Monday, March 2, 2026

Voorbestemd


Mijn
moeder woonde als kind in de Blasiusstraat in Amsterdam. Ze had een vriendinnetje Anna wiens vader meubelstoffeerder was, Zwafie werd ie genoemd, hij heette echt Israël Zwaaf. Ma vond het enorm interessant om te kijken hoe die man zijn werk deed. Ze bleef om hem heen hangen en dan zei hij: "Je trouwt nog eens met een meubelstoffeerder!" De man en zijn dochter overleefden de oorlog niet.
Na de oorlog vroeg mijn moeders werkgever, ze was naaister op een naaiatelier, of ze wilde poseren voor een foto. Het was om een regenjas aan te prijzen. De foto stond in verschillende etalages. Mijn vader woonde in Hilversum en zag de foto in de etalage en dacht: 'Wat een mooi meisje' en dacht verder niet na.
Ze kwamen elkaar tegen tijdens een dansavond op het Rembrandtplein. Mijn vader miste twee voortanden en was niet de meest aantrekkelijke partij. Hij vroeg mijn moeder ten dans en ze was al op de dansvloer toen mijn vader nog iedereen voor liet gaan. Toen hij er eindelijk aankwam was het lied voorbij. Op het Centraal Station namen ze afscheid mijn vader vroeg haar adres. "Ik ben verloofd" antwoordde mijn moeder en terwijl de trein wegreed kreeg ze een ingeving. "Die man is fatsoenlijk, die moet ik hebben..." Ze riep nog snel haar adres.
Een week later stond hij voor de deur in de Ten Katestraat, waar mijn moeder inmiddels met mijn oma en tante woonde, compleet met al zijn tanden en dat was effe een ander gezicht. Oma was in haar nopjes en wat bleek: hij was meubelstoffeerder. Mijn vader zag de foto met de regenjas in de vensterbank staan en riep: 'Die foto ken ik! Die zag ik in Hilversum!' Toen ze elkaar hun leven vertelden vertelde mijn vader dat hij voor de oorlog had gewerkt voor Zwafie (ofwel Israël Zwaaf) in de Blasiusstraat. Ze zagen het als teken dat ze bij elkaar pasten.
Pa moest bij zijn eerste bezoek aan de Ten Katestraat even naar de wc en kwam er niet meer af. Hij was niet gewend aan zulke kleine toiletjes en er was iets misgegaan. Verlegen als hij was durfde hij zich niet meer te vertonen. Na een half uur bonsde mijn moeder op de deur en toen kwam het hoge woord er uit. Oma had wel even een schone broek en toen was het ijs gebroken. Ma maakte het uit met haar verloofde en ze begonnen hun leven samen.
Op dezelfde plek waar mijn ouders elkaar ontmoetten werd ik in de zeventiger jaren met mijn vrienden en vriendinnen de dancing uitgeslagen op het Rembrandtplein. We dansten eind jaren zeventig met elkaar keurig op afstand. Geen anderhalve maar toch wel een halve meter. Vrouwen met vrouwen en mannen met mannen. Dat pikten de heren niet en hup daar vlogen we door de lucht de straat op. Ach, het was niet leuk maar ook wel weer spannend en het was het begin van het meer bekend worden dat er ook andere samenlevingsvormen zijn.
En tja, als mijn ouders elkaar daar niet waren tegengekomen was ik niet op het Rembrandtplein door de lucht gevlogen. Het kan verkeren...







Sunday, March 1, 2026

Sofnaaister met poeha

Mijn moeder was in haar jonge jaren coupeuse en dat heb ik geweten. Er was geen geld voor nieuwe kleren dus ze maakte ze zelf. Ze kon uren bij de 'Margriet' op de Stadhouderskade in Amsterdam patronen uitzoeken en dan naar 'het Winckeltje' op de Ceintuurbaan om draadjes en naalden en stofjes te zoeken. Ik verveelde me dood, vond het muf ruiken en wist niet waar ik moest kijken omdat alles me tegenstond. Moest uren aan het wiel van de naaimachine zitten om hem aan de gang te houden. Dan op een bankje staan om met spelden het jurkje passend te krijgen en draaide altijd in de verkeerde richting rond en ma bitste met spelden in haar mond: "Nee, andere kant.. sta niet zo te wiebelen, stil staan!"

Ze werkte vanaf haar dertiende bij verschillende werkgevers. In de oorlog op haar dertiende liep ze met haar zuster Annie op bij elkaar gelapte schoenen van de Ten Katemarkt naar de Koninginneweg waar ze zonder eten de hele dag moesten naaien. Een collega zat heerlijk belegde boterhammen te eten terwijl zij toekeken. Tot mijn moeder een keer flauw viel, daarna kregen ze elke middag een boterham. Jaren later werd ze aangenomen bij een ander atelier en ze vroeg of ze even mocht rondkijken op de werkvloer. Ze had zichzelf verkocht als topnaaister en liep rond als Meryl Streep in The Devil wears Prada en men was zeer onder de indruk. Haar aankomende collega's dachten dat ze een nieuwe directrice was. Toen ze eenmaal begon kreeg ze de wind van voren: "En jij noemt je een topnaaister met je poeha? Je bent een sofnaaister!"

Dan de keer dat ze de baas waar ze allemaal bang voor waren aan het dansen kreeg. "Dat lukt je nooit!" zeiden haar collega's. "Nou wacht maar af..." antwoordde ze. "Mijnheer Brauns, kunt u dansen?" De man was even van slag en zei: "Nee!" "Dat een heer zoals u niet kan dansen, kom ik leer het u." Ze zette haar collega's aan het nummer: 'Ik heb een huisje met een tuintje' te zingen, dwong de man in een quickstep en schopte zijn benen in de goede richting.

Ze kreeg het voor elkaar dat ze tussen de werkzaamheden koffie kregen wat toen schijnbaar niet de gewoonte was en stopte met werken bij haar trouwen wat wel de gewoonte was. Wat heerlijk dat ik tegenwoordig op alle werkplekken waar ik kom de heerlijkste cappuccino's krijg.

Van de week vond ik deze foto van Greet en Annie na de oorlog. Achterop deze tekst: