vrijdag 20 september 2019

Fietsers, trammers, bussers, auto's en bewustzijn.



Autorijden was iets voor andere mensen... niet voor 'mijn soort'. 'Mijn soort' waren fietsers, trammers en treiners. Mijn ouders hadden allebei geen rijbewijs en dat was ook niet nodig. Het kwam niet bij ze op. Mijn oom Henk en tante Annie hadden wel een auto en af en toe gingen we met z'n allen naar Goor naar mijn grootouders. Dat was voor ons een hele onderneming. Oom Henk moest onderweg een paar keer stoppen omdat ik over moest geven, ik was wagenziek. Volgens mij waren er toen nog geen snelwegen... we reden langs een hele lange weg met bomen die elkaar raakten boven de weg. Als ik jaren later wel eens met iemand mee reed over de snelweg, wat niet vaak gebeurde, was het alsof ik in een Science Fictionfilm terecht was gekomen. Nee, voor mij was het niets en had geen auto nodig. Op mijn veertigste ontmoette ik Quiny die altijd auto reed. Als we naar rechts reden stak ik mijn hand uit wat ze heel raar vond.
Tot mijn drieënveertigste fietste ik of treinde en buste (oeps dat klinkt raar) naar allerlei opdrachtgevers en dat vond ik prima. Ik stond uren eerder op om op tijd aan te komen in de meest verborgen gehuchten in het land met rolkoffer of rugzak volgepropt met mappen. Tot ik op een dag naar Station Zuid fietste. Er lag sneeuw en ijs maar daar trok ik me niets van aan. Dit keer had ik een zware rugtas met mappen op mijn rug en verloor mijn evenwicht. Net om de hoek van huis ging ik onderuit en brak mijn enkel. Een lieve dame en een vrachtwagenchauffeur hielpen me overeind en de dame bracht me naar huis.
Ik zou examens afnemen in Utrecht voor aankomende belastinginspecteurs die ZZP-ers zoals ik moesten gaan controleren (niet boos op me worden, collega's) Ze kwamen uit alle delen van het land en konden nooit op tijd gewaarschuwd worden dat het niet door zou gaan. Mijn enkel deed vreselijke pijn en ik dacht het gaat zo wel over. De wachtkamer zat vol mensen met letsel van het uitglijden. Iedereen mocht gaan na het nemen van foto's, tot mijn verbazing zei de verpleegster tegen mij: "U moet worden geopereerd, uw enkel is gebroken". "Dat kan niet ik moet examens afnemen!" "Nee u moet nu geopereerd worden." Ik belde de belastingdienst en vroeg: "kunnen ze niet hier naar toe komen?" Natuurlijk absurd maar ik denk dat ik niet helemaal bij zinnen was. Mijn opdrachtgeefster, een echte Amsterdamse zei: "Ben je besodemieterd, we regelen het wel en denk nou maar aan jezelf." Na de operatie was ik bezig met de examens en ik hoorde een stem: "mevrouw Ruijterman! mevrouw Ruijterman!" "Niet storen, ik ben bezig!" zei ik geërgerd... en ik kwam langzaam bij uit de narcose. Over loslaten gesproken.
De examens werden uitgesteld tot ik me weer kon verplaatsen. Omdat ik mijn enkel had gebroken kreeg ik in plaats van een groep KPN-ers in Groningen een groep in Zaandam. Ik zat lekker op mijn stoel te trainen terwijl de deelnemers, die ik drie weken lang mocht trainen op communicatie, me alles aanreikten wat ik nodig had. Daardoor ben ik nog getuige geweest op het huwelijk van een van de deelnemers. Heb veel groepen getraind maar daar heb ik het meest gelachen.
Nou ja, toen ik weer kon lopen duwde mijn vriendin me op de Ceintuurbaan de autorijschool binnen en voor ik het wist kreeg ik mijn eerste rijles. Eerst had ik Harrie en Harrie las me gedichten voor die hij aan zijn geliefde schreef tijdens de les. Wat ik er van vond. Ik voelde me niet lekker bij Harrie omdat hij dezelfde naam had en er net zo uit zag als iemand uit het verleden die me had betast. Niet eerlijk dat geef ik toe maar ik kon het moeilijk loslaten (over loslaten gesproken) en ik had geen zin in die gedichten.
Toen kreeg ik Joke. Joke was een Amsterdamse die van haar hart geen moordkuil maakte en me sloeg als ik iets verkeerds deed: "Ben je gek! Stop!" en dan kreeg ik een mep op me knie... ik lag in een deuk van het lachen en dat werkt ook niet echt maar na honderd lessen was het zo ver. Ik deed rijexamen. De examinator was heel streng en maakte me doodzenuwachtig. Ik zakte. Na weer een aantal lessen kreeg ik de volgende. Dat was een vrouw die een feestwinkel had. Dat was andere koek: "Goed zo, Marja... jaaaaa prima... het gaat geweldig... jaaaa prachtig!!! Dat doe je goed!" Kijk, dat werkt beter dus ik slaagde al de tweede keer. Nu rij ik zo'n twintig jaar met veel plezier. Wel heb ik een totaal ander bewustzijn als ik in de auto zit dan als ik fiets: In de auto vind ik fietsers stom en op de fiets vind ik automobilisten stom. We stappen zo van het éne bewustzijn in het andere.
Ik reed al die tijd zonder ongelukken... nou ja behalve van de week: ik reed ik de secretaresse van mijn opdrachtgever aan, haar auto wel te verstaan. Ik nam de bocht bij de inrit te kort en zij kwam er net uit rijden. Het was maar een kleine schram op haar auto. We hebben onder een kop koffie de verzekering geregeld. We hebben elkaar niet uitgescholden en waren heel relaxed. Ik geloof niet dat dit een duurzaam stukje is...
Foto: Ceintuurbaan waar het allemaal begon.


3 opmerkingen:

Walter zei

...en daar achter heb ik gewoond!...De van Ostade straat.

Avonturen van Marja Ruijterman zei

Ha mooi, in die straat heb ik fluitles gehad, gedanst onder de kerk elke zaterdagavond en doorheen gelopen op weg en terug naar school.

Walter zei

Bijzonder!