek binnengekomen.
Toen vertelde hij de groep het verhaal over een trainster die ooit in huilen uitbarstte.

Tip:

Tel vandaag hoe vaak je oordeelt over iemand of over jezelf. Stop een euro per oordeel in een potje en als aan het eind van de dag het potje leeg is: leg dit boek dan weg, want je hebt het niet meer nodig. Is het potje vol: lees dan door.

Heb je een vooroordeel over iemand en realiseer je je dat? Ga in gesprek en leer de ander kennen.

Geef je een training of doe je je werk en voel je dat je op je tenen loopt? Dat je je groot houdt om niet af te gaan? Haal diep adem, adem uit en zeg eerlijk wat je voelt… mensen kijken je wat vreemd aan. Even later voelen anderen zich ook vrij om zich bloot te geven.

Kijkt iemand je boos aan en word je onzeker? Vraag meteen wat er aan de hand is. Het kan een interpretatie zijn. Het beste is nog even vragen in de pauze. Het levert mij altijd mooie gesprekken op.



Uit: Placebo's en fluitende fietsen



Monday, May 11, 2026

Twee koffers

We zouden naar Frankrijk gaan, mijn ouders en ik.
Twee maanden ervoor had mijn moeder twee koffers gepakt. Eén voor voor mijn vader en één voor haarzelf. Ma regelde alles altijd ver van te voren. Om zes uur opstaan en op en top aangekleed zijn en het huis keurig aan kant. "Je weet maar nooit of er iemand langs komt", wat zelden meer gebeurde. Mijn verjaardag en Sinterklaascadeautjes kreeg ik altijd twee maanden van te voren omdat ze niet kon wachten. Om vier uur 's middags hadden mijn ouders al gegeten, want dan was de avond lekker lang.
Dus daar stonden de twee koffers en elke keer als ik kwam zei ma trots: "Kijk, de koffers staan al klaar, alles is al ingepakt, goed hè?"

Het was drie dagen voor ons vertrek. Ik moest die dag naar Brabant. Omdat ik een raar voorgevoel had, belde ik haar heel vroeg die ochtend.
Ma's stem klonk vreemd dus ik bedacht me geen moment en reed direct naar haar toe. Daar stond ze, midden in de kamer, volkomen ontredderd met een vragende blik.
In het ziekenhuis bleek dat ze een tia had gehad. Het ging al snel stukken beter. Ma babbelde weer honderuit en huppelde parmantig door de gangen van het ziekenhuis. Ook nu stond ze om zes uur opgetut en aangekleed met handtas naast haar bed op de verpleging te wachten.
Ze was drie dagen thuis toen ze weer een tia kreeg. Na een MRI in het ziekenhuis kreeg ze een hartaanval en na zes weken beademen besloten we de stekker er uit te trekken.
We namen prachtig afscheid en ik verwerkte mijn verdriet. Ik dook er helemaal in en genoot er van.

Na een paar weken opende ik de koffers. In de éne koffer lag een verfrommelde trui en in de andere een paar sokken.


Inmiddels is mijn moeder al een aantal jaren gestorven. Ze heeft al vaak op diverse manieren van zich laten horen. Toen midden in de nacht een hoop klopgeluiden naast mijn bed roffelden en het licht plotseling aan ging was het tijd voor een telefonische sessie met Myrthe, het medium, om half elf. Zegt ze: "Je moeder was hier vanmorgen al om zeven uur. Heb haar gezegd dat ik toch eerst moest douchen maar ze kon niet wachten." Zo zie je maar: zo beneden, zo boven:)









Wednesday, May 6, 2026

Ineens ben ik zeventig

Tja, dit jaar is het zover... ik ben zeventig jaar op deze aarde. Wie had kunnen denken dat ik nog eens zeventig zou worden. Niet dat ik zo gevaarlijk geleefd heb of ziek was. Het idee dat kleine Marja uit de Pijp zeventig is, is voor mij een wonder. Nu ben ik al snel lyrisch over van alles en hou me vaak in als ik met vriendinnen op straat loop en de neiging heb om alles te benoemen wat ik bijzonder vind. Dat had mijn moeder ook alleen die benoemde het wel en daar werd ik weer geïrriteerd door. Dus ik weet wat het is.

Zeventig was mijn oma en mijn tante Marie. Dat waren zeventigers niet ik. Van binnen is leeftijd van weinig belang. Van buiten is het te zien en ja ook te voelen aan de spieren die niet meer zo soepel zijn als vroeger. Gek genoeg als ik een nummer draai uit de zeventigerjarentijd lijken die spieren zich meteen te herstellen. Mijn vader zei op zijn vijfennegentigste: van buiten ben ik oud maar van binnen is er niets veranderd. Dat klopt.

Als ze mij vroeger hadden gezegd dat ik op mijn zeventigste allerlei leuke klussen zou doen als onderneemster, dat ik auto zou rijden, dat ik een prachtig huisje met tuin zou hebben in de Rivierenbuurt om de hoek van mijn oude school, nog steeds in de Pijp op trendy terrassen zou koffie drinken, dat mijn ouders zouden zijn overleden maar toch nog af en toe om de hoek komen kijken... dan was ik verbijsterd geweest.



Tuesday, May 5, 2026

Ode aan tante Annie

\Er is een groot verhaal over tante Annie te vertellen en dat ga ik nu doen. Het was altijd feest als tante Annie kwam en een nog groter feest als mijn nicht Anja mee kwam. Vier jaar ouder dan ik, mooi, lief en gezellig. Taartjes, koffie en de zusters vertelden verhalen van vroeger en soms kregen ze met z'n tweeën de slappe lach over iets uit het verleden. Dat was heerlijk om te zien.

Op het moment dat ik mijn moeder vertelde dat ik op vrouwen viel kreeg ze een gigantische woede aanval en sloeg de deur achter haar dicht. Ze vertrok naar tante Annie. Annie en Anja vingen haar op en spraken met haar. Vertelden haar dat ze me moest accepteren zoals ik was en lazen haar de les. Ma bleef bij ze slapen en kwam pas de volgende ochtend terug. Echt geholpen had het niet want ze was nog steeds woedend en bleef dat acht jaar lang. In die acht jaar spraken tante Annie en Anja vaker met haar om haar anders naar me te laten kijken. Af en toe belde ik tante Annie, nog vanuit een telefooncel, en sprak ze me moed in.

Het bleef altijd een feest om naar tante Annie te gaan, zo'n hartelijk warm welkom. Mijn moeder lag in het ziekenhuis aan de beademing en die zondag kwam tante Annie, die inmiddels in Tilburg woonde, naar haar toe en nam ma's hand en zei: "Greet, ik geef je kracht hoor!" de volgende dag kreeg ze pijn in haar buik. Twee weken later werd ze op woensdag opgenomen en ging ik naar Tilburg om haar te bezoeken in het ziekenhuis. Ze zat rechtop in bed, haar piekfijn omhoog gestoken zoals altijd, make up in orde en een mooi pyamaatje aan. Annie en Anja hadden het over chemo en een pruik want haar haar was haar heilig. Ze lachte nog en was lief als altijd. Even later vertelde ze iets wat ze me nog nooit had verteld. Mijn moeder had altijd hele verhalen over de oorlog maar Annie leek daar niet zo mee bezig. Ze was twee jaar jonger dan mijn moeder en inmiddels achtenzeventig. Annie vertelde dat ze als kind naar haar vader ging en de ramen stukgeslagen vond. De buren zeiden dat haar vader en zijn nieuwe vrouw en kindje net waren opgepakt bij een razzia en op weg naar de Hollandsche Schouwburg. Ze rende er naar toe om haar vader te zoeken. Aangekomen zag ze een vrachtwagen waar mensen uitgeladen werden. Ze keek wanhopig of ze haar vader zag toen er een grote Duitser naar haar toe kwam en wegschopte. Ze rende naar huis en heeft hem nooit meer gezien.

Ik was in shock... dit had ze nooit verteld en mijn moeder ook niet. Hoe is het mogelijk dat ze daar al die jaren zo mee heeft kunnen leven? Zo stabiel, wat er ook in haar leven gebeurde, ze bleef rustig en vriendelijk en leek ook van het leven te genieten.

Die vrijdag in 2008 stierf mijn moeder en ik probeerde Anja te bereiken, dat lukte niet. In de namiddag belde ze dat Annie ook ging. Annie stierf de dag erop. Anja en ik raken er niet over uit gepraat over hoe dat nou mogelijk was. Tante Annie verdient een ode voor haar leven, mijn moeder leek altijd de sterkste van de twee met haar grote mond maar tante Annie was de stille kracht!

Foto: Annie twee maanden voor ze wegvloog:




Kan een afbeelding zijn van 2 mensen, baby en lachende mensen
Alle reacties:
Lih-Mei Chiu en 1 andere persoon

Monday, May 4, 2026

De eerste chocoladereep na de oorlog

Terwijl ik op 5 mei naar het Westerpark in Amsterdam fietste om aan kinderen te vertellen over de oorlog van mijn moeder en tantes, dacht ik: 'Wat ga ik in godsnaam doen? Moet ik die kinderen over al die verschrikkingen gaan vertellen?' Op de vraag van 'Oorlog in mijn buurt' had ik ja gezegd omdat ik het een eer vond en omdat ik het fijn vind te vertellen. Nu zou ik vertellen aan kinderen die zomaar binnen kwamen en wie weet hoe oud ze zijn? Misschien zijn ze wel heel jong en dan moet ik het gaan hebben over de gruwelijkheden van de holocaust? Ik besloot bijna om te keren maar ja, afgesproken is afgesproken dus ik fietste plichtsgetrouw door. Ondertussen vroeg ik aan mijn moeder 'aan de andere kant' om hulp. Hoe hou ik het luchtig en vertel ik toch jullie verhalen?'
Om vier uur bleek de prachtige yurt vol te zitten met kinderen van een jaar of vier tot en met veertien en hun ouders. Ze keken me verwachtingsvol aan en ik begon. Terwijl ik vertelde over de honger die mijn moeder en tante in de hongerwinter hadden geleden schoot me ineens het verhaal van mijn moeder te binnen. Ik was het helemaal vergeten. Er kwam een Volendamse vrouw bij mijn oma. Mijn moeder zag iets vreemds aan haar. Ze keek en dacht: 'zie ik dat nu goed? beweegt haar onderlichaam nu raar?' Ja hoor de vrouw deed ineens haar rok los en uit haar onderbroek kwamen levende palingen. Mijn oma was dolblij dat ze haar hongerige kinderen paling kon geven maar mijn moeder kreeg geen hap naar binnen. Ze vond het zo'n eng gezicht.
Dan schoot me in gedachten de eerste keer na de oorlog dat mijn moeder en mijn tante Annie een reep chocola kregen. Stel je voor: vijf jaar bijna niets te eten en dan ineens een hele reep chocola. Mijn moeder hapsnapte de reep in een mum van tijd op. Mijn tante deed er tergend langzaam over. Mijn moeder vroeg een stukje maar Annie zei: "Dan moet je er ook maar langer over doen, Greet."
Ik stelde de kinderen voor het eerst volgende snoepje te eten met de gedachte dat het 't eerste snoepje van je leven is. Dat konden ze zich wel voorstellen. Als ik het van te voren had bedacht had ik een hoop chocolaatjes mee genomen.
Natuurlijk vertelde ik de verhalen (zie de linken hieronder) over mijn tante Engeltje, mijn tante Sara Dresden die als baby werd gered uit de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg door Cees Chardon. Hoe iemand stiekem zodat de Duitsers aan de overkant het niet zagen met de baby onder doeken met de tram mee liep. Er was een afspraak met de trambestuurder om heel langzaam te rijden. Ik vertelde over hoe mijn moeder werd gered door een Duitser die zei: "Rennen... ik heb ook kinderen!", toen ze werd gesnapt tijdens het pikken van houtblokjes uit de tramrails. Dat mijn moeder altijd zei: "Niet iedere Duitser was slecht, want één van hen heeft me gered." We hadden het over verwerken en vergeven en als ik vroeg aan de kinderen of ze het begrepen dan knikten ze heel wijs en ik voelde dat het zo was.
De kinderen vroeger veel goede vragen zoals: 'Wist uw opa niet wat er zou gebeuren dat hij niet onderdook?' Een jongetje van een jaar of tien vroeg heel veel vragen en zei opeens toen we het hadden over zondebokken: "Iemand zei dat zwarte mensen eerder sterven." Ik hoop dat ik hem dat uit zijn hoofd heb kunnen praten. Omdat hij zoveel vragen stelde gaf ik hem het jeugdboek van Anke Manschot cadeau over onze bevrijders.
Het was een prachtige ontmoeting met de kinderen en ik was blij dat ik toch doorfietste. Heb stiekem het idee dat mijn moeder me hielp met het herinneren van de luchtige verhalen.

Met dank aan Yvonne Schinkel en Shirley Brandeis, de vrouwen van Oorloginmijnbuurt.nl